Archive for the ‘Tijdvak’ Category

Fransiscus van Stierbeeck, Traktaat van de kampernoeljes, genaamd duivelsbrood

Thursday, April 28th, 2011

Leuke uitgave van een interessant boekje over paddestoelen uit de zeventiende eeuw

Bol.com

De tekst is een kort tractaat (12 pagina’s) dat 1668 is gepubliceerd door Franciscus van Sterbeeck, secretaris van de bisschop van Antwerpen. De originele tekst staat achterin het boekje, en is ook op de website van Marleen Willebrands te raadplegen. Van Sterbeeck publiceerde in 1675 een veel uitgebreider werk over paddestoelen (het Theatrum fungorum oft het toneel der campernoelien), waarvan de tweede druk uit 1712 ook online te raadplegen is. In de gedrukte editie van het Traktaat van de kampernoeljes, genaamd duivelsbrood staat een vertaling in modern Nederlands met verklarende noten, een inleiding over Van Sterbeeck, een hoofdstuk over de benaming van paddestoelen bij van Sterbeeck (moeilijk te bepalen vaak), opvattingen over paddestoelen van medici en kruidenkundigen uit de zeventiende eeuw, en heel leuk, dertien bewerkte keukenrecepten die in het Traktaat en het Theatrum te vinden zijn.
Dit is niet een ‘paddestoelenkookboek’ maar een boek over paddestoelen in de zeventiende eeuw waar ook enkele recepten in staan. Interessante kost voor mycologen en culinair historici, curiositeitje voor de culinair avontuurlijken. Wat dacht je van gehaktballetjes van zwezerik, merg en paddestoelen?
Marleen Willebrands en Arno ‘t Hoog, Traktaat van de kampernoeljes, genaamd duivelsbrood (Uitg. Verloren, Hilversum, 2006, ISBN 9789065509178)
(Dit is een repost, de oorspronkelijke versie is per ongeluk verwijderd)

Vergelijking Pleyn Delit en The Medieval Cookbook

Monday, August 2nd, 2010

Veel plaatjes óf veel recepten, een moeilijke keuze

Pleyn Delit en The Medieval Cookbook bevatten beide middeleeuwse recepten van voornamelijk Engelse oorsprong, en zij presenteren die in dezelfde vorm: oorspronkelijke tekst OF vertaling als die tekst niet in het Engels was, en een bewerking voor de moderne keuken. Welk van beide boeken zou je als aspirant-koper kiezen, of schaf je alle twee de boeken aan? Hieronder zijn beide receptenverzamelingen met elkaar vergeleken, maar The Medieval Cookbook en Pleyn Delit zijn ook apart op deze site besproken.

Als je puur op het uiterlijk afgaat, is The Medieval Cookbook (MC) van Maggie Black aantrekkelijker: gedrukt op hagelwit papier, vierkant formaat, en ruim zestig illustraties, waarvan veel in kleur, met afbeeldingen van middeleeuwse maaltijden en andere zaken die met eten te maken hebben. Daarbij vergeleken steekt Pleyn Delit (PD) van Constance B. Hieatt, Brenda Hosington en Sharon Butler er povertjes bij af: zuurvrij maar wat grauw ogend papier, en slechts enkele, weliswaar charmante, kleine pentekeningen van Sharon Butler.
Hecht je vooral aan de inhoud, dan slaat de weegschaal toch door naar PD. Ruim drie keer zoveel recepten (142 tegen 45 in MC, de ‘medicijnen’ niet meegerekend), en alhoewel ook in PD de meeste recepten van Engelse herkomst zijn, worden er ook  Franse, Italiaanse en Arabische bronnen gebruikt. MC heeft wel een heel hoofdstuk aan de Ménagier de Paris gewijd, maar geeft er slechts twee recepten uit. Alle andere recepten zijn uit Engelse bronnen.

