Archive for the ‘Roosteren en roken’ Category

Karen Adler en Judith M. Fertig, Fish & Shellfish, Grilled & Smoked

Saturday, July 31st, 2010

Geweldig! Fantastisch! Kopen!

Barbecue alleen voor vlees? Welnee!

In Nederland is de link nog steeds niet zo vaak gelegd, maar in Amerika weten ze het al lang: roosteren en roken zijn nauw aan elkaar verwant en kun je dus in één boek combineren. Karen Adler heeft meerdere themakookboeken over barbecuen op haar naam staan, Judtih Fertig is ook al gespecialiseerd in typisch Amerikaanse aspecten van het koken (All-American Desserts, Prairie Home Cooking).
De titel van dit al wat oudere, Engelstalige kookboek (2002) omschrijft de inhoud perfect. Er zijn drie delen: Roosteren, Roken en De rest (Everything else you need). De eerste twee delen zijn allebei onderverdeeld in Vis en Schaal- en schelpdieren, het derde deel bevat ook twee hoofdstukken, Kruidenmengsels, marinades, sauzen, en Bijgerechten. Het boek telt vierhonderd pagina’s, in tweekleurendruk: donkergroen voor de tekst, aubergine voor titels en dergelijke. In die kleuren zijn ook de (vrijblijvende) illustraties, foto’s ontbreken. En die heb je ook niet nodig, ook al denken veel kookboekkopers daar anders over. Maar ik heb liever een kookboek met 100% recepten dan een kookboek waarvan 50% uit foto’s bestaat en de recepten zelf maar een kwart van de bladspiegel beslaan. Je betaalt dan voor gebakken lucht.
De schrijfsters houden er rekening mee dat je niet overal alle vissoorten kunt kopen of vangen. Bij ieder visrecept staat een aantal alternatieve soorten genoemd. Voor de schaal- en schelpdieren worden geen alternatieven gegeven. Waar toepasselijk, worden ook soorten rookhout gesuggereerd: hickory (Amerikaanse notenboom), maple (esdoorn), mesquite (boomsoort uit Mexico/zuiden VS), apple, oak (eik), cherry (kers), en dat zijn ze nog niet allemaal. Prettig, want in Nederland zijn weer andere ingrediënten te koop dan in de Verenigde Staten.
Behalve voor gerechten is er ook aandacht voor de basis: het materiaal, het opstarten van de houtskoolbarbecue, de techniek van het roken in een smoker, ketelbarbecue en gasbarbecue, rookzak etc., en planking, waarbij de vis wordt gerookt door hem op een plank te leggen die eerst in water wordt geweekt, dan kort direct boven de houtskool wordt gelegd, en tot slot wordt gekeerd, zodat de vis rechtstreeks het rookaroma van de plank opneemt. Het staat er niet bij, maar alle gerechten waarbij het hoofdingrediënt in aluminiumfolie wordt bereid, kunnen natuurlijk ook in de oven, en alle gerechten die in een grill wok (een wok met gaatjes voor op de bbq) moeten worden bereid, kunnen ook in een wok op het fornuis. Al mis je dan wel die typische roostersmaak.
Sommige recepten zijn uiterst simpel, zoals de basismethoden voor het roosteren of roken van vis waarbij je eigenlijk alleen peper, zout en olie nodig hebt, of de sardientjes in druivenbladeren, bij de recepten voor roken is het gerookte ingrediënt slechts één uit een heel rijtje, zoals de Paté van gerookte forel, of Linguine met gerookte venusschelpen en tomaten. Met de kruidenmengsels, marinades, kruidenboters en sauzen in het derde hoofdstuk kun je naar hartelust experimenteren, en de bijgerechten (behalve salades onder andere ook nog diverse geroosterde groenten) maken de maaltijd compleet.
Het register is heel uitgebreid, niet alleen op recepttitel maar ook op soort vis/schelpdier, gerecht, en andere ingrediënten. Omdat dit een Amerikaans kookboek is, zijn de hoeveelheden aangegeven met tablespoon (15 ml), teaspoon (5 ml), ounce (30 gram/30 ml) en cup (237 ml). Een enkele keer worden ook droge ingrediënten in cups uitgedrukt (“1/2 cup [...] breadcrumbs”), dat is iets lastiger omrekenen.
Dankzij dit boeiende kookboek kunnen ook uitgesproken visliefhebbers en vleesweigeraars aan de slag op de barbecue met speelse, uitdagende recepten.
Karen Adler en Judith M. Fertig, Fish & Shellfish, Grilled & Smoked. (The Harvard Common Press, Boston, 2002, ISBN 9781558321816)

Fish And Shellfish, Grilled And Smoked
Fish And Shellfish, Grilled And Smoked
Karen Adler & Judith M. Fertig

Peter de Clercq, De Petermolen. Outdoor cooking.

