Archive for the ‘Kooktechnieken en -apparatuur’ Category

Karen Adler en Judith M. Fertig, Fish & Shellfish, Grilled & Smoked

Saturday, July 31st, 2010

Geweldig! Fantastisch! Kopen!

Barbecue alleen voor vlees? Welnee!

Bol.com
Amazon.de
(geen verzendkosten)
Bookdepository.co.uk
(geen verzendkosten)

In Nederland is de link nog steeds niet zo vaak gelegd, maar in Amerika weten ze het al lang: roosteren en roken zijn nauw aan elkaar verwant en kun je dus in één boek combineren. Karen Adler heeft meerdere themakookboeken over barbecuen op haar naam staan, Judtih Fertig is ook al gespecialiseerd in typisch Amerikaanse aspecten van het koken (All-American Desserts, Prairie Home Cooking).
De titel van dit al wat oudere, Engelstalige kookboek (2002) omschrijft de inhoud perfect. Er zijn drie delen: Roosteren, Roken en De rest (Everything else you need). De eerste twee delen zijn allebei onderverdeeld in Vis en Schaal- en schelpdieren, het derde deel bevat ook twee hoofdstukken, Kruidenmengsels, marinades, sauzen, en Bijgerechten. Het boek telt vierhonderd pagina’s, in tweekleurendruk: donkergroen voor de tekst, aubergine voor titels en dergelijke. In die kleuren zijn ook de (vrijblijvende) illustraties, foto’s ontbreken. En die heb je ook niet nodig, ook al denken veel kookboekkopers daar anders over. Maar ik heb liever een kookboek met 100% recepten dan een kookboek waarvan 50% uit foto’s bestaat en de recepten zelf maar een kwart van de bladspiegel beslaan. Je betaalt dan voor gebakken lucht.
De schrijfsters houden er rekening mee dat je niet overal alle vissoorten kunt kopen of vangen. Bij ieder visrecept staat een aantal alternatieve soorten genoemd. Voor de schaal- en schelpdieren worden geen alternatieven gegeven. Waar toepasselijk, worden ook soorten rookhout gesuggereerd: hickory (Amerikaanse notenboom), maple (esdoorn), mesquite (boomsoort uit Mexico/zuiden VS), apple, oak (eik), cherry (kers), en dat zijn ze nog niet allemaal. Prettig, want in Nederland zijn weer andere ingrediënten te koop dan in de Verenigde Staten.
Behalve voor gerechten is er ook aandacht voor de basis: het materiaal, het opstarten van de houtskoolbarbecue, de techniek van het roken in een smoker, ketelbarbecue en gasbarbecue, rookzak etc., en planking, waarbij de vis wordt gerookt door hem op een plank te leggen die eerst in water wordt geweekt, dan kort direct boven de houtskool wordt gelegd, en tot slot wordt gekeerd, zodat de vis rechtstreeks het rookaroma van de plank opneemt. Het staat er niet bij, maar alle gerechten waarbij het hoofdingrediënt in aluminiumfolie wordt bereid, kunnen natuurlijk ook in de oven, en alle gerechten die in een grill wok (een wok met gaatjes voor op de bbq) moeten worden bereid, kunnen ook in een wok op het fornuis. Al mis je dan wel die typische roostersmaak.
Sommige recepten zijn uiterst simpel, zoals de basismethoden voor het roosteren of roken van vis waarbij je eigenlijk alleen peper, zout en olie nodig hebt, of de sardientjes in druivenbladeren, bij de recepten voor roken is het gerookte ingrediënt slechts één uit een heel rijtje, zoals de Paté van gerookte forel, of Linguine met gerookte venusschelpen en tomaten. Met de kruidenmengsels, marinades, kruidenboters en sauzen in het derde hoofdstuk kun je naar hartelust experimenteren, en de bijgerechten (behalve salades onder andere ook nog diverse geroosterde groenten) maken de maaltijd compleet.
Het register is heel uitgebreid, niet alleen op recepttitel maar ook op soort vis/schelpdier, gerecht, en andere ingrediënten. Omdat dit een Amerikaans kookboek is, zijn de hoeveelheden aangegeven met tablespoon (15 ml), teaspoon (5 ml), ounce (30 gram/30 ml) en cup (237 ml). Een enkele keer worden ook droge ingrediënten in cups uitgedrukt (“1/2 cup [...] breadcrumbs”), dat is iets lastiger omrekenen.
Dankzij dit boeiende kookboek kunnen ook uitgesproken visliefhebbers en vleesweigeraars aan de slag op de barbecue met speelse, uitdagende recepten.
Karen Adler en Judith M. Fertig, Fish & Shellfish, Grilled & Smoked. (The Harvard Common Press, Boston, 2002, ISBN 9781558321816)