Ondanks dat beide boeken grotendeels in dezelfde vijver vissen (Engelse kookteksten), zijn er toch weinig doublures. Slechts twaalf recepten hebben ze gemeen, twee andere recepten hebben wel dezelfde recepttitel, maar komen uit verschillende bronnen en leveren andere gerechten op. Met die twaalf dubbele recepten kun je goed zien hoe het maken van moderne bewerkingen van één tekst tot verschillende gerechten kan leiden. Moderne weergaven van middeleeuwse recepten zijn altijd mogelijke interpretaties. Dankzij de originele teksten die MC en PD beide verschaffen, kan de koker oordelen of hij/zij het met de interpretatie eens is of niet. Zo zijn de champignons en pasté, kleine pasteitjes met paddestoelen, van de Ménagier de Paris (een Franse tekst uit de veertiende eeuw) in PD met Cheddar, Parmezaan, gember en peper, en in MC met Cheddar, zwarte peper en mosterdpoeder. Let wel, beide boeken gebruiken Cheddar, een Engelse kaas, in een recept uit een Frans kookboek! Het verschil in specerijen komt door de vage Oudfranse term “de la pouldre”: net zoals wij kerriepoeder gebruiken, hadden middeleeuwse koks de beschikking over allerlei specerijenmengsels van verschillende samenstelling. Overigens is mijn eigen versie (komt in november online op Coquinaria) met Brie, Gruyère, gember, kaneel, kruidnagels en paradijskorrels. Zo zie je dat één recepttekst tot heel verschillende gerechten kan leiden, zonder dat je overigens kunt spreken van een ‘goede’ of ‘foute’ versie.

Zowel MC als PD gaan er van uit dat verjus, long pepper en grains of paradise niet verkrijgbaar zijn. Verjus wordt anachronistisch vervangen door citroensap, terwijl appelazijn een beter substituut is. Lange peper kan inderdaad ook wel door gewone peper worden vervangen, en paradijskorrels door cardemom (hoewel een mengsel van cardemom en allspice of piment dichter in de buurt komt). Overigens zijn lange peper en paradijskorrels inmiddels bij de betere specerijenhandel gewoon te koop, óók via internet, net als verjus.

Beide boeken bieden genoeg recepten om verschillende middeleeuwse maaltijden te bereiden, PD heeft er wel veel méér. Beide boeken bieden ook beperkt achtergrondinformatie, waarbij de illustraties in MC een aanvullend beeld geven van middeleeuwse maaltijden. Beide boeken zijn ook beperkt in het culinaire spectrum: de nadruk ligt op Engelse bronnen. Hoewel hier wel mag worden vermeld dat juist de Engelse middeleeuwse kookteksten boeiend zijn vanwege de nauwe contacten die vanuit Engeland werden onderhouden met Sicilië, waardoor er ook Italiaanse en zelfs Arabische invloeden te bespeuren zijn. MC en PD hebben beide een recept voor Losyns (lasagne met kaas), en PD biedt ook Makerouns (macaroni, alleen geen pijpjes maar papardelle, ook met kaas) en  Ravieles (ravioli gevuld met ricotta, peterselie en salie, met geraspte kaas).

De keuze is moeilijk. Voor beide boeken geldt natuurlijk dat je de Engelse taal redelijk moet beheersen, en dat je ook met recepten van vooral Engelse herkomst genoegen wil nemen. Als dat zo is, en je voldoende ruimte in je boekenkast en portemonnee hebt, zou ik zeggen: koop ze allebei. Wil je gewoon eens wat uitproberen, of wil je een boekje met middeleeuwse recepten cadeau doen, kies dan MC, kook je vaker middeleeuws, dan biedt PD vanwege het grotere aantal recepten het meest.
Binnenkort volgen besprekingen van andere edities met bewerkte middeleeuwse recepten.

Constance B. Hieatt, Brenda Hosington, Sharon Butler, Pleyn Delit

Monday, August 2nd, 2010

Boeiende recepten uit de Middeleeuwen

Bol.com
Amazon.de
(geen verzendkosten)
Bookdepository.co.uk
(geen verzendkosten)

De titel Pleyn Delit is ontleend aan de omschrijving van de frankeleyn (hereboer) in de proloog van The Canterbury Tales van Geoffrey Chaucer (1343-1400), door J.P. Barnouw ooit vertaald met “volkomen zaligheid” *. Drie Canadese historicae hebben bijgedragen aan dit boek, een bloemlezing van middeleeuwse recepten van diverse herkomst, bewerkt voor de moderne keuken. De eerste editie uit 1976 was het resultaat van de samenwerking tussen Hieatt en Butler, en was verluchtigd met enkele bescheiden pentekeningen van Sharon Butler. Hosington vertaalde het boek in het Frans in 1977. Omdat er in die tijd nog weinig wetenschappelijke edities voorhanden waren van middeleeuwse kookteksten, moesten de dames zich behelpen met onbetrouwbare negentiende-eeuwse uitgaven. Daarom verscheen in 1996 een compleet herziene editie, nog steeds zonder illustraties (op de tekeningen van Sharon Butler na), van Constance Hieatt met medewerking van Brenda Hosington. Sharon Butler was inmiddels overleden. De bespreking hieronder betreft deze herziene editie, die nog makkelijk verkrijgbaar is.
Zie ook de vergelijking tussen dit boek en The medieval Cookbook, een andere verzameling met bewerkte recepten uit voornamelijk Engelse kookteksten.

