Archive for the ‘Culinaire geschiedenis’ Category

Marian Douma, Betzy’s kookboek. Recepten van en door Vlielanders

Sunday, August 8th, 2010

Voor het perfecte ‘Vlielandgevoel’

De ondertitel is duidelijk: in dit boek staan recepten verzameld die door bewoners van het waddeneiland Vlieland bijeen zijn gebracht. Het boek is verschenen ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van Museum Tromp’s Huys op Vlieland. En dat verklaart dan de titel, want genoemde Betzy is de zeeschilderes Betzy Akersloot-Berg (1850-1922) die vanaf 1896 tot aan haar dood, met haar man in Tromp’s Huys woonde. Hoewel in de blurb op de achterkant staat dat zij “veel tijd door[bracht] in haar moestuin op Vlieland” en “hield van lekker eten en van een gerecht als Betzy’s Zakkoek”, is daar in het boek zelf geen aanwijzing voor te vinden, of het moet de foto op de voorkant van het boek zijn waarin Betzy in haar moestuin staat. Nergens blijkt dat er een kookboek of zelfs maar losse blaadjes met recepten van Betzy’s hand bekend zijn. Leuk om zo’n boek aan een persoon op te hangen, maar dan moet die kapstok toch wel wat robuuster worden uitgewerkt.
En die kapstok heeft het boek helemaal niet nodig, want ook zonder Betzy is het een bijzonder leuk document over de bewoners van Vlieland en het eiland zelf. De recepten worden afgewisseld met stukjes over aspecten van het eilandleven of aan boord van schepen, of persoonlijke herinneringen, zoals die van de heer Molenaar (1868-1939) die in het Vlielands dialect schreef over o.a. het zoeken naar mosselen (de vertaling staat erbij!). In de inhoudsopgave, tevens register, staan alle recepten en stukjes genoemd.
Het waddeneiland was tot ver in de twintigste eeuw tamelijk geïsoleerd van de buitenwereld. De keuken weerspiegelt dat: de moestuin was belangrijk, maar ook van de aanwezige natuurlijke bronnen werd gebruik gemaakt, zoals vis en mosselen, konijn, fazant, eend, meeuweneieren, en vruchten van de duindoorn, rozebottels, en paddestoelen. Er staat ook een recept voor Cranberryjam in. Daarbij staat te lezen dat de bevolking tot 1975 in het hoogseizoen van de cranberries géén bessen mocht plukken, die waren allemaal voor de handel bestemd. Uit de recepten krijg je de indruk van een simpele, maar degelijke keuken: Havermoutpap, Gestoofde paling, Fazant met zuurkool, Gort met rozijnen, Duindoornjam, Rode bietjes met zure haring salade, en een mysterieus gerecht als Kissebillen.
Bij de stukjes staan oude foto’s zonder bijschriften, en door het boek heen staan schilderijen met zeezichten van Betzy Akersloot-Berg. De recepten zijn niet gefotografeerd, ze zijn verluchtigd met weinig zinvolle foto’s van ingrediënten en voorwerpen, zoals bij het recept voor Gevulde makreel een velletje gekreukeld aluminiumfolie, en bij Gegratineerde kabeljauw een peterselietakje.
Dit is een erg leuk boek om door te bladeren. Voor de Vlielanders zelf, die er waarschijnlijk veel in zullen herkennen, en voor bezoekende toeristen die thuis het ‘Vlielandgevoel’ willen recreëren. En natuurlijk is dit boek ook interessant voor iedereen die geïnteresseerd is streekkeukens en regionale geschiedenis.
Marian Douma, Betzy’s kookboek (Museum Tromp’s Huys/Uitgeverij d’jonge Hond, 2010, ISBN 9789089101792)


Betzy’s kookboek
Marian Douma

Vergelijking Pleyn Delit en The Medieval Cookbook

Monday, August 2nd, 2010

Veel plaatjes óf veel recepten, een moeilijke keuze

Pleyn Delit en The Medieval Cookbook bevatten beide middeleeuwse recepten van voornamelijk Engelse oorsprong, en zij presenteren die in dezelfde vorm: oorspronkelijke tekst OF vertaling als die tekst niet in het Engels was, en een bewerking voor de moderne keuken. Welk van beide boeken zou je als aspirant-koper kiezen, of schaf je alle twee de boeken aan? Hieronder zijn beide receptenverzamelingen met elkaar vergeleken, maar The Medieval Cookbook en Pleyn Delit zijn ook apart op deze site besproken.

Als je puur op het uiterlijk afgaat, is The Medieval Cookbook (MC) van Maggie Black aantrekkelijker: gedrukt op hagelwit papier, vierkant formaat, en ruim zestig illustraties, waarvan veel in kleur, met afbeeldingen van middeleeuwse maaltijden en andere zaken die met eten te maken hebben. Daarbij vergeleken steekt Pleyn Delit (PD) van Constance B. Hieatt, Brenda Hosington en Sharon Butler er povertjes bij af: zuurvrij maar wat grauw ogend papier, en slechts enkele, weliswaar charmante, kleine pentekeningen van Sharon Butler.
Hecht je vooral aan de inhoud, dan slaat de weegschaal toch door naar PD. Ruim drie keer zoveel recepten (142 tegen 45 in MC, de ‘medicijnen’ niet meegerekend), en alhoewel ook in PD de meeste recepten van Engelse herkomst zijn, worden er ook  Franse, Italiaanse en Arabische bronnen gebruikt. MC heeft wel een heel hoofdstuk aan de Ménagier de Paris gewijd, maar geeft er slechts twee recepten uit. Alle andere recepten zijn uit Engelse bronnen.

Ondanks dat beide boeken grotendeels in dezelfde vijver vissen (Engelse kookteksten), zijn er toch weinig doublures. Slechts twaalf recepten hebben ze gemeen, twee andere recepten hebben wel dezelfde recepttitel, maar komen uit verschillende bronnen en leveren andere gerechten op. Met die twaalf dubbele recepten kun je goed zien hoe het maken van moderne bewerkingen van één tekst tot verschillende gerechten kan leiden. Moderne weergaven van middeleeuwse recepten zijn altijd mogelijke interpretaties. Dankzij de originele teksten die MC en PD beide verschaffen, kan de koker oordelen of hij/zij het met de interpretatie eens is of niet. Zo zijn de champignons en pasté, kleine pasteitjes met paddestoelen, van de Ménagier de Paris (een Franse tekst uit de veertiende eeuw) in PD met Cheddar, Parmezaan, gember en peper, en in MC met Cheddar, zwarte peper en mosterdpoeder. Let wel, beide boeken gebruiken Cheddar, een Engelse kaas, in een recept uit een Frans kookboek! Het verschil in specerijen komt door de vage Oudfranse term “de la pouldre”: net zoals wij kerriepoeder gebruiken, hadden middeleeuwse koks de beschikking over allerlei specerijenmengsels van verschillende samenstelling. Overigens is mijn eigen versie (komt in november online op Coquinaria) met Brie, Gruyère, gember, kaneel, kruidnagels en paradijskorrels. Zo zie je dat één recepttekst tot heel verschillende gerechten kan leiden, zonder dat je overigens kunt spreken van een ‘goede’ of ‘foute’ versie.