Hans d’Heer, IJskoude kunstjes. IJsbereidingen, milkshakes, coupes en ijstaarten

Thursday, May 20th, 2010

Voor de professionele kok

Bol.com
(alleen nog tweedehands verkrijgbaar)

Ook al is dit boek ook voor ‘de gewone huisvrouw’ bedoeld, D’Heer richt zich toch vooral op de beroepskok en –ijsmaker. In zijn Geschiedenis van het ijsmaken presteert hij het om alle drie de sprookjes (Nero at ijs, Marco Polo nam recepten voor ijs mee uit China, en Catharina de Medici introduceerde ijs in Frankrijk) als waarheid te verkondigen. De theorie van het ijsmaken wordt daarentegen uitgebreid en zorgvuldig uit de doeken gedaan. Bij de beschrijving van de ingrediënten voor ijs staan naast eidooiers, die de thuis-ijsmaker ook gebruikt, alleen maar toevoegingen die je vooral op etiketten van fabrieksijs ziet, en niet in andere ijsboeken. Maar misschien zijn die juist het geheim van ijs dat langer in de vriezer staat schepbaar te houden: gelatine, zetmeel, stabilisatoren en verdikkingsmiddelen, gommen en emulgatoren.
In het tweede deel staan recepten voor turbineijs: drie soorten vanilleroomijs (voor anderhalve liter ijs), allerlei soorten vruchtenijs op basis van een neutraal gezoet melk/roommengsel (voor twee tot vier liter ijs) en siroop, noten-, kruiden en chocoladeijs (waaronder lavendelijs, kokosijs en karamelijs, voor anderhalf tot tien liter ijs), en alcoholijs (rum en cointreau, voor drie tot tien liter ijs).
Het derde deel bevat recepten voor vruchtensorbets en enkele hartige sorbets (met onder andere ansjovis, paddestoelen, tomaten), ook in hoeveelheden die de meeste huishoudelijke ijsmachines te boven zullen gaan.
In deel vier komt vers tapijs (softijs) aan de orde, waar je uiteraard een softijsmachine voor nodig hebt.
De recepten in deel vijf voor milkshake zijn weer voor de burgerkeuken geschikt (ze zijn steeds voor één shake), maar hoe je zonder speciale machine granité kunt bereiden wordt niet uitgelegd.
In het laatste deel, IJscreaties, zijn de ijstaarten echt niet meer voor de amateur bedoeld, of hij moet al een halve professional zijn. De prachtigste ijstaarten, opgetuigd met chocoladekrullen en slierten, bladgoud, anjers van roze chocolade spatten van de foto’s, met ernaast een summier schema van de opbouw. De borden en coupes zijn eenvoudiger thuis te maken, met klassiekers als Dame Blanche en Banana Split. Her en der in het boek worden ingrediënten als invertsuiker en geatomiseerde glucose gebruikt. Achterin het boek staat dat ‘alle ingrediënten en stoffen te verkrijgen zijn in speciaalzaken voor restaurateurs en banketbakkers’. De gewone horecagroothandel heeft inderdaad geen invertsuiker, laat staan de simpele supermarkt. Maar geatomiseerde glucose blijkt gewoon gedroogde druivensuiker te zijn. En die is, net als bijvoorbeeld johannesbroodpitmeel, te koop bij biologische supermarkten. Invertsuiker kun je ook zelf maken uit gewone suiker, zie hier.
D’Heer houdt ‘de gewone huisvrouw’ op een afstand. De recepten zijn prachtig mooi. Vooral als je een ijssalon hebt of in je restaurant klassieke ijsdesserts wilt serveren. Maar dankzij de basisaanwijzingen in dit boek ben ik er toch in geslaagd een ijs te bereiden dat nu eens redelijk smeuïg was gebleven na twee dagen in de vriezer.
Hans d’Heer, IJskoude kunstjes. IJsbereidingen, milkshakes, coupes en ijstaarten (Lannoo/Schuyt & Co, Tielt/Haarlem, 1999, ISBN 9020937200)