In het voorwoord schrijft Hieatt dat er voor de nieuwe editie een aantal ‘eenvoudige’ recepten het veld heeft moeten ruimen ten gunste van uitdagender recepten, zonder dat de moderne kok wordt afgeschrikt door al te exotisch voer.
Voorafgaand aan de recepten staat beknopt  beschreven hoe de maaltijdopbouw was bij boeren, burgers, en edelen. Het maken van amandelmelk, een essentieel ingrediënt in de middeleeuwse keuken, wordt uitgelegd, en voor enkele voedingsmiddelen worden vervangers aangegeven (amydon, sap van bittere sinasappel, grains de paradis). Tot slot staan er vier voorbeeldmenu’s, en in een apart hoofdstukje omrekentabellen voor Engelse, Amerikaanse en Canadese (=metrische) hoeveelheden, in de recepten worden Amerikaanse eenheden gebruikt.
In dit boek staan 142 middeleeuwse recepten, bewerkt voor de moderne keuken maar op verantwoorde wijze gepresenteerd, met goede bronvermelding, en vaak met extra informatie over de ingrediënten, de plaats in het menu of de motivatie achter de moderne bewerking. De recepten zijn overzichtelijk ingedeeld naar soort gerecht: Hors d’oeuvres/Eggs/Cold Dishes, Soppes and Pottages, Sauces, Bruets/Stews/Other boiled dishes, Broiled/Baked/Roasted dishes, Desserts, Subtleties (‘spektakelgerechten’). De gebruikte bronnen uit de twaalfde tot en met vijftiende eeuw zijn overwegend Engels (ruim tweederde, waarvan de helft uit de Forme of Cury) en Frans (eenzesde, het merendeel uit de Ménagier de Paris), met enkele Italiaanse en Arabische recepten, en één Catalaans recept. Van de Engelse recepten wordt de originele versie gegeven, de andere staan alleen in (Engelse) vertaling. Sommige recepten zijn simpel, zoals de Frumenty (graanpap) en Fresyes (aardbeiensaus voor bij vlees), andere vereisen wat meer werk, zoals de Pyes of Flesch, Capauns, and Fesauntez (pasteien met vlees, kapoenen en fazanten), en de spektakelgerechten zijn natuurlijk leuk, zoals Chastletes (een kasteel van deeg compleet met torens met kantelen) en Pommes dorryse (gehaktballetjes in de vorm van appels).
In de bibliografie staan de voor de recepten gebruikte bronnen vet aangegeven achter de gebruikte edities (inderdaad vrijwel allemaal verschenen ná de eerste editie van Pleyn Delit in 1976). In de index staan de originele recepttitels vetgedrukt, de ingrediënten en soorten gerechten in staan in kapitaal met erachter alle recepten waar ze op van toepassing zijn, met de receptnummers erbij.
Als een wetenschappelijke editie van een middeleeuws kookboek je te ver gaat, maar je wilt toch zeker weten dat je middeleeuwse kookavonturen historisch juist zijn, dan biedt Pleyn Delit een scala aan smakelijke en gevarieerde recepten.
Constance B. Hieatt, Brenda Hosington, Sharon Butler, Pleyn Delit. Medieval Cookery for Modern Cooks. (University of Toronto Press, 1996, 2de herziene editie, ISBN 0802076327)
* (De vertellingen van de pelgrims naar Kantelberg, vertaald door Prof.dr A.J. Barnouw, 1930 – in mijn bezit de 4de druk van de Prisma uitgave uit 1977)

Maggie Black, The Medieval Cookbook

Monday, August 2nd, 2010

Leuk plaatjesboek met Engelse recepten uit de Middeleeuwen

Bol.com
Amazon.de
(geen verzendkosten)
Bookdepository.co.uk
(geen verzendkosten)

Dit boek wordt vaak aangeraden aan beginnende recreationists (mensen die het verleden willen herscheppen, recreëren, door bijvoorbeeld veldslagen na te spelen) als die op internetfora vragen naar een goed middeleeuws kookboek. Het Medieval Cookbook, geschreven door de Engelse culinair historica Maggie Black (1921-1999) en uitgegeven door The British Museum, biedt niet alleen recepten, maar is rijk geïllustreerd met historische afbeeldingen in kleur en zwartwit van maaltijden, keukens en ingrediënten. De eerste druk was in 1992, de paperbackeditie uit 1996 (diverse malen herdrukt, mijn editie is van 2002) is nog steeds makkelijk verkrijgbaar.
Zie ook de vergelijking tussen dit boek en Pleyn Delit, een andere verzameling met bewerkte recepten uit voornamelijk Engelse kookteksten.