Zowel MC als PD gaan er van uit dat verjus, long pepper en grains of paradise niet verkrijgbaar zijn. Verjus wordt anachronistisch vervangen door citroensap, terwijl appelazijn een beter substituut is. Lange peper kan inderdaad ook wel door gewone peper worden vervangen, en paradijskorrels door cardemom (hoewel een mengsel van cardemom en allspice of piment dichter in de buurt komt). Overigens zijn lange peper en paradijskorrels inmiddels bij de betere specerijenhandel gewoon te koop, óók via internet, net als verjus.

Beide boeken bieden genoeg recepten om verschillende middeleeuwse maaltijden te bereiden, PD heeft er wel veel méér. Beide boeken bieden ook beperkt achtergrondinformatie, waarbij de illustraties in MC een aanvullend beeld geven van middeleeuwse maaltijden. Beide boeken zijn ook beperkt in het culinaire spectrum: de nadruk ligt op Engelse bronnen. Hoewel hier wel mag worden vermeld dat juist de Engelse middeleeuwse kookteksten boeiend zijn vanwege de nauwe contacten die vanuit Engeland werden onderhouden met Sicilië, waardoor er ook Italiaanse en zelfs Arabische invloeden te bespeuren zijn. MC en PD hebben beide een recept voor Losyns (lasagne met kaas), en PD biedt ook Makerouns (macaroni, alleen geen pijpjes maar papardelle, ook met kaas) en  Ravieles (ravioli gevuld met ricotta, peterselie en salie, met geraspte kaas).

De keuze is moeilijk. Voor beide boeken geldt natuurlijk dat je de Engelse taal redelijk moet beheersen, en dat je ook met recepten van vooral Engelse herkomst genoegen wil nemen. Als dat zo is, en je voldoende ruimte in je boekenkast en portemonnee hebt, zou ik zeggen: koop ze allebei. Wil je gewoon eens wat uitproberen, of wil je een boekje met middeleeuwse recepten cadeau doen, kies dan MC, kook je vaker middeleeuws, dan biedt PD vanwege het grotere aantal recepten het meest.
Binnenkort volgen besprekingen van andere edities met bewerkte middeleeuwse recepten.

Constance B. Hieatt, Brenda Hosington, Sharon Butler, Pleyn Delit

Monday, August 2nd, 2010

Boeiende recepten uit de Middeleeuwen

De titel Pleyn Delit is ontleend aan de omschrijving van de frankeleyn (hereboer) in de proloog van The Canterbury Tales van Geoffrey Chaucer (1343-1400), door J.P. Barnouw ooit vertaald met “volkomen zaligheid” *. Drie Canadese historicae hebben bijgedragen aan dit boek, een bloemlezing van middeleeuwse recepten van diverse herkomst, bewerkt voor de moderne keuken. De eerste editie uit 1976 was het resultaat van de samenwerking tussen Hieatt en Butler, en was verluchtigd met enkele bescheiden pentekeningen van Sharon Butler. Hosington vertaalde het boek in het Frans in 1977. Omdat er in die tijd nog weinig wetenschappelijke edities voorhanden waren van middeleeuwse kookteksten, moesten de dames zich behelpen met onbetrouwbare negentiende-eeuwse uitgaven. Daarom verscheen in 1996 een compleet herziene editie, nog steeds zonder illustraties (op de tekeningen van Sharon Butler na), van Constance Hieatt met medewerking van Brenda Hosington. Sharon Butler was inmiddels overleden. De bespreking hieronder betreft deze herziene editie, die nog makkelijk verkrijgbaar is.
Zie ook de vergelijking tussen dit boek en The medieval Cookbook, een andere verzameling met bewerkte recepten uit voornamelijk Engelse kookteksten.

In het voorwoord schrijft Hieatt dat er voor de nieuwe editie een aantal ‘eenvoudige’ recepten het veld heeft moeten ruimen ten gunste van uitdagender recepten, zonder dat de moderne kok wordt afgeschrikt door al te exotisch voer.
Voorafgaand aan de recepten staat beknopt  beschreven hoe de maaltijdopbouw was bij boeren, burgers, en edelen. Het maken van amandelmelk, een essentieel ingrediënt in de middeleeuwse keuken, wordt uitgelegd, en voor enkele voedingsmiddelen worden vervangers aangegeven (amydon, sap van bittere sinasappel, grains de paradis). Tot slot staan er vier voorbeeldmenu’s, en in een apart hoofdstukje omrekentabellen voor Engelse, Amerikaanse en Canadese (=metrische) hoeveelheden, in de recepten worden Amerikaanse eenheden gebruikt.
In dit boek staan 142 middeleeuwse recepten, bewerkt voor de moderne keuken maar op verantwoorde wijze gepresenteerd, met goede bronvermelding, en vaak met extra informatie over de ingrediënten, de plaats in het menu of de motivatie achter de moderne bewerking. De recepten zijn overzichtelijk ingedeeld naar soort gerecht: Hors d’oeuvres/Eggs/Cold Dishes, Soppes and Pottages, Sauces, Bruets/Stews/Other boiled dishes, Broiled/Baked/Roasted dishes, Desserts, Subtleties (‘spektakelgerechten’). De gebruikte bronnen uit de twaalfde tot en met vijftiende eeuw zijn overwegend Engels (ruim tweederde, waarvan de helft uit de Forme of Cury) en Frans (eenzesde, het merendeel uit de Ménagier de Paris), met enkele Italiaanse en Arabische recepten, en één Catalaans recept. Van de Engelse recepten wordt de originele versie gegeven, de andere staan alleen in (Engelse) vertaling. Sommige recepten zijn simpel, zoals de Frumenty (graanpap) en Fresyes (aardbeiensaus voor bij vlees), andere vereisen wat meer werk, zoals de Pyes of Flesch, Capauns, and Fesauntez (pasteien met vlees, kapoenen en fazanten), en de spektakelgerechten zijn natuurlijk leuk, zoals Chastletes (een kasteel van deeg compleet met torens met kantelen) en Pommes dorryse (gehaktballetjes in de vorm van appels).
In de bibliografie staan de voor de recepten gebruikte bronnen vet aangegeven achter de gebruikte edities (inderdaad vrijwel allemaal verschenen ná de eerste editie van Pleyn Delit in 1976). In de index staan de originele recepttitels vetgedrukt, de ingrediënten en soorten gerechten in staan in kapitaal met erachter alle recepten waar ze op van toepassing zijn, met de receptnummers erbij.
Als een wetenschappelijke editie van een middeleeuws kookboek je te ver gaat, maar je wilt toch zeker weten dat je middeleeuwse kookavonturen historisch juist zijn, dan biedt Pleyn Delit een scala aan smakelijke en gevarieerde recepten.
Constance B. Hieatt, Brenda Hosington, Sharon Butler, Pleyn Delit. Medieval Cookery for Modern Cooks. (University of Toronto Press, 1996, 2de herziene editie, ISBN 0802076327)
* (De vertellingen van de pelgrims naar Kantelberg, vertaald door Prof.dr A.J. Barnouw, 1930 – in mijn bezit de 4de druk van de Prisma uitgave uit 1977)

Pleyn Delit 2/E
Pleyn Delit 2/E
Constance B. Hieatt, Brenda M. Hosington
& Sharon Butler

Maggie Black, The Medieval Cookbook

Monday, August 2nd, 2010

Leuk plaatjesboek met Engelse recepten uit de Middeleeuwen

Dit boek wordt vaak aangeraden aan beginnende recreationists (mensen die het verleden willen herscheppen, recreëren, door bijvoorbeeld veldslagen na te spelen) als die op internetfora vragen naar een goed middeleeuws kookboek. Het Medieval Cookbook, geschreven door de Engelse culinair historica Maggie Black (1921-1999) en uitgegeven door The British Museum, biedt niet alleen recepten, maar is rijk geïllustreerd met historische afbeeldingen in kleur en zwartwit van maaltijden, keukens en ingrediënten. De eerste druk was in 1992, de paperbackeditie uit 1996 (diverse malen herdrukt, mijn editie is van 2002) is nog steeds makkelijk verkrijgbaar.
Zie ook de vergelijking tussen dit boek en Pleyn Delit, een andere verzameling met bewerkte recepten uit voornamelijk Engelse kookteksten.