Sunday, May 9th, 2010

Leuk idee, slechte uitwerking

Voor de Belgische digitale zender S.televisie –die sinds 2010 Stories heet- maakte Peter de Clercq enkele jaren het tv-programma Petermolen. De formule van het programma was: zet Peter met een BV-er (Bekende Vlaming) ergens aan de Belgische kust bij een barbecue neer, en laat ze roosteren, eten, en vooral praten. Want een kookprogramma moest het vooral niet zijn. Overigens, hier kun je afleveringen online bekijken (inclusief de aanprijzingen van de door Peter gebruikte producten), en hier staan recepten uit het programma. Ik heb enkele afleveringen gekeken, en ik vond het toch wel erg op een kookprogramma lijken, behalve dan de cameravoering: die was te laag om echt zicht te krijgen op handelingen en gerechten, maar wel goed om de blik op Peter en zijn gast te houden.
Maar de recensie gaat over het kookboek, niet over het programma (dat overigens wel nadrukkelijk aanwezig is in het boek, vooral in de foto’s). De culinaire inhoud begint met Barbecuetips. De meeste hiervan liggen voor de hand voor de ervaren roosteraar, maar voor de beginner loont het de moeite deze tips goed door te lezen, want in de recepten zelf wordt de techniek van het barbecuën niet uit de doeken gedaan. Kom ik nog op terug. Dan volgt een infomercialletje over gekruide smaakstokjes, tien recepten voor marinades, en daarna de recepten. Hierin strooit De Clercq met bijzondere vleessoorten. Leilander (een soort ham), Duke of Berkshire (een varkensras), Breydelspek (gekruid spek): misschien in Vlaanderen makkelijk aan te komen, maar de Nederlander zal het veel moeite kosten deze producten te vinden, of toch maar alternatieven moeten gebruiken.
Ieder recept staat op een hele pagina, met een portretfoto van het gerecht op de overliggende bladzijde. Kleine en grote gerechten staan door elkaar, aan het eind staan vijf zoete desserts. De vegetariër hoeft dit boek niet aan te schaffen, en ook de viseter niet: de drie gerechten met vis bevatten vlees, en op de tzatziki na ook alle groentegerechten.
Lees de recepten kritisch, want klakkeloos navolgen van de tekst kan voor rare resultaten zorgen. Of je bent een tijdje aan het puzzelen wat je moet doen. Het allereerste recept (Broodje gegrilde Leilander en camembert) geeft al meteen aan wat ik bedoel. De Leilanderham wordt gemarineerd en gegrilld, dan worden de opengesneden broodjes belegd met sla, gesauteerde ui en champignons, ham en camembert. En dan: “Smelt de camembert op het broodje” en “doe het broodje dicht”. Hoe, dat staat er niet bij. Dus dat hele opengeklapte en belegde broodje moet weer terug op de barbecue? De kaas ligt dan bovenop, zou het broodje dan niet verbranden voordat de camembert aan smelten toe is of gebruiken we een barbecue met deksel? Is de ovengrill dan niet handiger? Ander voorbeeld: gelukkig staat in de recepttitel op p.61 gegrilde rundsblokjes, en bij de ingrediënten rundsvlees, want bij het volprikken van de stokjes lees je: “Snijd de ui en paprika in stukken en maak een mooie brochette met de champignons ertussen”. Gelukkig zie je op de foto dat die blokjes rundvlees er ook nog tussen horen (sterker nog, op de foto zie je weer geen champignons). Foto’s zijn wel vaker handig, want de chitacki in het recept voor gamba’s met curry en cocosmelk (en spek) blijken dan shii-take paddenstoelen te zijn. Ronduit slecht is het recept voor Gemarineerde ribbetjes met hoisin (p.59). Na een nachtje in de marinade “grill [je] de ribbetjes gedurende 30 min op een matige grill”. Peter, zou je er niet bij zetten dat je die ribbetjes vooral NIET rechtstreeks boven de gloeiende kooltjes moet leggen als je niet van gecremeerd vlees houdt? Bovendien betwijfel ik of rauw varkensvlees in dertig minuten door en door gaar is als je dat op een open barbecue roostert. Maar dat zal wel aan mij liggen.
Halverwege het boek staan opeens zestien pagina’s over Petermolen in Kreta, veertien pagina’s bevatten uitsluitend foto’s zonder bijschriften, in de twee tekstpagina’s lees je wel iets over de opnames van het programma, maar helemaal niets over de Kretenzische keuken, alleen dat “op Kreta inspiratie zoeken voor een Grieks geïnspireerde [...] barbecue [...] wel voor de hand [ligt]”. Elders staan tussen de recepten vier Griekse gerechten (zonder dat daarbij aan Kreta of Griekenland wordt gerefereerd), waarvan er twee niet op de barbecue thuishoren (Stifado, een stoofschotel, en Moussaka, een ovenschotel) maar door Peter wel op gezet worden, en de bekende tzatziki (komkommer-yoghurtdip) voor bij geroosterde souflaki (lamsspiesjes).
Dit is niet het ultieme grill- en barbecueboek. Daarvoor wordt er veel te weinig aandacht aan techniek besteed, en de recepten zijn te onduidelijk opgeschreven. Niet geschikt dus voor beginnende kokers, maar volgens mij te weinig uitdagend voor de ervaren roosteraar, of het moet zijn dat die graag puzzels oplost. Bij de recepten staat niet met welke BV-er Peter ze heeft bereid, maar voor fans van het tv-programma of van De Clercq is het misschien een leuk boek.
Peter de Clercq, Petermolen. Outdoor cooking (Roularta books, Roeselare, 2007, ISBN 9789086790616)