In de inleiding beschrijft Black haar bronnen voor dit boek, dat vooral gaat over de Engelse keuken in de Middeleeuwen. Voor de eigenlijke kookboeken wordt de lezer slechts verwezen naar de bibliografie achterin, haar aandacht gaat vooral uit naar drie middeleeuwse teksten met achtergrondinformatie, Geoffrey Chaucer’s Canterbury Tales,  John Russel’s Boke of Nurture, en de helemaal niet Engelse Le Ménagier de Paris. Zij schetst verder het verloop van middeleeuwse maaltijden, van een alledaags maal via een picknick tijdens de jacht tot aan een feestbanket, drankgebruik, en remedies tegen katers e.d. (maar over de bron van de medicinale recepten krijgen we geen informatie).
De indeling van het boek is in thema’s: After Domesday, Chaucer’s Company, Life in the Cloister, The Goodman of Paris, Of Manners and Meals, The Court of Richard II, Courtly and Christmas Eating en Of Herbals and Simples. Die thema’s blijken wel enigszins uit de inleidende stukjes bij de hoofdstukken, maar amper uit de recepten zelf, zo zijn vijf van de zes recepten uit het hoofdstuk The Goodman of Paris niet uit dat Franse kookboek! Elders staat er nog één recept uit Le Ménagier de Paris, voor het overige gebruikt Black uitsluitend Engelse kookteksten. Beetje vreemd dan dat een heel hoofdstuk naar de Ménagier is genoemd, en in dat ene Franse recept schrijft Black in haar moderne bewerking dan ook nog Cheddar voor (een Engelse kaassoort). De inleiding bij het hoofdstuk Manners and Meals gaat helaas niet over tafelmanieren, maar over de opvoeding van jongens en meisjes van gegoeden huize, en de recepten (onder andere erwtensoep, rundergebraad, roomtaart) hebben echt niets met het onderwerp te maken. Gevolg hiervan is dat je niet ‘op gevoel’ kunt zoeken naar een recept, want een vleesgerecht of een zoet gerecht kan overal in het boek staan. Twee hoofdstukken zijn meer voorspelbaar: Life in the Cloister bevat uitsluitend groente- en visrecepten, en Of Herbals and Simples gaat over medicijnen.
De recepten beslaan een groot deel van het middeleeuwse culinaire spectrum, ik mis alleen de spektakelgerechten. Ze worden meestal in de oorspronkelijke versie gepresenteerd, zonder vertaling, wel met een moderne bewerking. Ruim eenderde van alle recepten (negentien stuks) komt uit het bekendste Engelse kookboek uit de Middeleeuwen, de Forme of cury, eind veertiende eeuw ontstaan aan het hof van de Engelse koning Richard II. De twee recepten uit de Ménagier de Paris, het recept uit het Cure Cocorum en de medische recepten uit MS. 136 van de Literary Society of London worden uitsluitend in vertalingen gegeven, maar niet van Black zelf. Ronduit raar vind ik dat één recept uit de Forme of cury (de Tartlettes op p.92) opeens uit een andere editie wordt geciteerd dan de overige achttien, het ontbreekt immers niet in die andere editie. Alle recepten hebben een duidelijke bronvermelding, en dankzij de oorspronkelijke versies kun je beslissen in hoeverre je de moderne bewerking trouw wilt volgen. De hoeveelheden worden in de recepten zowel in metrische, Amerikaanse en Britse (‘Imperial’) eenheden weergegeven: “1.1 litres/2 pints/5 cups water”.
Er zijn twee indices, op de oorpsronkelijke recepttitels, en op onderwerp.
De teksten zijn leuk geschreven, de plaatjes zijn mooi, de recepten zijn lekker (ook al valt hier en daar over de uitwerking te twisten), maar een goede inleiding in de keuken van de Middeleeuwen, zelfs alleen beperkt tot die van Engeland, is dit boek niet. Voor wie echter zijn eerste stappen zet in de middeleeuwse keuken, en wel wil koken maar niet bedolven wil worden onder informatie, is het absoluut een aanrader.
Maggie Black, The Medieval Cookbook. (The British Museum Press, 1992, 1996 [paperback], ISBN 071410583x)

Faas, Rond de tafel der Romeinen: vergelijking editie 1994 en 2000

Monday, May 3rd, 2010

Welk van beide edities moet je kiezen?