In de inleiding beschrijft Black haar bronnen voor dit boek, dat vooral gaat over de Engelse keuken in de Middeleeuwen. Voor de eigenlijke kookboeken wordt de lezer slechts verwezen naar de bibliografie achterin, haar aandacht gaat vooral uit naar drie middeleeuwse teksten met achtergrondinformatie, Geoffrey Chaucer’s Canterbury Tales,  John Russel’s Boke of Nurture, en de helemaal niet Engelse Le Ménagier de Paris. Zij schetst verder het verloop van middeleeuwse maaltijden, van een alledaags maal via een picknick tijdens de jacht tot aan een feestbanket, drankgebruik, en remedies tegen katers e.d. (maar over de bron van de medicinale recepten krijgen we geen informatie).
De indeling van het boek is in thema’s: After Domesday, Chaucer’s Company, Life in the Cloister, The Goodman of Paris, Of Manners and Meals, The Court of Richard II, Courtly and Christmas Eating en Of Herbals and Simples. Die thema’s blijken wel enigszins uit de inleidende stukjes bij de hoofdstukken, maar amper uit de recepten zelf, zo zijn vijf van de zes recepten uit het hoofdstuk The Goodman of Paris niet uit dat Franse kookboek! Elders staat er nog één recept uit Le Ménagier de Paris, voor het overige gebruikt Black uitsluitend Engelse kookteksten. Beetje vreemd dan dat een heel hoofdstuk naar de Ménagier is genoemd, en in dat ene Franse recept schrijft Black in haar moderne bewerking dan ook nog Cheddar voor (een Engelse kaassoort). De inleiding bij het hoofdstuk Manners and Meals gaat helaas niet over tafelmanieren, maar over de opvoeding van jongens en meisjes van gegoeden huize, en de recepten (onder andere erwtensoep, rundergebraad, roomtaart) hebben echt niets met het onderwerp te maken. Gevolg hiervan is dat je niet ‘op gevoel’ kunt zoeken naar een recept, want een vleesgerecht of een zoet gerecht kan overal in het boek staan. Twee hoofdstukken zijn meer voorspelbaar: Life in the Cloister bevat uitsluitend groente- en visrecepten, en Of Herbals and Simples gaat over medicijnen.
De recepten beslaan een groot deel van het middeleeuwse culinaire spectrum, ik mis alleen de spektakelgerechten. Ze worden meestal in de oorspronkelijke versie gepresenteerd, zonder vertaling, wel met een moderne bewerking. Ruim eenderde van alle recepten (negentien stuks) komt uit het bekendste Engelse kookboek uit de Middeleeuwen, de Forme of cury, eind veertiende eeuw ontstaan aan het hof van de Engelse koning Richard II. De twee recepten uit de Ménagier de Paris, het recept uit het Cure Cocorum en de medische recepten uit MS. 136 van de Literary Society of London worden uitsluitend in vertalingen gegeven, maar niet van Black zelf. Ronduit raar vind ik dat één recept uit de Forme of cury (de Tartlettes op p.92) opeens uit een andere editie wordt geciteerd dan de overige achttien, het ontbreekt immers niet in die andere editie. Alle recepten hebben een duidelijke bronvermelding, en dankzij de oorspronkelijke versies kun je beslissen in hoeverre je de moderne bewerking trouw wilt volgen. De hoeveelheden worden in de recepten zowel in metrische, Amerikaanse en Britse (‘Imperial’) eenheden weergegeven: “1.1 litres/2 pints/5 cups water”.
Er zijn twee indices, op de oorpsronkelijke recepttitels, en op onderwerp.
De teksten zijn leuk geschreven, de plaatjes zijn mooi, de recepten zijn lekker (ook al valt hier en daar over de uitwerking te twisten), maar een goede inleiding in de keuken van de Middeleeuwen, zelfs alleen beperkt tot die van Engeland, is dit boek niet. Voor wie echter zijn eerste stappen zet in de middeleeuwse keuken, en wel wil koken maar niet bedolven wil worden onder informatie, is het absoluut een aanrader.
Maggie Black, The Medieval Cookbook. (The British Museum Press, 1992, 1996 [paperback], ISBN 071410583x)

The Medieval Cookbook
The Medieval Cookbook
Maggie Black

Carolina Verhoeven (samenst.), Alleen de geur blijft hangen

Thursday, May 20th, 2010

Geweldig! Fantastisch! Kopen!

Prachtig, inspirerend boek

Dit boek, verschenen in 2006 ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het Culinair Historisch Museum te Appelscha, heeft als ondertitel Herinneringen aan een eetmoment. Een historisch volkskookboek, dat staat ook nog op de voorkant. En inderdaad, dat is een goede omschrijving van de inhoud. Een keur aan recepten, de meeste ‘uit grootmoeders tijd’, vaak voorzien van foto’s en persoonlijke herinneringen van de inzenders van de recepten. Die inzenders waren vaak bezoekers van het kookmuseum, die door de bonte uitstalling van keuken- en eetspullen werden herinnerd aan vroeger. Carolina was daar altijd meteen in geïnteresseerd en luisterde graag. Inmiddels is het museum in andere handen en concentreert Carolina zich op opbouwwerkzaamheden in ontwikkelingslanden en de Academie Culinaire Historie.
Het boek is opgezet zoals het toenmalige museum: alles staat door elkaar, hartig en zoet, de tweede wereldoorlog, jaren zestig of eind negentiende eeuw. Sommige herinneringen zijn zonder recept, sommige recepten hebben geen achtergrondverhaal of inzender. Een enkel recept is in dialect. Het is een geweldig boek om in te bladeren, met al die kijkjes in herinneringen en keukens van vroeger. Sommige verhalen doen je lachen, andere brengen een brok in de keel. En dan denk je aan je eigen verleden: wat zijn de geuren die bij mij, lezer, zijn blijven hangen? Vooral die van de voorraadkast van mijn Maastrichtse grootmoeder, van de heerlijke omeletten met spek die ze bakte, en de havermoutpap die zij voor opa als ontbijt maakte en die wij, kleinkinderen, niet lustten.
Een aantal recepten komt uit de schatkist van iedere nationale keuken: het platteland. Zo zijn er meerdere recepten voor hoofdkaas en balkenbrij, gerechten die werden gemaakt als een varken werd geslacht. Diverse herinneringen en recepten (o.a. met tulpenbollen) zijn er ook uit de hongerwinter. Traditionele recepten ontbreken niet: Duivekater, Oliebollen, en natuurlijk heel veel streekgerechten. Wat alle recepten gemeen hebben: ze stammen uit de periode vóórdat er allerlei exotische producten op de markt kwamen. Macaroni en nasi worden genoemd in enkele herinneringen, maar alle recepten zijn puur Nederlands. In het register achterin staan de recepttitels op alfabetische volgorde. Ook hier weer hartig en zoet door elkaar, en van sommige titels wordt je niet wijzer, zoals ‘Stip in’t gat’. Even opzoeken dus.
Of je nu alleen maar bladert en leest, of gerechten uit de tijd vóór Chicken tonight en Aardappel anders op tafel wilt zetten, Alleen de geur blijft hangen is een heerlijk boek.
Carolina Verhoeven, Alleen de geur blijft hangen. Herinneringen aan een eetmoment (2006, ISBN 9789080821248)