Carolina Verhoeven, IJs. Ambachtelijk ijs bereiden

Thursday, May 20th, 2010

Herziene uitgave gewenst

Bol.com

De vlag dekt niet helemaal de lading, want behalve ambachtelijke ijsbereiding komt ook de geschiedenis van het consumptie-ijs aan bod, en dat is leuk. De tijdlijn die ik in het boek van Reinders (Een Coupe Speciaal) miste, staat hier wel in, met mooie illustraties. De enige opgegeven bron van IJs is ook dat boek van Reinders. Het verbaast me daarom wel dat, terwijl Reinders minstens een hele pagina besteedt aan het ontkrachten van de mythe dat Marco Polo recepten voor ijsbereiding uit China meenam, dat hier weer doodleuk op de tijdlijn staat. Al wordt dat wel voorzichtig gebracht met “Volgens de overlevering zou het [...]”, het staat er wèl. Na de tijdlijn volgt het uitgebreide basisrecept voor vanille-roomijs, net als de rest van het boekje rijk geïllustreerd met voorwerpen het Culinair-historisch Museum te Appelscha waarvan Verhoeven tot 2010 eigenaar was. Dit ijsboek verscheen dan ook bij de opening in 2006 van de ijsssalon bij het Kookmuseum, waar je inderdaad de heerlijkste ijzen kon eten. Vooral het Mannenijs staat me bij! Dan volgen adviezen voor het bewaren en serveren van ijs en een recept voor wafels bij ijs. Daarna staat een onvolledig recept voor vruchtenijs. Alleen het recept voor suikerstroop wordt gegeven, maar de verhouding vruchten/suikerstroop wordt niet gegeven (in het receptendeel staat nog een recept voor sorbetsiroop, ook zonder aanwijzingen wat er verder mee te doen). Vervolgens opnieuw een pagina met garneertips, en wederom een wafelrecept, dit keer voor ijshoorntjes. Na een pagina over waterijs, en foto’s van mooie ijsvormen, komen de overige ijsrecepten. Er staan enkele historische recepten in, zeven uit 1790, twee uit 1904, één uit 1908 en één uit het midden van de twintigste eeuw (ik mis hier de negentiende eeuw). Deze recepten (o.a. amandelcreme-ijs en witte kaas van eys), worden in hun oorspronkelijke versie gepresenteerd, zonder moderne bewerking of verklarende tekst erbij. De overige recepten zijn modern en van diverse herkomst, waaronder enkele van Carolina Verhoeven zelf en van haar dochter Imke. Sommige recepten zijn duidelijk voor een ijswinkeltje bestemd, want in het gemiddelde huishouden zul je niet gauw 4 ½ kilo ijs in één keer bereiden, en groene-appelpasta en sinasappelpuree lijken mij groothandelproducten.
Het historische deel is informatief (behalve Marco Polo dan) en overzichtelijk, hoewel wat beknopt, de basisrecepten voor roomijs en de wafels zijn goed, maar over het receptendeel had wat langer mogen worden nagedacht. De ijsbereider in spé wordt te veel aan zijn lot overgelaten. Als er ooit een tweede druk komt, laat dan iemand die recepten eens goed bekijken, en bewerken voor de moderne privékeuken en huishoudelijke ijsmachine (meestal voor 1 liter ijs). Maar toch blijft het leuk om te lezen dat er eind achttiende eeuw al ijs werd gegeten.
Carolina Verhoeven, IJs. Ambachtelijk ijs bereiden (In Boekvorm, 2006, ISBN 907754822X)

Pim Reinders, Een Coupe Speciaal. De wereldgeschiedenis van het consumptie-ijs

Monday, May 10th, 2010

Alles over ijs (maar geen recepten)

Bol.com
(alleen nog tweedehands verkrijgbaar)
Amazon.de
(Engelstalige editie; alleen nog tweedehands verkrijgbaar)