In mijn oorspronkelijke bespreking van Rond de tafel der Romeinen beloofde ik een vergelijking van de eerste druk uit 1994 en de tweede, herziene uitgave van dit boek uit 2000.
Hoewel de informatie in beide boeken in wezen hetzelfde is,  zijn het toch in sfeer  twee verschillende edities, die waarschijnlijk ieder ook andere mensen zullen aanspreken. De verschillen beginnen al aan de buitenkant. De originele uitgave heeft een groter formaat (160x230mm tegen 124x209mm), en een authentiek Romeins  vloermozaiek als omslagillustratie, de herziene uitgave toont een fragment  van een schilderij van Caravaggio uit de zestiende eeuw van de jonge, zieke Bacchus. De schrijver heet in 1994 nog P.C.P. Faas, in 2000 noemen we hem Patrick. Veelzeggend is de blurb op de achterkant: bij beide edities  “plaatst [Faas] het Romeinse eetgedrag in de context van de geschiedenis, de religie en de antieke samenleving”. Maar waar in de oorspronkelijke uitgave de lezer “verrast wordt door de verfijning van deze beruchte keuken” en ontdekt “dat niet alleen architectuur, literatuur en kunstnijverheid van de Romeinen ten grondslag liggen aan de Europese beschaving, maar ook de kookkunst”, wordt de aspirant-koper van de herziene editie gelokt met “Varkensoren, baarmoeders, uiers, darmen, flamingo, ibishersentjes of de eeltige slurf van een olifant” en gerechten als gevulde muizen en hersenpaté.
Bij het eerste doorbladeren leek de herziene uitgave wat armoediger. Bij natelling bleek het aantal illustraties met bijna de helft te zijn gereduceerd, en het papier is grover en geler. De lay-out is ook gewijzigd, waarschijnlijk vanwege het smallere formaat. In de eerste druk stonden Latijn en vertaling naast elkaar, in de herziene druk onder elkaar. Vooral bij langere tekstfragmenten is dat laatste minder prettig. Aan de andere kant is in de herziene uitgave de tekst beter gestructureerd door het plaatsen van meer tussenkoppen. Hieronder zie je het recept voor gekookte gans met kruidenpesto in de uitgave van 1994 (boven) en 2000 (onder). De marges zijn afgesneden, maar de verhoudingen kloppen. (more…)

Nawal Nasrallah, Annals of the Caliph’s Kitchens

Monday, April 5th, 2010

Geweldig! Fantastisch! Kopen!

De echte keuken van duizend-en-één-nacht

Amazon.de
(geen verzendkosten)
Bookdepository.co.uk
(geen verzendkosten)

De in Irak geboren en nu in Boston woonachtige culinair historica Nawal Nasrallah had al een kookboek over de Irakese keuken op haar naam staan, Delights from the Garden of Eden (recensie binnenkort), en zij heeft aangekondigd meer oude Arabische kookboeken in het Engels te vertalen. Dit is de eerste door haar verzorgde vertaling, van het oudste compleet overgeleverde Arabische kookboek, uit de tiende eeuw (de oudste bewaard gebleven Europese kookboeken dateren op z’n vroegst uit de tweede helft van de dertiende eeuw). De editie is in 2007 verschenen bij Brill, als deel 70 van de serie Islamic History and Civilization. Het kloeke boek is mooi om te zien en in de hand te houden, en bevat ook voor niet-arabisten veel waardevolle informatie. Allereerst is daar natuurlijk de inleiding, over dit speciefieke kookboek en andere Arabische kookboeken, over de eetcultuur in middeleeuws Bagdad, en over de gezondheidsleer. Dan volgt de vertaling van het kookboek, ongeveer 450 pagina’s boordevol recepten, wetenswaardigheden en fragmenten van gedichten, ruim voorzien van verklarende voetnoten. In de appendix worden de personen en plaatsnamen opgenoemd, waarbij ook de beroemde kalief uit duizend-en-één-nacht, Haroen al-Rashīd voorbij komt (op mijn receptensite heb ik een artikel gewijd aan één van zijn lievelingshapjes dat in dit kookboek staat).
Na 35 scherp afgedrukte kleurenplaten volgen de glossaria, Arabisch-Engels (260 pagina’s opgedeeld in categorieën) en Engels-Arabisch (ca 35 pagina’s, ook in categorieën). De Arabische woorden staan zowel in de geromaniseerde versie als in het Arabische alfabet, gerangschikt naar de volgorde van de geromaniseerde spelling. Net als de appendix met namen, verwijzen ook de glossaria niet rechtstreeks naar het vertaalde kookboek, je moet naar de index helemaal achterin het boek gaan om te zien waar in het kookboek een term voorkomt Dat vind ik omslachtig, vooral omdat de index ook al in categorieën is ingedeeld. Je blijft bladeren.
Het boek is niet goedkoop, maar elke cent waard. Koop het als je méér wilt weten over de Arabische (culinaire) cultuur of over de ontwikkeling van de middeleeuwse keuken. Het is een teksteditie, er staan geen bewerkte recepten bij. Als je er uit wilt koken, zul je de recepten zelf moeten interpreteren en aanpassen.
Nawal Nasrallah, Annals of the Caliphs’ Kitchens: Ibn Sayyar Al-Warraq’s Tenth-Century Baghdadi Cookbook (Islamic History and Civilization) (Brill, Leiden/Boston, 2007, ISBN 9789004158672)