Alleen de geur blijft hangen
Alleen de geur blijft hangen
Carolina Verhoeven

Carolina Verhoeven, IJs. Ambachtelijk ijs bereiden

Thursday, May 20th, 2010

Herziene uitgave gewenst

De vlag dekt niet helemaal de lading, want behalve ambachtelijke ijsbereiding komt ook de geschiedenis van het consumptie-ijs aan bod, en dat is leuk. De tijdlijn die ik in het boek van Reinders (Een Coupe Speciaal) miste, staat hier wel in, met mooie illustraties. De enige opgegeven bron van IJs is ook dat boek van Reinders. Het verbaast me daarom wel dat, terwijl Reinders minstens een hele pagina besteedt aan het ontkrachten van de mythe dat Marco Polo recepten voor ijsbereiding uit China meenam, dat hier weer doodleuk op de tijdlijn staat. Al wordt dat wel voorzichtig gebracht met “Volgens de overlevering zou het [...]”, het staat er wèl. Na de tijdlijn volgt het uitgebreide basisrecept voor vanille-roomijs, net als de rest van het boekje rijk geïllustreerd met voorwerpen het Culinair-historisch Museum te Appelscha waarvan Verhoeven tot 2010 eigenaar was. Dit ijsboek verscheen dan ook bij de opening in 2006 van de ijsssalon bij het Kookmuseum, waar je inderdaad de heerlijkste ijzen kon eten. Vooral het Mannenijs staat me bij! Dan volgen adviezen voor het bewaren en serveren van ijs en een recept voor wafels bij ijs. Daarna staat een onvolledig recept voor vruchtenijs. Alleen het recept voor suikerstroop wordt gegeven, maar de verhouding vruchten/suikerstroop wordt niet gegeven (in het receptendeel staat nog een recept voor sorbetsiroop, ook zonder aanwijzingen wat er verder mee te doen). Vervolgens opnieuw een pagina met garneertips, en wederom een wafelrecept, dit keer voor ijshoorntjes. Na een pagina over waterijs, en foto’s van mooie ijsvormen, komen de overige ijsrecepten. Er staan enkele historische recepten in, zeven uit 1790, twee uit 1904, één uit 1908 en één uit het midden van de twintigste eeuw (ik mis hier de negentiende eeuw). Deze recepten (o.a. amandelcreme-ijs en witte kaas van eys), worden in hun oorspronkelijke versie gepresenteerd, zonder moderne bewerking of verklarende tekst erbij. De overige recepten zijn modern en van diverse herkomst, waaronder enkele van Carolina Verhoeven zelf en van haar dochter Imke. Sommige recepten zijn duidelijk voor een ijswinkeltje bestemd, want in het gemiddelde huishouden zul je niet gauw 4 ½ kilo ijs in één keer bereiden, en groene-appelpasta en sinasappelpuree lijken mij groothandelproducten.
Het historische deel is informatief (behalve Marco Polo dan) en overzichtelijk, hoewel wat beknopt, de basisrecepten voor roomijs en de wafels zijn goed, maar over het receptendeel had wat langer mogen worden nagedacht. De ijsbereider in spé wordt te veel aan zijn lot overgelaten. Als er ooit een tweede druk komt, laat dan iemand die recepten eens goed bekijken, en bewerken voor de moderne privékeuken en huishoudelijke ijsmachine (meestal voor 1 liter ijs). Maar toch blijft het leuk om te lezen dat er eind achttiende eeuw al ijs werd gegeten.
Carolina Verhoeven, IJs. Ambachtelijk ijs bereiden (In Boekvorm, 2006, ISBN 907754822X)

IJs. Ambachtelijk ijs bereiden
Carolina Verhoeven

Pim Reinders, Een Coupe Speciaal. De wereldgeschiedenis van het consumptie-ijs

Monday, May 10th, 2010

Alles over ijs (maar geen recepten)

Grappig, een boek waaraan je meteen ziet wat het onderwerp is. Een Coupe Speciaal (in 1999 gelijktijdig met de Engelstalige versie Licks, Sticks & Bricks verschenen ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Unilever) ziet eruit als een reuze wafel-ijs in een servetje. Op het losse kartonnen servetje staan titel en auteur vermeld. Het uiterlijk van het boek zelf is, om de illusie vast te houden, geheel zonder tekst. Let er dus bij tweedehands exemplaren op dat dat ‘servetje’ erbij zit.
Het stevige, dikke boek barst van informatie en illustraties. Geen droog wetenschappelijk werk, ook niet louter een reclamefolder van Unilever. De auteur was vrij in de opzet van het boek en de uitvoering van zijn onderzoek. Wat je niet aantreft zijn recepten voor ijs.
Na het inleidende hoofdstuk waarin de auteur zijn motivatie en de opzet van het boek uiteenzet, wordt in drie hoofdstukken de geschiedenis van consumptie-ijs tot het eind van de negentiende eeuw beschreven, de pre-industriële periode. In het tweede deel wordt in zestien hoofdstukken de ontwikkeling van ambachtelijke naar industriële ijsproductie per land beschreven. Eerst komen de Engelstalige landen aan bod (V.S., Australië, Groot-Brittanië, Ierland), dan Scandinavië (Denemarken en Zweden), Duitsland/Zwitserland/Oostenrijk samen, vervolgens Nederland/België, Rusland, Zuid-Europa (Italië, Frankrijk, Spanje), Latijns-Amerika, Azië, en apart Japan. Afrika en het Midden-Oosten ontbreken. Het derde deel behandelt in één hoofdstuk de multinationals, en in het laatste hoofdstuk wordt alles nog eens samengevat. De auteur verantwoordt zijn bronnen in noten en een bibliografie, er zijn indices op onderwerpen, geografische namen, persoonsnamen  en zaaknamen/merknamen. Liefst 670 pagina’s telt het boek.
In het eerste, historische deel, rekent Reinders af met enkele foute theorieën: Nero at dus géén ijs, Marco Polo nam het procédé niet mee uit China, en Catharina de Medici introduceerde het Italiaanse ijs niet in Frankrijk. In de oudheid en middeleeuwen werd ijs ‘s winters ‘geoogst’,  of men liet in woestijnen ‘s nachts water in kuiltjes bevriezen. Al dat ijs werd in ijskelders bewaard om ‘s zomers dranken en voedsel mee te kunnen koelen. De geschiedenis van het consumptie-ijs begint pas in de zestiende eeuw, als in Noord-Italië de techniek van het vriezen nader wordt uitgewerkt. Reinders beschrijft verdere ontwikkelingen, zowel in de techniek van het vriezen als het eten van ijs, met aandacht voor prachtige ijskoelers en ijskopjes vanaf de zeventiende eeuw.
Ieder land heeft in de twintigste eeuw zo zijn eigen ontwikkeling doorgemaakt in de groei van het ijs-eten. In Ierland begon het bij de brick (een blok vanille-ijs) die ’s zondags na de mis werd gekocht en thuis werd gegeten, in Amerika had men ijssalons, in Frankrijk at men ijs in de bioscoop, in Italie at men sorbetijs in de opera, en in Nederland kocht je je ijsje bij de banketbakker. Het voorlaatste hoofdstuk gaat over de jongste ontwikkelingen van de grote multinationals, met successen als de Vienetta ijstaarten en de Magnum..
Kortom, een schatkist aan informatie over ijsproductie, maar toch wat ongeordend. Door de ontwikkeling per land te beschrijven komen wel keurig alle nationale producenten aan de orde, maar ik had toch graag een tijdlijn of schema gezien met algemene ontwikkelingen, en een overzicht van de smaken die in de diverse landen en perioden populair zijn (geweest). In het samenvattende slothoofdstuk komt dat niet genoeg uit de verf.
Informatief naslagwerk of leuk bladerboek, dat is aan de gebruiker. In beide gevallen zal hij zich niet bekocht voelen.  Wil je zelf ijs leren maken, dan moet je verder zoeken.
Pim Reinders, Een Coupe Speciaal. De wereldgeschiedenis van het consumptie-ijs (L.J. Veen, Amsterdam/Antwerpen, 1999, ISBN 9020459325)