Grappig, een boek waaraan je meteen ziet wat het onderwerp is. Een Coupe Speciaal (in 1999 gelijktijdig met de Engelstalige versie Licks, Sticks & Bricks verschenen ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Unilever) ziet eruit als een reuze wafel-ijs in een servetje. Op het losse kartonnen servetje staan titel en auteur vermeld. Het uiterlijk van het boek zelf is, om de illusie vast te houden, geheel zonder tekst. Let er dus bij tweedehands exemplaren op dat dat ‘servetje’ erbij zit.
Het stevige, dikke boek barst van informatie en illustraties. Geen droog wetenschappelijk werk, ook niet louter een reclamefolder van Unilever. De auteur was vrij in de opzet van het boek en de uitvoering van zijn onderzoek. Wat je niet aantreft zijn recepten voor ijs.
Na het inleidende hoofdstuk waarin de auteur zijn motivatie en de opzet van het boek uiteenzet, wordt in drie hoofdstukken de geschiedenis van consumptie-ijs tot het eind van de negentiende eeuw beschreven, de pre-industriële periode. In het tweede deel wordt in zestien hoofdstukken de ontwikkeling van ambachtelijke naar industriële ijsproductie per land beschreven. Eerst komen de Engelstalige landen aan bod (V.S., Australië, Groot-Brittanië, Ierland), dan Scandinavië (Denemarken en Zweden), Duitsland/Zwitserland/Oostenrijk samen, vervolgens Nederland/België, Rusland, Zuid-Europa (Italië, Frankrijk, Spanje), Latijns-Amerika, Azië, en apart Japan. Afrika en het Midden-Oosten ontbreken. Het derde deel behandelt in één hoofdstuk de multinationals, en in het laatste hoofdstuk wordt alles nog eens samengevat. De auteur verantwoordt zijn bronnen in noten en een bibliografie, er zijn indices op onderwerpen, geografische namen, persoonsnamen  en zaaknamen/merknamen. Liefst 670 pagina’s telt het boek.
In het eerste, historische deel, rekent Reinders af met enkele foute theorieën: Nero at dus géén ijs, Marco Polo nam het procédé niet mee uit China, en Catharina de Medici introduceerde het Italiaanse ijs niet in Frankrijk. In de oudheid en middeleeuwen werd ijs ‘s winters ‘geoogst’,  of men liet in woestijnen ‘s nachts water in kuiltjes bevriezen. Al dat ijs werd in ijskelders bewaard om ‘s zomers dranken en voedsel mee te kunnen koelen. De geschiedenis van het consumptie-ijs begint pas in de zestiende eeuw, als in Noord-Italië de techniek van het vriezen nader wordt uitgewerkt. Reinders beschrijft verdere ontwikkelingen, zowel in de techniek van het vriezen als het eten van ijs, met aandacht voor prachtige ijskoelers en ijskopjes vanaf de zeventiende eeuw.
Ieder land heeft in de twintigste eeuw zo zijn eigen ontwikkeling doorgemaakt in de groei van het ijs-eten. In Ierland begon het bij de brick (een blok vanille-ijs) die ’s zondags na de mis werd gekocht en thuis werd gegeten, in Amerika had men ijssalons, in Frankrijk at men ijs in de bioscoop, in Italie at men sorbetijs in de opera, en in Nederland kocht je je ijsje bij de banketbakker. Het voorlaatste hoofdstuk gaat over de jongste ontwikkelingen van de grote multinationals, met successen als de Vienetta ijstaarten en de Magnum..
Kortom, een schatkist aan informatie over ijsproductie, maar toch wat ongeordend. Door de ontwikkeling per land te beschrijven komen wel keurig alle nationale producenten aan de orde, maar ik had toch graag een tijdlijn of schema gezien met algemene ontwikkelingen, en een overzicht van de smaken die in de diverse landen en perioden populair zijn (geweest). In het samenvattende slothoofdstuk komt dat niet genoeg uit de verf.
Informatief naslagwerk of leuk bladerboek, dat is aan de gebruiker. In beide gevallen zal hij zich niet bekocht voelen.  Wil je zelf ijs leren maken, dan moet je verder zoeken.
Pim Reinders, Een Coupe Speciaal. De wereldgeschiedenis van het consumptie-ijs (L.J. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 1999, ISBN 9020459325)

Peter de Clercq, De Petermolen. Outdoor cooking.