Petermolen
Peter de Clecq

Peter de Clercq, Roken

Sunday, April 4th, 2010

Gastronomisch roken

Sympathieke kop heeft die Peter. Op de omslagfoto staat hij breed grijnzend met een zij zalm naast een rookapparaat dat nog het meest doet denken aan een ouderwetse stoomlocomotief. De Clerq is eigenaar van het Belgische grillrestaurant Elckerlijc, wereldkampioen BBQ 2003,  en heeft al meerdere barbecueboeken op zijn naam staan. Aangezien er geen vuur zonder rook is, is het logisch dat De Clercq nu ook een boekje heeft gewijd aan de kunst van het roken van voedsel. En kunst is het. Waar andere rookboeken in de receptuur niet verder gaan dan het gerookte voedsel verwerken in een gerecht, is hier het roken zelf onderdeel van het recept: de ingrediëntenlijsten bevatten een aparte afdeling om te roken, waarin het rookmengsel wordt beschreven. Want houtmot of –schaafsel zijn noodzakelijk voor de rook en het basisaroma, maar de accenten komen van gedroogde appelschilletjes, kruidnagels, gedroogd zeewier, uienschillen of lavendeltakjes. Dit is gastronomisch roken. Gerookte ganzenlever met truffelschaafsel en tagliatelle, gerookt geitenkaasje, gerookte asperges met roerei en garnalen, recepten die je doen watertanden.

In zijn inleiding beschrijft De Clercq eerst kort de achtergrond van het roken, de grondstof (de brandstof en het materiaal dat de rook levert – dit is niet hetzelfde), de techniek van koud en warm roken, en waarin je dat kunt doen. De recepten zijn ingedeeld in twee hoofdstukken, Koud roken en Warm roken. (het laatste recept van Koud roken hoort overigens bij de recepten voor Warm roken). Alle recepten zijn mooi gefotografeerd. De recepten geven de ingrediënten, de tijd voor marineren/pekelen en drogen, hoeveelheid brandstof, rooktijd en -temperatuur, en de bereiding van de overige onderdelen van het gerecht. De Clercq gaat er van uit dat je weet welk rookapparaat je kunt gebruiken en hoe dat werkt.

Van de rookapparaten die De Clercq beschrijft is een wok met deksel op een vuurkorf is het simpelst, dan is er de ketelbarbecue, de rookkast, en de ultieme barbecue voor kookpyromanen: de chuck wagon. Het simpele rookdoosje is blijkbaar beneden de waardigheid van de barbecue-wereldkampioen om te vermelden, maar alle recepten voor warm roken zijn hierin wel te maken. Welke apparaten voor koud roken geschikt zijn geeft De Clercq niet goed aan. Bij de wok-op-vuurkorf staat dat de temperatuur moeilijk te regelen is, de rookkast is “ het ideale instrument voor zowel koud als warm roken”, maar bij de ketelbarbecue en de chuck wagon staat alleen iets over stabiele temperatuurregeling. Of er koud in gerookt kan worden staat er niet bij, en de recepten voor het koude roken geven geen uitsluitsel. Voor het koud roken van bijvoorbeeld vier konijnenfilets zijn twee kokosbriketten (de voorkeursbrandstof van De Clercq) nodig, waarmee 6 uur op 25 grC gerookt wordt. Maar kan dit alleen in een rookkast, of ook in mijn ketelbarbecue? En twee briketten, kunnen die zes uur achtereen smeulen? Ik heb alleen ervaring met warm roken, maar dit ga ik snel uitproberen, de resultaten zal ik hier vermelden. Misschien komt er nog een aardbeitje bij.
Peter de Clercq, Roken met Peter De Clercq (2003, Roularta Books, ISBN 9789086791118)

Roken
Roken
P. de Clercq

Jan Morgan, Gerookte gerechten

Thursday, March 18th, 2010

Zó doe je dat dus, voedsel roken!