Een Coupe Speciaal
Pim Reinders

Faas, Rond de tafel der Romeinen: vergelijking editie 1994 en 2000

Monday, May 3rd, 2010

Welk van beide edities moet je kiezen?

In mijn oorspronkelijke bespreking van Rond de tafel der Romeinen beloofde ik een vergelijking van de eerste druk uit 1994 en de tweede, herziene uitgave van dit boek uit 2000.
Hoewel de informatie in beide boeken in wezen hetzelfde is,  zijn het toch in sfeer  twee verschillende edities, die waarschijnlijk ieder ook andere mensen zullen aanspreken. De verschillen beginnen al aan de buitenkant. De originele uitgave heeft een groter formaat (160x230mm tegen 124x209mm), en een authentiek Romeins  vloermozaiek als omslagillustratie, de herziene uitgave toont een fragment  van een schilderij van Caravaggio uit de zestiende eeuw van de jonge, zieke Bacchus. De schrijver heet in 1994 nog P.C.P. Faas, in 2000 noemen we hem Patrick. Veelzeggend is de blurb op de achterkant: bij beide edities  “plaatst [Faas] het Romeinse eetgedrag in de context van de geschiedenis, de religie en de antieke samenleving”. Maar waar in de oorspronkelijke uitgave de lezer “verrast wordt door de verfijning van deze beruchte keuken” en ontdekt “dat niet alleen architectuur, literatuur en kunstnijverheid van de Romeinen ten grondslag liggen aan de Europese beschaving, maar ook de kookkunst”, wordt de aspirant-koper van de herziene editie gelokt met “Varkensoren, baarmoeders, uiers, darmen, flamingo, ibishersentjes of de eeltige slurf van een olifant” en gerechten als gevulde muizen en hersenpaté.
Bij het eerste doorbladeren leek de herziene uitgave wat armoediger. Bij natelling bleek het aantal illustraties met bijna de helft te zijn gereduceerd, en het papier is grover en geler. De lay-out is ook gewijzigd, waarschijnlijk vanwege het smallere formaat. In de eerste druk stonden Latijn en vertaling naast elkaar, in de herziene druk onder elkaar. Vooral bij langere tekstfragmenten is dat laatste minder prettig. Aan de andere kant is in de herziene uitgave de tekst beter gestructureerd door het plaatsen van meer tussenkoppen. Hieronder zie je het recept voor gekookte gans met kruidenpesto in de uitgave van 1994 (boven) en 2000 (onder). De marges zijn afgesneden, maar de verhoudingen kloppen. (more…)

Nawal Nasrallah, Annals of the Caliph’s Kitchens

Monday, April 5th, 2010

Geweldig! Fantastisch! Kopen!

De echte keuken van duizend-en-één-nacht

De in Irak geboren en nu in Boston woonachtige culinair historica Nawal Nasrallah had al een kookboek over de Irakese keuken op haar naam staan, Delights from the Garden of Eden (recensie binnenkort), en zij heeft aangekondigd meer oude Arabische kookboeken in het Engels te vertalen. Dit is de eerste door haar verzorgde vertaling, van het oudste compleet overgeleverde Arabische kookboek, uit de tiende eeuw (de oudste bewaard gebleven Europese kookboeken dateren op z’n vroegst uit de tweede helft van de dertiende eeuw). De editie is in 2007 verschenen bij Brill, als deel 70 van de serie Islamic History and Civilization. Het kloeke boek is mooi om te zien en in de hand te houden, en bevat ook voor niet-arabisten veel waardevolle informatie. Allereerst is daar natuurlijk de inleiding, over dit speciefieke kookboek en andere Arabische kookboeken, over de eetcultuur in middeleeuws Bagdad, en over de gezondheidsleer. Dan volgt de vertaling van het kookboek, ongeveer 450 pagina’s boordevol recepten, wetenswaardigheden en fragmenten van gedichten, ruim voorzien van verklarende voetnoten. In de appendix worden de personen en plaatsnamen opgenoemd, waarbij ook de beroemde kalief uit duizend-en-één-nacht, Haroen al-Rashīd voorbij komt (op mijn receptensite heb ik een artikel gewijd aan één van zijn lievelingshapjes dat in dit kookboek staat).
Na 35 scherp afgedrukte kleurenplaten volgen de glossaria, Arabisch-Engels (260 pagina’s opgedeeld in categorieën) en Engels-Arabisch (ca 35 pagina’s, ook in categorieën). De Arabische woorden staan zowel in de geromaniseerde versie als in het Arabische alfabet, gerangschikt naar de volgorde van de geromaniseerde spelling. Net als de appendix met namen, verwijzen ook de glossaria niet rechtstreeks naar het vertaalde kookboek, je moet naar de index helemaal achterin het boek gaan om te zien waar in het kookboek een term voorkomt Dat vind ik omslachtig, vooral omdat de index ook al in categorieën is ingedeeld. Je blijft bladeren.
Het boek is niet goedkoop, maar elke cent waard. Koop het als je méér wilt weten over de Arabische (culinaire) cultuur of over de ontwikkeling van de middeleeuwse keuken. Het is een teksteditie, er staan geen bewerkte recepten bij. Als je er uit wilt koken, zul je de recepten zelf moeten interpreteren en aanpassen.
Nawal Nasrallah, Annals of the Caliphs’ Kitchens: Ibn Sayyar Al-Warraq’s Tenth-Century Baghdadi Cookbook (Islamic History and Civilization) (Brill, Leiden/Boston, 2007, ISBN 9789004158672)