Sunday, May 9th, 2010

Leuk idee, slechte uitwerking

Proxis.be

Voor de Belgische digitale zender S.televisie –die sinds 2010 Stories heet- maakte Peter de Clercq enkele jaren het tv-programma Petermolen. De formule van het programma was: zet Peter met een BV-er (Bekende Vlaming) ergens aan de Belgische kust bij een barbecue neer, en laat ze roosteren, eten, en vooral praten. Want een kookprogramma moest het vooral niet zijn. Overigens, hier kun je afleveringen online bekijken (inclusief de aanprijzingen van de door Peter gebruikte producten), en hier staan recepten uit het programma. Ik heb enkele afleveringen gekeken, en ik vond het toch wel erg op een kookprogramma lijken, behalve dan de cameravoering: die was te laag om echt zicht te krijgen op handelingen en gerechten, maar wel goed om de blik op Peter en zijn gast te houden.
Maar de recensie gaat over het kookboek, niet over het programma (dat overigens wel nadrukkelijk aanwezig is in het boek, vooral in de foto’s). De culinaire inhoud begint met Barbecuetips. De meeste hiervan liggen voor de hand voor de ervaren roosteraar, maar voor de beginner loont het de moeite deze tips goed door te lezen, want in de recepten zelf wordt de techniek van het barbecuën niet uit de doeken gedaan. Kom ik nog op terug. Dan volgt een infomercialletje over gekruide smaakstokjes, tien recepten voor marinades, en daarna de recepten. Hierin strooit De Clercq met bijzondere vleessoorten. Leilander (een soort ham), Duke of Berkshire (een varkensras), Breydelspek (gekruid spek): misschien in Vlaanderen makkelijk aan te komen, maar de Nederlander zal het veel moeite kosten deze producten te vinden, of toch maar alternatieven moeten gebruiken.
Ieder recept staat op een hele pagina, met een portretfoto van het gerecht op de overliggende bladzijde. Kleine en grote gerechten staan door elkaar, aan het eind staan vijf zoete desserts. De vegetariër hoeft dit boek niet aan te schaffen, en ook de viseter niet: de drie gerechten met vis bevatten vlees, en op de tzatziki na ook alle groentegerechten.
Lees de recepten kritisch, want klakkeloos navolgen van de tekst kan voor rare resultaten zorgen. Of je bent een tijdje aan het puzzelen wat je moet doen. Het allereerste recept (Broodje gegrilde Leilander en camembert) geeft al meteen aan wat ik bedoel. De Leilanderham wordt gemarineerd en gegrilld, dan worden de opengesneden broodjes belegd met sla, gesauteerde ui en champignons, ham en camembert. En dan: “Smelt de camembert op het broodje” en “doe het broodje dicht”. Hoe, dat staat er niet bij. Dus dat hele opengeklapte en belegde broodje moet weer terug op de barbecue? De kaas ligt dan bovenop, zou het broodje dan niet verbranden voordat de camembert aan smelten toe is of gebruiken we een barbecue met deksel? Is de ovengrill dan niet handiger? Ander voorbeeld: gelukkig staat in de recepttitel op p.61 gegrilde rundsblokjes, en bij de ingrediënten rundsvlees, want bij het volprikken van de stokjes lees je: “Snijd de ui en paprika in stukken en maak een mooie brochette met de champignons ertussen”. Gelukkig zie je op de foto dat die blokjes rundvlees er ook nog tussen horen (sterker nog, op de foto zie je weer geen champignons). Foto’s zijn wel vaker handig, want de chitacki in het recept voor gamba’s met curry en cocosmelk (en spek) blijken dan shii-take paddenstoelen te zijn. Ronduit slecht is het recept voor Gemarineerde ribbetjes met hoisin (p.59). Na een nachtje in de marinade “grill [je] de ribbetjes gedurende 30 min op een matige grill”. Peter, zou je er niet bij zetten dat je die ribbetjes vooral NIET rechtstreeks boven de gloeiende kooltjes moet leggen als je niet van gecremeerd vlees houdt? Bovendien betwijfel ik of rauw varkensvlees in dertig minuten door en door gaar is als je dat op een open barbecue roostert. Maar dat zal wel aan mij liggen.
Halverwege het boek staan opeens zestien pagina’s over Petermolen in Kreta, veertien pagina’s bevatten uitsluitend foto’s zonder bijschriften, in de twee tekstpagina’s lees je wel iets over de opnames van het programma, maar helemaal niets over de Kretenzische keuken, alleen dat “op Kreta inspiratie zoeken voor een Grieks geïnspireerde [...] barbecue [...] wel voor de hand [ligt]”. Elders staan tussen de recepten vier Griekse gerechten (zonder dat daarbij aan Kreta of Griekenland wordt gerefereerd), waarvan er twee niet op de barbecue thuishoren (Stifado, een stoofschotel, en Moussaka, een ovenschotel) maar door Peter wel op gezet worden, en de bekende tzatziki (komkommer-yoghurtdip) voor bij geroosterde souflaki (lamsspiesjes).
Dit is niet het ultieme grill- en barbecueboek. Daarvoor wordt er veel te weinig aandacht aan techniek besteed, en de recepten zijn te onduidelijk opgeschreven. Niet geschikt dus voor beginnende kokers, maar volgens mij te weinig uitdagend voor de ervaren roosteraar, of het moet zijn dat die graag puzzels oplost. Bij de recepten staat niet met welke BV-er Peter ze heeft bereid, maar voor fans van het tv-programma of van De Clercq is het misschien een leuk boek.
Peter de Clercq, Petermolen. Outdoor cooking (Roularta books, Roeselare, 2007, ISBN 9789086790616)