Een oud boekje dit keer, uit 1988, zonder illustraties of foto’s. Maar bij mijn weten is dit wel het beste boekje dat in het Nederlands over het roken van voedsel is verschenen, dus als je het op marktplaats of boekwinkeltjes ziet opduiken: kopen!  Eerst komt de techniek van het roken aan de orde:  koud roken, warm roken in grotere ovens, en vooral warm roken in tafelmodel rookoventjes. Het pekelen krijgt veel aandacht, zowel natte als droge pekel, gekruid en zoet. Pekelen doe je niet alleen voor de smaak, maar om vooral bij koud roken bacteriegroei tegen te gaan. Bovendien wordt de structuur van het voedsel beter, en het krijgt die karakteristieke gouden rookglans, ook bij warm roken. Diverse droge en natte pekelmethoden komen aan de orde, net als de kruiden, specerijen en condimenten die je aan pekel kunt toevoegen. In plaats van pekelen, kun je voedsel ook marineren. Bij de hoofdstukken over de verschillende soorten voedsel (vis, vlees, wild en gevogelte, diversen) staan recepten voor de marinades, en voor pekels die het meest geschikt zijn voor het betreffende voedsel. Zo staan in het hoofdstuk Vlees recepten voor basispekel, pekel voor orgaanvlees, bierpekel voor varkensvlees, enkele marinades, kruidenmengsels om al dan niet gepekeld vlees mee in te wrijven voor het roken, en recepten voor het roken van varkensrollade, spareribs, lamsbout, kalfslever, worstjes en hamburgers. Na een apart hoofdstuk met recepten voor kruidenboters en sauzen bij het gerookte voedsel, volgt tot slot een deel met recepten voor gerechten waarin gerookt voedsel wordt verwerkt. De ‘gerookte bitterballen’ vond ik heel bijzonder, maar de ‘macaronisalade met gerookt vlees’, doperwtjes en ananas uit blik had voor mij niet gehoeven. De sterke kant van dit boek is de basis, en die zal niet snel verouderen. Wat je verder met het gerookte voedsel doet, kun je beter elders zoeken, of vertrouwen op je eigen culinaire inspiratie.
Jan Morgan, Gerookte gerechten (1988, BZZTôH, ISBN 9062913970)

Gerookte gerechten
Jan Morgan

Peter Lobs, Rook jij Rook ik

Tuesday, March 16th, 2010

Roken voor de sportvisser

Een boekje over roken dat voor het eerst verscheen in 1994, geschreven voor sportvissers, in opdracht van een bedrijf dat rookovens en benodigdheden daarvoor verkoopt.  Toch is de inhoud breder dan deze beschrijving doet vermoeden. Voor mij ligt de ‘opnieuw uitgebreide herdruk’ uit 2006. Peter Lobs is zelf sportvisser, valt uit de inleiding af te leiden. De nadruk ligt dan ook op het verwerken van gevangen vis, zo is er een overzicht van de in Nederlandse wateren voorkomende vissen, waaruit blijkt dat –naar de persoonlijke mening van Lobs- de meeste vissen het best tot hun recht komen als ze warm worden gerookt (op ongeveer 75 grC). Alleen haring, zalm en zeeforel smaken beter als ze koud worden gerookt (op slechts 25grC, maar wel langere tijd). Het schoonmaken en fileren van vis wordt beschreven, en er is ook aandacht voor het invriezen. Immers, als je een grote vangst hebt, kun je niet alles in één keer verwerken. Het roken van paling, makreel en haring wordt uitgebreid beschreven, en het boekje besluit met enkele beknopte recepten voor het warm roken van zalm, forel, mosselen, wild en gevogelte, kipfilet, eendeborst en kaas, gevolgd door drie marinades. Worst wordt wel genoemd, maar hoe je die zelf kunt maken en roken wordt niet beschreven.
Voor pekelzout –dat makkelijk zelf samen te stellen is- volstaat Lobs met het noemen van het kant-en-klare rookzout van MultiSmoke. Voor het pekelen van vis in een zoutoplossing (ook hier wordt rookzout van de opdrachtgever  aanbevolen) wordt goed beschreven wat het effect is van verschillende zoutconcentraties op de vis, en ook het drogen, een  handeling die door beginnende rokers wel achterwege wordt gelaten omdat ze er het belang niet van inzien, krijgt aandacht.
Voorafgaand aan de praktijk van het roken wordt het rookproces beschreven, en de verschillende modellen van MultiSmoke, van koelkastgrote rookovens waarin je tien kilo vis in één keer kunt roken tot aan een klein tafelmodel rookoventje waar net twee forellen in passen. En ook, dat vind ik leuk, een uitleg over het ombouwen van een oud olievat tot rookoven.
Tekeningen en kleurenfoto’s verduidelijken een en ander, en er zijn drie softfocus reclamefoto’s van een mooi paar dat geniet van de geneuchten van het sportvissen en roken van de vangst (zie ook de omslagfoto).
Voor recepten moet je dit boekje niet kopen. Maar wil je een duidelijke uitleg over de techniek van het roken in vooral grotere rookovens (hoewel veel natuurlijk ook voor de tafelmodelletjes geldt), dan heb je met dit boekje een goede aanschaf. Te bestellen bij onder andere deze site.
Peter Lobs, Rook jij Rook ik. Alles over het roken (Publishing House facilities, Doetinchem, 2006 5de druk, ISBN 9076020035)