Annals of the Caliph’s Kitchens
Nawal Nasrallah

Tilar Mazzeo, De Weduwe Clicquot

Monday, March 29th, 2010

Een gemiste kans

Barbe-Nicole Ponsardin (1778-1866) groeide op in Reims tijdens de slotjaren van het Ancien Régime, de Franse Revolutie en de woelige periode erna, ze trouwde met wijnverkoper François Clicquot, en na diens overlijden in 1805 nam ze de leiding over van het wijnhuis. Tijdens de Napoleontische oorlogen wist ze dit uit te bouwen tot een fameus champagnehuis. Zij is ook degene die het proces van rémuage het eerst toepaste (en zo lang mogelijk geheim hield), waardoor de oorspronkelijk troebele champagnewijn zijn heldere, sprankelende aanzien kreeg en de favoriete drank bij uitstek werd.
Mazzeo is te prijzen dat zij aandacht besteedt aan deze zakenvrouw uit de negentiende eeuw. Maar wat jammer nou dat ze blijkbaar niet kon kiezen tussen de onderwerpen ‘zakenvrouwen in de 19de eeuw’ en ‘champagne’, noch tussen de genres ‘gefictionaliseerde biografie’ en ‘wetenschappelijk werk’. De vele eindnoten (30 pagina’s) en lange bibliografie (12 pagina’s) duiden op het laatste, maar vooral het begin en eind van haar boek bestaan, mede door het gebrek aan contemporaine bronnen, uit vrijblijvende weerspiegelingen over Barbe-Nicole. Dat past weer meer in het eerstgenoemde genre. De woorden ‘misschien’ en ‘waarschijnlijk’ komen veel te vaak voor, en de tekst bevat zoveel herhalingen, dat je je gaat afvragen of het boek eerst te dun was maar de schrijfster niet genoeg materiaal had voor een dikker exemplaar.
Drie te donker afgedrukte zwartwit-afbeeldingen zonder bijschriften (een portret van de oude weduwe, een vrouw die in een koets door een wijngaard rijdt en een onduidelijk kaartje van de Champagnestreek) dragen niet echt bij aan de inhoud van het boek. In de proloog beschrijft Mazzeo haar speurtocht in de archieven van Veuve Clicquot, en haar bezoek aan voormalige residenties van Champagnefamilies. Daar had ik dan wel foto’s of reproducties van 18de en 19de eeuwse afbeeldingen van willen zien.
Het register is goed georganiseerd: onder de term ‘vrouwen’ staan verwijzingen naar o.a. ‘maatschappelijke beperkingen’, ‘mode’, ‘opkomst van de moderne zakenvrouw’ en ‘superproevers’, onder ‘champagne’ ondermeer ‘belletjes’, ‘druiven’, ‘kleur’, ‘mengen’. Want, dat zou je bijna over het hoofd zien met die gefictionaliseerde gedachten en gevoelens, er staat wel veel wetenswaardigs in dit boek.
Tilar Mazzeo, De Weduwe Ckicquot. Het vrehaal van de vrouw die aan de basis stond van een champagne-imperium (2009, Artemis & Co, ISBN 9789047201281, oorspronkelijke publicatie 2008 The Widow Clicquot: The Story of a Champagne Empire and the Woman Who Ruled It, vertaling Albert Witteveen)

De weduwe Clicquot
De weduwe Clicquot
Mazzeo, T.J.

Marleen Willebrands, De verstandige kok

Thursday, March 18th, 2010

Heerlijke gerechten uit de Gouden Eeuw

De Gouden Eeuw heeft in Nederland slechts één gedrukt kookboekje opgeleverd, dat samen met een handleiding voor de slachttijd en het inmaken van vruchten als bijlage verscheen bij handleidingen voor het ontwerp en onderhoud van de ‘buitens’ die in de zeventiende eeuw door rijke zakenlieden bijvoorbeeld aan de Vecht werden aangelegd: de Verstandige kok. Van de eerste versie uit 1667 is nooit een moderne uitgave verschenen, van de herziene versie vanaf 1669 is er de facsimile-editie door Joop Witteveen uit 1993 en de hertaalde uitgave van Marleen Willebrands uit 2006. Uit de ondertitel van haar boek, De rijke keuken van de Gouden Eeuw, blijkt duidelijk dat hier niet de keuken voor de simpele schoenmaker of boerenknecht wordt beschreven, maar die van de rijke burgerij (er staat wel een ‘schoenlapperstaart’ bij de recepten!).

Willebrands plaatst in de inleiding van haar editie van de Verstandige kok, De Hollandse slachttijd en De verstandige confituurmaker, deze teksten in een cultuur-historische context (de belangstelling voor nieuwe ontwikkelingen in de tuinbouw en het buitenleven, het hofdicht), beschrijft bekmopt de gezondheidsleer uit die tijd, en de opbouw en het verloop van maaltijden in de zeventiende eeuw. Dan volgt de teksteditie: de recepten zijn hertaald naar modern Nederlands, en worden regelmatig onderbroken met associatieve informatie over ingrediënten, keukengerei en -technieken. Erg leuk om te lezen, maar je raakt zo wel af en toe de draad kwijt. Ik had graag achterin naast het alfabetische register een systematische index gezien waarin de zeer diverse onderwerpen (kalkoen, zalm, taartpan, vinkenbaan, vladen) overzichtelijk per categorie gerangschikt staan.
Een ander gemis vind ik dat de oudere drukken wel ter sprake komen, maar dat de verdwenen recepten niet in de inleiding nader worden gespecificeerd, en dat er méér bronnen zijn (blijkt ook weer uit de informatie tussen de recepten door) dan er in de inleiding worden genoemd, zoals Le cuisinier François van La Varenne uit 1651.
Op haar eigen site heeft Willebrands transcripties opgenomen van zowel de vernieuwde editie uit 1669 als die van de eerste druk uit 1667, zodat men ook de oorspronkelijke, zeventiende-eeuwse teksten kan inzien. Voor pietepeuten zoals ik is dat een waardevolle toevoeging.
De talrijke (zwartwit) illustraties zijn leuke aanvullingen op de vlot geschreven tekst. Achterin staan ruim twintig voor de moderne keuken bewerkte recepten (helaas zonder foto’s). Al met al is deze editie een aantrekkelijk boek voor iedereen die meer wil weten van de Hollandse keuken in de Gouden Eeuw. Dankzij de hertaling is kennis van zeventiende-eeuws Nederlands niet nodig.
Marleen Willebrands, De verstandige kok. De rijke keuken van de Gouden Eeuw (2006, Pereboom, ISBN 9789077455203)

De verstandige kok
De verstandige kok
Marleen Willebrands

Terence Scully, La Varenne’s cookery

Tuesday, March 9th, 2010

Geweldig! Fantastisch! Kopen!