Tilar Mazzeo, De Weduwe Clicquot

Monday, March 29th, 2010

Een gemiste kans

Bol.com
Amazon.de
(oorspronkelijke Engelstalige editie; geen verzendkosten)
Bookdepository.co.uk
(oorspronkelijke Engelstalige editie; geen verzendkosten)

Barbe-Nicole Ponsardin (1778-1866) groeide op in Reims tijdens de slotjaren van het Ancien Régime, de Franse Revolutie en de woelige periode erna, ze trouwde met wijnverkoper François Clicquot, en na diens overlijden in 1805 nam ze de leiding over van het wijnhuis. Tijdens de Napoleontische oorlogen wist ze dit uit te bouwen tot een fameus champagnehuis. Zij is ook degene die het proces van rémuage het eerst toepaste (en zo lang mogelijk geheim hield), waardoor de oorspronkelijk troebele champagnewijn zijn heldere, sprankelende aanzien kreeg en de favoriete drank bij uitstek werd.
Mazzeo is te prijzen dat zij aandacht besteedt aan deze zakenvrouw uit de negentiende eeuw. Maar wat jammer nou dat ze blijkbaar niet kon kiezen tussen de onderwerpen ‘zakenvrouwen in de 19de eeuw’ en ‘champagne’, noch tussen de genres ‘gefictionaliseerde biografie’ en ‘wetenschappelijk werk’. De vele eindnoten (30 pagina’s) en lange bibliografie (12 pagina’s) duiden op het laatste, maar vooral het begin en eind van haar boek bestaan, mede door het gebrek aan contemporaine bronnen, uit vrijblijvende weerspiegelingen over Barbe-Nicole. Dat past weer meer in het eerstgenoemde genre. De woorden ‘misschien’ en ‘waarschijnlijk’ komen veel te vaak voor, en de tekst bevat zoveel herhalingen, dat je je gaat afvragen of het boek eerst te dun was maar de schrijfster niet genoeg materiaal had voor een dikker exemplaar.
Drie te donker afgedrukte zwartwit-afbeeldingen zonder bijschriften (een portret van de oude weduwe, een vrouw die in een koets door een wijngaard rijdt en een onduidelijk kaartje van de Champagnestreek) dragen niet echt bij aan de inhoud van het boek. In de proloog beschrijft Mazzeo haar speurtocht in de archieven van Veuve Clicquot, en haar bezoek aan voormalige residenties van Champagnefamilies. Daar had ik dan wel foto’s of reproducties van 18de en 19de eeuwse afbeeldingen van willen zien.
Het register is goed georganiseerd: onder de term ‘vrouwen’ staan verwijzingen naar o.a. ‘maatschappelijke beperkingen’, ‘mode’, ‘opkomst van de moderne zakenvrouw’ en ‘superproevers’, onder ‘champagne’ ondermeer ‘belletjes’, ‘druiven’, ‘kleur’, ‘mengen’. Want, dat zou je bijna over het hoofd zien met die gefictionaliseerde gedachten en gevoelens, er staat wel veel wetenswaardigs in dit boek.
Tilar Mazzeo, De Weduwe Ckicquot. Het vrehaal van de vrouw die aan de basis stond van een champagne-imperium (2009, Artemis & Co, ISBN 9789047201281, oorspronkelijke publicatie 2008 The Widow Clicquot: The Story of a Champagne Empire and the Woman Who Ruled It, vertaling Albert Witteveen)

Marleen Willebrands, De verstandige kok

Thursday, March 18th, 2010

Heerlijke gerechten uit de Gouden Eeuw

Bol.com
(alleen nog tweedehands verkrijgbaar)

De Gouden Eeuw heeft in Nederland slechts één gedrukt kookboekje opgeleverd, dat samen met een handleiding voor de slachttijd en het inmaken van vruchten als bijlage verscheen bij handleidingen voor het ontwerp en onderhoud van de ‘buitens’ die in de zeventiende eeuw door rijke zakenlieden bijvoorbeeld aan de Vecht werden aangelegd: de Verstandige kok. Van de eerste versie uit 1667 is nooit een moderne uitgave verschenen, van de herziene versie vanaf 1669 is er de facsimile-editie door Joop Witteveen uit 1993 en de hertaalde uitgave van Marleen Willebrands uit 2006. Uit de ondertitel van haar boek, De rijke keuken van de Gouden Eeuw, blijkt duidelijk dat hier niet de keuken voor de simpele schoenmaker of boerenknecht wordt beschreven, maar die van de rijke burgerij (er staat wel een ‘schoenlapperstaart’ bij de recepten!).