Peter de Clercq, Roken

Sunday, April 4th, 2010

Gastronomisch roken

Bol.com

Sympathieke kop heeft die Peter. Op de omslagfoto staat hij breed grijnzend met een zij zalm naast een rookapparaat dat nog het meest doet denken aan een ouderwetse stoomlocomotief. De Clerq is eigenaar van het Belgische grillrestaurant Elckerlijc, wereldkampioen BBQ 2003,  en heeft al meerdere barbecueboeken op zijn naam staan. Aangezien er geen vuur zonder rook is, is het logisch dat De Clercq nu ook een boekje heeft gewijd aan de kunst van het roken van voedsel. En kunst is het. Waar andere rookboeken in de receptuur niet verder gaan dan het gerookte voedsel verwerken in een gerecht, is hier het roken zelf onderdeel van het recept: de ingrediëntenlijsten bevatten een aparte afdeling om te roken, waarin het rookmengsel wordt beschreven. Want houtmot of –schaafsel zijn noodzakelijk voor de rook en het basisaroma, maar de accenten komen van gedroogde appelschilletjes, kruidnagels, gedroogd zeewier, uienschillen of lavendeltakjes. Dit is gastronomisch roken. Gerookte ganzenlever met truffelschaafsel en tagliatelle, gerookt geitenkaasje, gerookte asperges met roerei en garnalen, recepten die je doen watertanden.

In zijn inleiding beschrijft De Clercq eerst kort de achtergrond van het roken, de grondstof (de brandstof en het materiaal dat de rook levert – dit is niet hetzelfde), de techniek van koud en warm roken, en waarin je dat kunt doen. De recepten zijn ingedeeld in twee hoofdstukken, Koud roken en Warm roken. (het laatste recept van Koud roken hoort overigens bij de recepten voor Warm roken). Alle recepten zijn mooi gefotografeerd. De recepten geven de ingrediënten, de tijd voor marineren/pekelen en drogen, hoeveelheid brandstof, rooktijd en -temperatuur, en de bereiding van de overige onderdelen van het gerecht. De Clercq gaat er van uit dat je weet welk rookapparaat je kunt gebruiken en hoe dat werkt.

Van de rookapparaten die De Clercq beschrijft is een wok met deksel op een vuurkorf is het simpelst, dan is er de ketelbarbecue, de rookkast, en de ultieme barbecue voor kookpyromanen: de chuck wagon. Het simpele rookdoosje is blijkbaar beneden de waardigheid van de barbecue-wereldkampioen om te vermelden, maar alle recepten voor warm roken zijn hierin wel te maken. Welke apparaten voor koud roken geschikt zijn geeft De Clercq niet goed aan. Bij de wok-op-vuurkorf staat dat de temperatuur moeilijk te regelen is, de rookkast is “ het ideale instrument voor zowel koud als warm roken”, maar bij de ketelbarbecue en de chuck wagon staat alleen iets over stabiele temperatuurregeling. Of er koud in gerookt kan worden staat er niet bij, en de recepten voor het koude roken geven geen uitsluitsel. Voor het koud roken van bijvoorbeeld vier konijnenfilets zijn twee kokosbriketten (de voorkeursbrandstof van De Clercq) nodig, waarmee 6 uur op 25 grC gerookt wordt. Maar kan dit alleen in een rookkast, of ook in mijn ketelbarbecue? En twee briketten, kunnen die zes uur achtereen smeulen? Ik heb alleen ervaring met warm roken, maar dit ga ik snel uitproberen, de resultaten zal ik hier vermelden. Misschien komt er nog een aardbeitje bij.
Peter de Clercq, Roken met Peter De Clercq (2003, Roularta Books, ISBN 9789086791118)

Tanja Dusy, Pannenkoeken en co.

Friday, March 26th, 2010

Geweldig! Fantastisch! Kopen!

Om te smullen


Bol.com
Amazon.de
(oorspronkelijke Duitstalige uitgave; geen verzendkosten)

Pannenkoeken maken blij. Zijn ze moeilijk te bereiden? Als je alle poedermixen en kant-en-klare beslagflessen moet geloven wel, want blijkbaar is het véél werk om zelf beslag te maken. Nou, dat valt reuze mee. In dit uit het Duits vertaalde themakookboekje uit de serie Fun Cooking van Deltas staan 43 recepten voor pannenkoeken, pancakes, flensjes, crêpes, blini’s en schmarrn, ingedeeld in zoet, groenten/kaas en vis/vlees. De recepten zijn duidelijk, met tijdsaanduidingen voor de voorbereiding, eventuele rusttijd van het beslag, en de bereiding. ook de voedingswaarde wordt aangegeven. In de korte inleiding wordt de basistechniek uitgelegd, welk keukengerei je nodig hebt, wat de verschillen tussen de verschillende soorten pannenkoeken zijn, en achterin staan wat tips voor restverwerking. In de inleiding wordt neutrale olie of ‘boterolie’ aangeraden als bakvet, boter verbrandt te snel. Er staat niet bij dat boterolie gewoon geklaarde boter is. Als je niet aan boterolie kunt komen, kan je het makkelijk zelf van boter maken. Ieder recept is gefotografeerd en echt, het water loopt je in de mond bij het zien van al die prachtige gerechten. Zo is er een heerlijke pannenkoek met kokos-ananasvulling, volkoren-kruidenpannenkoek, flensjes met geitenkaas en galettes met peren en spek. Een echte aanrader, ook voor beginnende koks!
Tanja Dusy, Pannenkoeken en co. (2009, Deltas, ISBN 9789044725575, oorspr. Pfannkuchen & Crêpes)

Jan Morgan, Gerookte gerechten

Thursday, March 18th, 2010

Zó doe je dat dus, voedsel roken!