Het begin van de klassieke Franse keuken

François Pierre, Sieur de la Varenne (ca 1615-1678) is de auteur van Le cuisinier François, het boek dat in 1651 de start inluidde van een periode van ontwikkelingen die het definitieve afscheid van middeleeuwse elementen in de keuken betekenden, en het begin van de klassieke Franse kookstijl. De Canadese wetenschapper Terence Scully heeft een uitstekende Engelse vertaling verzorgd van dit boek, samen met Le patissier François en Le confiturier François (de eerste zeker, de ander hoogstwaarschijnlijk ook geschreven door La Varenne).
Na een boeiende inleiding over La Varenne, zijn drie boeken en de Franse keuken in de zeventiende eeuw volgen de vertalingen van de Franse Kok, Pasteibakker en Confituurmaker, met commentaar, en met talrijke verwijzingen naar Escoffier. Achterin staan uitgebreide registers op onderwerp (Engelse trefwoorden, maar wel met de Franse versies uit de 17de eeuw erbij). Dat zie je laatste jaren wel vaker in dit soort uitgaven: registers die eerst zijn onverderdeeld in categorieën en subcategorieën. Het gevolg is dat je eerst de inhoudsopgave moet raadplegen om te zien waar de door jou gezochte subcategorie zich bevindt (het register telt 78 pagina’s in 5 categoriën en 13 subcategorieën). Aan de ene kant handig om alles naar aard bij elkaar te vinden, maar een doodgewone alfabetische index als extraatje was toch wel fijn geweest, net als een simpel receptenoverzicht.
Er staan geen moderne bewerkingen van recepten in dit boek, maar wie enige ervaring heeft met koken, enige achtergrondkennis heeft van de periode, en de moeite neemt ook de voetnoten bij de tekst te lezen, heeft een ware schat aan recepten tot zijn beschikking: koninginnesoep in vier varianten (voor vlees- en vastendagen), het maken van marsepein, pasteideeg, vruchtencompôtes, oranjebloesemwater, truffelragout, gevuld speenvarken, doperwtjes met stoofsla, limonade, het is maar een handjevol van de honderden gerechten die in de kringen rond Lodewijk de Veertiende op tafel kwamen.
Hoewel ik begrijp dat het vanwege de omvang van het boek (nu 626 pagina’s) niet praktisch was de originele Franse tekst bij de vertaling te zetten, vind ik dat toch jammer. Gelukkig is er in ieder geval van Le cuisinier François een online reproductie te vinden, wie daar behoefte aan heeft kan dus toch de originele Franse tekst vergelijken met de Engelse vertaling van Scully.
Al met al een standaardwerk dat nog jaren zijn waarde zal behouden.
Terence Scully, La Varenne’s cookery. The French cook; The French pastry chef; The French confectioner. François Pierre, Sieur de la Varenne. (2006, Prospect Books, Allaleigh House, Blackawton, ISBN 1903018412)

Varenne's Cookery
Varenne’s Cookery
Francois Pierre de la Varenne

Goeman-Borgesius, Lange en Poirot, The Grand, Amsterdam

Monday, March 8th, 2010

Een mooie mix van historie en culinair genot

In dit in vaderlandslievend oranje linnen gebonden boek krijg je eigenlijk twee boeken voor de prijs van één: een geschiedenis van Amsterdam (vooral van de Princenhof, waarin nu The Grand van Sofitel is gevestigd), en een kookboek op hoog niveau met een zeer originele kijk op de ‘Hollandse keuken’. Een waardig visitekaartje voor bezoekende toeristen, want alle teksten staan in het Nederlands, Frans en Engels.

Na voorwoorden door (oud)burgemeesters Ed van Tijn en Job Cohen en Sofitel manager Robert-Jan Woltering, presenteert de Franse chefkok Aurélien Poirot zijn visie op de Hollandse keuken (“een simpele keuken met prachtige producten”).  Dan volgt de geschiedenis van de Princenhof en Amsterdam in een proloog en vijf hoofdstukken, vanaf het begin als kloostergebouw in de 14de eeuw tot de vestiging van Sofitel vanaf 1988. Voor de historische inleiding van elk hoofdstuk heeft iedere taal een eigen bladopening gekregen, met één pagina tekst in drie kolommen en één pagina prachtige kleuren-illustraties (voor elke taal verschillend). Bovenaan de tekstpagina’s staat een doorlopende tijdlijn afgebeeld met belangrijke jaartallen in de Nederlandse geschiedenis. Door de beperkte ruimte wordt een en ander wel wat erg beknopt verteld (bijvoorbeeld bij de ‘aardappeleters’ op p.65 mis ik de hongersnoden als gevolg van misoogsten in de 19de en begin 20ste eeuw, en bij de ‘kruiden en specerijen’ op p.40 wordt ten onrechte vermeld dat ze steeds meer de 17de eeuwse keuken bepaalden – in die tijd was juist de eerste uitdunning van het aantal specerijen in de keuken), maar voor de gemiddelde toerist zal het genoeg zijn. Natuurlijk is er ook wat aandacht voor het Sofitel, en het boek besluit met portretten van enkele prominente historische figuren die in de Princenhof te gast zijn geweest (ondermeer Willem van Oranje, Michiel de Ruyter, Hugo de Groot). Van elf gerechten worden tot slot wat historische achtergronden gegeven.

De recepten bij ieder hoofdstuk zijn losjes geïnspireerd op de betreffende periode in de geschiedenis. Aurélien Poirot is een echte chefkok: zijn recepten zijn van hoog niveau, en geven een totaal nieuw en interessant beeld van de Hollandse keuken. Zo is de middeleeuwse erwtensoep omgetoverd tot een romige doperwtjespuree die koel wordt geserveerd op tomatengelei, de oerhollandse stamppot wordt opgediend als maki-zushi, en Poirots tiramisu is met speculaasjes en wordt gegarneerd met witte en blauwe muisjes. Of wat dacht je van ‘pigeon du pays de la Loire caramélisé aux dropjes’? ‘Duiven van de dam’ zouden nóg toepasselijker zijn geweest, maar Hollandser dan drop kan haast niet. Regelmatig kom je Japanse elementen tegen in de receptuur, die aan de doorgaans zware Hollandse kost Oosterse luchtigheid verlenen. De opmaak van de gerechten vergt veel tijd en gepriegel, maar dan heb je ook, zoals uit de foto’s blijkt, ware kunstwerken gecreëerd. Dit is echt een kookboek voor de bevlogen, ervaren hobbykok.
Lisa Goeman-Borgesius, Quinten Lange, Aurélien Poirot, The Grand, Amsterdam (2009, Terra Lanno, Arnhem ISBN 9789089891365).

The Grand Amsterdam
The Grand Amsterdam
Lise Goeman Borgesius & Q. Lange

Evert Kornmayer, Keltisches Kochbuch

Saturday, March 6th, 2010

Leuk voor LARPers

Het eerste dat opvalt aan dit Duitstalige boek is het lettertype, en dat is niet goed. Een lettertype mag niet afleiden van de inhoud. Het gebruikte font is een mengelmoes van uncialen en kapitalen. Leuk voor hoofdstuk- en recepttitels, maar niet voor de hele tekst.