Willebrands plaatst in de inleiding van haar editie van de Verstandige kok, De Hollandse slachttijd en De verstandige confituurmaker, deze teksten in een cultuur-historische context (de belangstelling voor nieuwe ontwikkelingen in de tuinbouw en het buitenleven, het hofdicht), beschrijft bekmopt de gezondheidsleer uit die tijd, en de opbouw en het verloop van maaltijden in de zeventiende eeuw. Dan volgt de teksteditie: de recepten zijn hertaald naar modern Nederlands, en worden regelmatig onderbroken met associatieve informatie over ingrediënten, keukengerei en -technieken. Erg leuk om te lezen, maar je raakt zo wel af en toe de draad kwijt. Ik had graag achterin naast het alfabetische register een systematische index gezien waarin de zeer diverse onderwerpen (kalkoen, zalm, taartpan, vinkenbaan, vladen) overzichtelijk per categorie gerangschikt staan.
Een ander gemis vind ik dat de oudere drukken wel ter sprake komen, maar dat de verdwenen recepten niet in de inleiding nader worden gespecificeerd, en dat er méér bronnen zijn (blijkt ook weer uit de informatie tussen de recepten door) dan er in de inleiding worden genoemd, zoals Le cuisinier François van La Varenne uit 1651.
Op haar eigen site heeft Willebrands transcripties opgenomen van zowel de vernieuwde editie uit 1669 als die van de eerste druk uit 1667, zodat men ook de oorspronkelijke, zeventiende-eeuwse teksten kan inzien. Voor pietepeuten zoals ik is dat een waardevolle toevoeging.
De talrijke (zwartwit) illustraties zijn leuke aanvullingen op de vlot geschreven tekst. Achterin staan ruim twintig voor de moderne keuken bewerkte recepten (helaas zonder foto’s). Al met al is deze editie een aantrekkelijk boek voor iedereen die meer wil weten van de Hollandse keuken in de Gouden Eeuw. Dankzij de hertaling is kennis van zeventiende-eeuws Nederlands niet nodig.
Marleen Willebrands, De verstandige kok. De rijke keuken van de Gouden Eeuw (2006, Pereboom, ISBN 9789077455203)

Terence Scully, La Varenne’s cookery

Tuesday, March 9th, 2010

Geweldig! Fantastisch! Kopen!

Het begin van de klassieke Franse keuken

Bol.com
Amazon.de
(geen verzendkosten)
Bookdepository.co.uk
(geen verzendkosten)

François Pierre, Sieur de la Varenne (ca 1615-1678) is de auteur van Le cuisinier François, het boek dat in 1651 de start inluidde van een periode van ontwikkelingen die het definitieve afscheid van middeleeuwse elementen in de keuken betekenden, en het begin van de klassieke Franse kookstijl. De Canadese wetenschapper Terence Scully heeft een uitstekende Engelse vertaling verzorgd van dit boek, samen met Le patissier François en Le confiturier François (de eerste zeker, de ander hoogstwaarschijnlijk ook geschreven door La Varenne).
Na een boeiende inleiding over La Varenne, zijn drie boeken en de Franse keuken in de zeventiende eeuw volgen de vertalingen van de Franse Kok, Pasteibakker en Confituurmaker, met commentaar, en met talrijke verwijzingen naar Escoffier. Achterin staan uitgebreide registers op onderwerp (Engelse trefwoorden, maar wel met de Franse versies uit de 17de eeuw erbij). Dat zie je laatste jaren wel vaker in dit soort uitgaven: registers die eerst zijn onverderdeeld in categorieën en subcategorieën. Het gevolg is dat je eerst de inhoudsopgave moet raadplegen om te zien waar de door jou gezochte subcategorie zich bevindt (het register telt 78 pagina’s in 5 categoriën en 13 subcategorieën). Aan de ene kant handig om alles naar aard bij elkaar te vinden, maar een doodgewone alfabetische index als extraatje was toch wel fijn geweest, net als een simpel receptenoverzicht.
Er staan geen moderne bewerkingen van recepten in dit boek, maar wie enige ervaring heeft met koken, enige achtergrondkennis heeft van de periode, en de moeite neemt ook de voetnoten bij de tekst te lezen, heeft een ware schat aan recepten tot zijn beschikking: koninginnesoep in vier varianten (voor vlees- en vastendagen), het maken van marsepein, pasteideeg, vruchtencompôtes, oranjebloesemwater, truffelragout, gevuld speenvarken, doperwtjes met stoofsla, limonade, het is maar een handjevol van de honderden gerechten die in de kringen rond Lodewijk de Veertiende op tafel kwamen.
Hoewel ik begrijp dat het vanwege de omvang van het boek (nu 626 pagina’s) niet praktisch was de originele Franse tekst bij de vertaling te zetten, vind ik dat toch jammer. Gelukkig is er in ieder geval van Le cuisinier François een online reproductie te vinden, wie daar behoefte aan heeft kan dus toch de originele Franse tekst vergelijken met de Engelse vertaling van Scully.
Al met al een standaardwerk dat nog jaren zijn waarde zal behouden.
Terence Scully, La Varenne’s cookery. The French cook; The French pastry chef; The French confectioner. François Pierre, Sieur de la Varenne. (2006, Prospect Books, Allaleigh House, Blackawton, ISBN 1903018412)