Alleen nog tweedehands verkrijgbaar

Een oud boekje dit keer, uit 1988, zonder illustraties of foto’s. Maar bij mijn weten is dit wel het beste boekje dat in het Nederlands over het roken van voedsel is verschenen, dus als je het op marktplaats of boekwinkeltjes ziet opduiken: kopen!  Eerst komt de techniek van het roken aan de orde:  koud roken, warm roken in grotere ovens, en vooral warm roken in tafelmodel rookoventjes. Het pekelen krijgt veel aandacht, zowel natte als droge pekel, gekruid en zoet. Pekelen doe je niet alleen voor de smaak, maar om vooral bij koud roken bacteriegroei tegen te gaan. Bovendien wordt de structuur van het voedsel beter, en het krijgt die karakteristieke gouden rookglans, ook bij warm roken. Diverse droge en natte pekelmethoden komen aan de orde, net als de kruiden, specerijen en condimenten die je aan pekel kunt toevoegen. In plaats van pekelen, kun je voedsel ook marineren. Bij de hoofdstukken over de verschillende soorten voedsel (vis, vlees, wild en gevogelte, diversen) staan recepten voor de marinades, en voor pekels die het meest geschikt zijn voor het betreffende voedsel. Zo staan in het hoofdstuk Vlees recepten voor basispekel, pekel voor orgaanvlees, bierpekel voor varkensvlees, enkele marinades, kruidenmengsels om al dan niet gepekeld vlees mee in te wrijven voor het roken, en recepten voor het roken van varkensrollade, spareribs, lamsbout, kalfslever, worstjes en hamburgers. Na een apart hoofdstuk met recepten voor kruidenboters en sauzen bij het gerookte voedsel, volgt tot slot een deel met recepten voor gerechten waarin gerookt voedsel wordt verwerkt. De ‘gerookte bitterballen’ vond ik heel bijzonder, maar de ‘macaronisalade met gerookt vlees’, doperwtjes en ananas uit blik had voor mij niet gehoeven. De sterke kant van dit boek is de basis, en die zal niet snel verouderen. Wat je verder met het gerookte voedsel doet, kun je beter elders zoeken, of vertrouwen op je eigen culinaire inspiratie.
Jan Morgan, Gerookte gerechten (1988, BZZTôH, ISBN 9062913970)