Rook jij rook ik
Peter Lobs

Cecile Thijssen, Gerookte lekkernijen

Thursday, March 11th, 2010

Voor de beginnende roker

Er zijn niet zo veel boekjes op de Nederlandstalige markt te krijgen over het roken van voedsel. Dit is er één van, geheel gewijd aan het kleine rookoventje voor warm roken. Als je een gedegen handleiding verwacht over het zelf warm roken van ingrediënten, dan zal dit boek teleurstellen, maar voor degene die net een rookoventje heeft aangeschaft of gekregen en inspriratie wil opdoen voor het verwerken van al dan niet zelfgerookte ingrediënten, staan er veel leuke recepten in. Ingedeeld in ‘kleine hapjes’, ‘voorgerechten’, ‘hoofdgerechten’, ‘groenten’ en ‘lunch- en brunchgerechten en tussendoortjes’, vind je recepten voor bijvoorbeeld souffleetjes van gerookte heilbot of gerookte paling met avocado, waarvoor je overigens makkelijk kant en klaar gerookte heilbot en paling kunt gebruiken (al staat dat niet bij de recepten), maar ook bruschetta met gerookte feta en tomaat, soep van gerookte uien, en gerookte kalfsbiefstukjes met basilicumboter. De illustraties zijn wat karig met slechts vier kleurenfoto’s van gerechten. Sommige recepten zijn heel eenvoudig, andere wat bewerkelijker, maar je zult in ieder geval plezier aan je rookoventje beleven.
De inleiding over de techniek van het roken is kort, en zal de beginnende roker zeker op weg helpen. Nu kan het zijn dat er gewoon verschillende theorieën zijn over de kunst van het roken, maar met een paar opmerkingen in die inleiding heb ik toch wel problemen. Zo vindt Thijssen dat je zalm “liever niet moet pekelen” voor het roken vanwege de “wat subtiele smaak” van de vis. Dat is onzin, de gerookte smaak van zalm gaat er wel degelijk op vooruit als je de vis eerst pekelt. Op Coquinaria heb ik daar enkele jaren geleden aandacht aan besteed, en ik krijg nog steeds af en toe mailtjes of telefoontjes van mensen die me vertellen dat ze nooit tevreden waren over de smaak van de warmgerookte zalm uit hun oventje, er miste altijd iets. Totdat ze de zalm vooraf gingen pekelen. Thijssen beschrijft overigens alleen nat pekelen, en dat alleen voor vis, terwijl je ook droog kunt pekelen, en ook vlees. Verder raadt zij aan altijd de te roken ingrediënten met vet te bestrijken. Voor magere producten inderdaad gewenst, maar zalm, sardientjes en bijvoorbeeld varkensvlees zijn van zichzelf al vet genoeg. De tabellen met rooktijden zijn prettig en overzichtelijk. Achterin staat een uitgebreid register waarin je ook op ingrediënt kunt zoeken. Een aardig, niet te diepgaand boekje voor de incidentele roker.
Cecile Thijssen, Gerookte lekkernijen. Bijzondere recepten voor de rookoven (Kosmos, Utrecht/Antwerpen, 2008, 18de druk, ISBN 9789021543048)

Gerookte lekkernijen
Gerookte lekkernijen
Cecile Thijssen