Evert Kornmayer, Keltisches Kochbuch

Saturday, March 6th, 2010

Leuk voor LARPers

Bol.com
Amazon.de
(geen verzendkosten)
Bookdepository.co.uk
(geen verzendkosten)

Het eerste dat opvalt aan dit Duitstalige boek is het lettertype, en dat is niet goed. Een lettertype mag niet afleiden van de inhoud. Het gebruikte font is een mengelmoes van uncialen en kapitalen. Leuk voor hoofdstuk- en recepttitels, maar niet voor de hele tekst.

Kornmayer, die diverse kookboeken op zijn naam heeft staan (waaronder een ruim 500 pagina’s dik boek met Klassische & moderne Rezepte aus Holland) presenteert Keltische gerechten uit de tijd van 800 voor Christus tot het begin van onze jaartelling. De auteur verzekert ons diverse malen van de wetenschappelijk verantwoorde basis van zijn gereconstrueerde recepten, maar vermeldt ook diverse malen dat hij die bronnen niet bij de recepten vermeldt, “um Wiederholung zu vermeiden”.Het is géén wetenschappelijk werk, maar hij hoopt dat het toch in de wetenschap gebruikt gaat worden. Nu kan ik me voorstellen dat een uitgebreid notenapparaat in een kookboek niet nodig is, maar als je je werk baseert op wetenschappelijk onderzoek en daar nadrukkelijk op wijst, dan is het minste wat je doet toch voorzien in een bibliografie. En die ontbreekt. Net als overigens foto’s van de gerechten, de spaarzame illustraties zijn pentekeningen naar Keltische motieven.
Na deze kritische opmerkingen dan het positieve: de inleidende hoofdstukjes vertellen duidelijk wat de Kelten wel en niet aten, en hoe ze aten. Er is aandacht voor de Keltische kalender met bijbehorende feestdagen. Er is ook een stukje over maten en gewichten, maar ik betwijfel of de Keltische koks met weegschalen in de weer waren. De recepten zijn overigens overwegend geschreven voor de moderne keuken.
Het gebrek aan overgeleverde Keltische recepten geeft bij het reconstrueren ervan “viel Raum für kulinarische Fantasien”, maar de auteur is er toch in geslaagd om authentiek aandoende gerechten samen te stellen. Ze zijn ingedeeld in soepen/eenpansgerechten, breien (basisvoedsel), groente/graan, zuivel, véél vleesrecepten, onderverdeeld naar diersoort, worsten, vis, schaal- en schelpdieren, hartige en zoete broden, moes/compôte, drank, en basisgerechten als bouillon van vlees, vis, kip en groente, reuzel en zuurdesem. Daslooksoep, schorseneren met spek, paardebloemsalade, geroosterde varkenskarbonaden met jeneverbessen, kip in bier, lijsterbesmoes, het zijn enkele van de recepten die iedere LARPer in de tijdsperiode van de ijzertijd en vroege Middeleeuwen met gerust hart kan bereiden.
Evert Kornmayer, Keltisches Kochbuch. Eine Sammlung Keltischer Speisen auf Basis archaeologischer Erkenntnisse und historischer Quellen. (2008, Verlag Gebrüder Kornmayer, ISBN 9783938173336) Duitstalig