Peter Lobs, Rook jij Rook ik

Tuesday, March 16th, 2010

Roken voor de sportvisser

Te bestellen bij onder andere deze site

Een boekje over roken dat voor het eerst verscheen in 1994, geschreven voor sportvissers, in opdracht van een bedrijf dat rookovens en benodigdheden daarvoor verkoopt.  Toch is de inhoud breder dan deze beschrijving doet vermoeden. Voor mij ligt de ‘opnieuw uitgebreide herdruk’ uit 2006. Peter Lobs is zelf sportvisser, valt uit de inleiding af te leiden. De nadruk ligt dan ook op het verwerken van gevangen vis, zo is er een overzicht van de in Nederlandse wateren voorkomende vissen, waaruit blijkt dat –naar de persoonlijke mening van Lobs- de meeste vissen het best tot hun recht komen als ze warm worden gerookt (op ongeveer 75 grC). Alleen haring, zalm en zeeforel smaken beter als ze koud worden gerookt (op slechts 25grC, maar wel langere tijd). Het schoonmaken en fileren van vis wordt beschreven, en er is ook aandacht voor het invriezen. Immers, als je een grote vangst hebt, kun je niet alles in één keer verwerken. Het roken van paling, makreel en haring wordt uitgebreid beschreven, en het boekje besluit met enkele beknopte recepten voor het warm roken van zalm, forel, mosselen, wild en gevogelte, kipfilet, eendeborst en kaas, gevolgd door drie marinades. Worst wordt wel genoemd, maar hoe je die zelf kunt maken en roken wordt niet beschreven.
Voor pekelzout –dat makkelijk zelf samen te stellen is- volstaat Lobs met het noemen van het kant-en-klare rookzout van MultiSmoke. Voor het pekelen van vis in een zoutoplossing (ook hier wordt rookzout van de opdrachtgever  aanbevolen) wordt goed beschreven wat het effect is van verschillende zoutconcentraties op de vis, en ook het drogen, een  handeling die door beginnende rokers wel achterwege wordt gelaten omdat ze er het belang niet van inzien, krijgt aandacht.
Voorafgaand aan de praktijk van het roken wordt het rookproces beschreven, en de verschillende modellen van MultiSmoke, van koelkastgrote rookovens waarin je tien kilo vis in één keer kunt roken tot aan een klein tafelmodel rookoventje waar net twee forellen in passen. En ook, dat vind ik leuk, een uitleg over het ombouwen van een oud olievat tot rookoven.
Tekeningen en kleurenfoto’s verduidelijken een en ander, en er zijn drie softfocus reclamefoto’s van een mooi paar dat geniet van de geneuchten van het sportvissen en roken van de vangst (zie ook de omslagfoto).
Voor recepten moet je dit boekje niet kopen. Maar wil je een duidelijke uitleg over de techniek van het roken in vooral grotere rookovens (hoewel veel natuurlijk ook voor de tafelmodelletjes geldt), dan heb je met dit boekje een goede aanschaf. .
Peter Lobs, Rook jij Rook ik. Alles over het roken (Publishing House facilities, Doetinchem, 2006 5de druk, ISBN 9076020035)

Cecile Thijssen, Gerookte lekkernijen

Thursday, March 11th, 2010

Voor de beginnende roker

Bol.com

Er zijn niet zo veel boekjes op de Nederlandstalige markt te krijgen over het roken van voedsel. Dit is er één van, geheel gewijd aan het kleine rookoventje voor warm roken. Als je een gedegen handleiding verwacht over het zelf warm roken van ingrediënten, dan zal dit boek teleurstellen, maar voor degene die net een rookoventje heeft aangeschaft of gekregen en inspriratie wil opdoen voor het verwerken van al dan niet zelfgerookte ingrediënten, staan er veel leuke recepten in. Ingedeeld in ‘kleine hapjes’, ‘voorgerechten’, ‘hoofdgerechten’, ‘groenten’ en ‘lunch- en brunchgerechten en tussendoortjes’, vind je recepten voor bijvoorbeeld souffleetjes van gerookte heilbot of gerookte paling met avocado, waarvoor je overigens makkelijk kant en klaar gerookte heilbot en paling kunt gebruiken (al staat dat niet bij de recepten), maar ook bruschetta met gerookte feta en tomaat, soep van gerookte uien, en gerookte kalfsbiefstukjes met basilicumboter. De illustraties zijn wat karig met slechts vier kleurenfoto’s van gerechten. Sommige recepten zijn heel eenvoudig, andere wat bewerkelijker, maar je zult in ieder geval plezier aan je rookoventje beleven.
De inleiding over de techniek van het roken is kort, en zal de beginnende roker zeker op weg helpen. Nu kan het zijn dat er gewoon verschillende theorieën zijn over de kunst van het roken, maar met een paar opmerkingen in die inleiding heb ik toch wel problemen. Zo vindt Thijssen dat je zalm “liever niet moet pekelen” voor het roken vanwege de “wat subtiele smaak” van de vis. Dat is onzin, de gerookte smaak van zalm gaat er wel degelijk op vooruit als je de vis eerst pekelt. Op Coquinaria heb ik daar enkele jaren geleden aandacht aan besteed, en ik krijg nog steeds af en toe mailtjes of telefoontjes van mensen die me vertellen dat ze nooit tevreden waren over de smaak van de warmgerookte zalm uit hun oventje, er miste altijd iets. Totdat ze de zalm vooraf gingen pekelen. Thijssen beschrijft overigens alleen nat pekelen, en dat alleen voor vis, terwijl je ook droog kunt pekelen, en ook vlees. Verder raadt zij aan altijd de te roken ingrediënten met vet te bestrijken. Voor magere producten inderdaad gewenst, maar zalm, sardientjes en bijvoorbeeld varkensvlees zijn van zichzelf al vet genoeg. De tabellen met rooktijden zijn prettig en overzichtelijk. Achterin staat een uitgebreid register waarin je ook op ingrediënt kunt zoeken. Een aardig, niet te diepgaand boekje voor de incidentele roker.
Cecile Thijssen, Gerookte lekkernijen. Bijzondere recepten voor de rookoven (Kosmos, Utrecht/Antwerpen, 2008, 18de druk, ISBN 9789021543048)