Kornmayer, die diverse kookboeken op zijn naam heeft staan (waaronder een ruim 500 pagina’s dik boek met Klassische & moderne Rezepte aus Holland) presenteert Keltische gerechten uit de tijd van 800 voor Christus tot het begin van onze jaartelling. De auteur verzekert ons diverse malen van de wetenschappelijk verantwoorde basis van zijn gereconstrueerde recepten, maar vermeldt ook diverse malen dat hij die bronnen niet bij de recepten vermeldt, “um Wiederholung zu vermeiden”.Het is géén wetenschappelijk werk, maar hij hoopt dat het toch in de wetenschap gebruikt gaat worden. Nu kan ik me voorstellen dat een uitgebreid notenapparaat in een kookboek niet nodig is, maar als je je werk baseert op wetenschappelijk onderzoek en daar nadrukkelijk op wijst, dan is het minste wat je doet toch voorzien in een bibliografie. En die ontbreekt. Net als overigens foto’s van de gerechten, de spaarzame illustraties zijn pentekeningen naar Keltische motieven.
Na deze kritische opmerkingen dan het positieve: de inleidende hoofdstukjes vertellen duidelijk wat de Kelten wel en niet aten, en hoe ze aten. Er is aandacht voor de Keltische kalender met bijbehorende feestdagen. Er is ook een stukje over maten en gewichten, maar ik betwijfel of de Keltische koks met weegschalen in de weer waren. De recepten zijn overigens overwegend geschreven voor de moderne keuken.
Het gebrek aan overgeleverde Keltische recepten geeft bij het reconstrueren ervan “viel Raum für kulinarische Fantasien”, maar de auteur is er toch in geslaagd om authentiek aandoende gerechten samen te stellen. Ze zijn ingedeeld in soepen/eenpansgerechten, breien (basisvoedsel), groente/graan, zuivel, véél vleesrecepten, onderverdeeld naar diersoort, worsten, vis, schaal- en schelpdieren, hartige en zoete broden, moes/compôte, drank, en basisgerechten als bouillon van vlees, vis, kip en groente, reuzel en zuurdesem. Daslooksoep, schorseneren met spek, paardebloemsalade, geroosterde varkenskarbonaden met jeneverbessen, kip in bier, lijsterbesmoes, het zijn enkele van de recepten die iedere LARPer in de tijdsperiode van de ijzertijd en vroege Middeleeuwen met gerust hart kan bereiden.
Evert Kornmayer, Keltisches Kochbuch. Eine Sammlung Keltischer Speisen auf Basis archaeologischer Erkenntnisse und historischer Quellen. (2008, Verlag Gebrüder Kornmayer, ISBN 9783938173336)


Keltisches Kochbuch
Evert Kornmayer

Mark Grant, Roman Cookery

Tuesday, February 2nd, 2010

Bij gewone Romeinen aan tafel

De meeste kookboeken met Romeinse recepten leunen zwaar op ‘Apicius‘. Grant heeft juist andere, en zeer diverse, bronnen gebruikt, van commentaren op toneelstukken van Aristophanes (vijfde eeuw vC) tot de Geoponica en het Suda Lexicon uit de tiende eeuw na Christus aan toe. De meeste recepten zijn ontleend aan een tekst van de Griekse rhetoricus Athenaeus (rond 200 nC) de Deipnosophistae, door Grant pakkend vertaald met ‘the partying professors’.  Die teksten zijn in het Grieks geschreven, maar ook Latijnse werken komen aan bod: De agricultura van Cato, De naturalis historiae van Plinius de Oudere, en De obseruatione ciborum van Anthimus. De recepten worden in een Engelse vertaling geciteerd, en zijn voorzien van commentaar en een moderne bewerking (met aanduidingen in grammen en ounces, Celsius en Fahrenheit). Door te kiezen voor andere recepten dan die in De re coquinaria (Apicius) staan, krijgen we nieuwe inzichten in de Romeinse keuken, vooral in de keuken van de gewone man. De recepten zijn ingedeeld in vier hoofdstukken, ontbijt, lunch, uit eten en thuis eten. Sommige recepten zijn gebaseerd op een enkele opmerking, zoals de faba cum lardo (bonen met spek), gebaseerd op een enkele dichtregel uit een epigram van Martialis. Grant gebruikt gedroogde ‘haricot beans’ (witte of bruine bonen) in zijn reconstructie. Die komen uit Midden- en Zuid-Amerika en werden pas ná de Middeleeuwen bekend in Europa. Faba zijn tuinbonen. In bewerkte versies moet zo’n vervanging wel kunnen, als je er maar wel bij zet dat dit niet authentiek is.  De recepten zijn goed maakbaar. Sommige zal ik zelf nooit bereiden (gekookte melk met witbrood), andere komen zeker vaker op tafel (koolsla, kaas met tijm, wijnazijn en honing). Het merendeel van de recepten is met graan, kaas, groenten en/of fruit in de hoofdrol, er zijn ook recepten met vis, en slechts vier recepten met vlees. Deze verhoudingen geven goed de smaak weer van de doorsnee-Romein, die matig van aard was en van simpele maaltijden hield. Een inleiding, bibliografie, algemeen register, receptenregister, en verklarende noten maken deze uitgave compleet. Geen foto’s, wel enkele pentekeningen.
Mark Grant, Roman Cookery. Ancient Recipes for Modern Kitchens. (1ste druk 1999, deze bespreking betreft de herziene uitgave uit 2008, Serif, ISBN 9781897959602) Engelstalig

Roman Cookery
Mark Grant

Prisca Zwaan-van Diggelen, Keuke-boek van Maria Philippina Schrijver, anno 1752

Monday, February 1st, 2010

Een zeldzame blik in de keuken van de achttiende eeuw

Dit in eigen beheer uitgebrachte boek met recepten en aantekeningen uit de tweede helft van de achttiende eeuw is een welkome aanvulling op de serie facsimilés van achttiende-eeuwse kookboeken die in de jaren zestig en zeventig door o.a. uitgeverij Sijtthoff is geproduceerd. De uitgeefster, een nakomelinge van de bezitters van het kookschrift, heeft haar best gedaan het handschrift zo compleet mogelijk in druk om te zetten, en is daar goed in geslaagd.  In de beknopte inleiding worden de drie achtereenvolgende schrijfsters voorgesteld en in een sociaal kader geplaatst (hogere burgerij, Amsterdam en Utrecht), met kleurenafbeeldingen van portretten. Het merendeel van de recepten dateert uit de achttiende eeuw, maar het is tot diep in de negentiende eeuw nog aangevuld. In haar voorwoord noemt Zwaan-van Diggelen de vele schrijf- en spelfouten. Echter, uniforme spelling kennen wij pas sinds eind negentiende eeuw. Ik mis een beschrijving van het boekwerk zelf, en een overzicht van wie van de drie dames wat heeft geschreven. Achterin staat een verklarende woordenlijst, zodat een nieuwsgierige kok de recepten kan uitproberen. De combinatie van recepten en aantekeningen, en de vele briefjes die tussen de bladzijden waren gestopt, geven een zeldzaam inzicht in het reilen en zeilen van een achttiende-eeuwse keuken. Het boek is alleen bij de schrijfster zelf te betrekken. Wie belangstelling heeft, kan mij een email sturen, dan zorg ik dat die bij haar terecht komt.
Prisca Zwaan-van Diggelen, Keuke-Boek van Maria Philippina Schrijver, Anno 1752 (uitgegeven in eigen beheer, 2008).

Keuke-Boek van Maria
Philippina Schrijver, anno 1752
Prisca Zwaan-van Diggelen

Ilaria Gozzini Giacosa, A taste of Ancient Rome

Monday, February 1st, 2010

Goede (Engelstalige) inleiding voor beginners in de Romeinse keuken

De schrijfster wilde, aldus haar voorwoord, simpelweg de moderne lezer verleiden tot het bereiden van authentieke Romeinse gerechten. De recepten zijn aangepast voor de moderne keuken, maar hebben hun originele smaakpalet behouden. In de inleidende hoofdstukken worden de Latijnse tekstbronnen, Romeinse voedselbronnen, voedselbereiding en maaltijden kort besproken. De recepten zijn conventioneel ingedeeld naar sauzen, voorgerechten, soep, vlees, vis, groente, dessert, conserveren, dranken, en tot slot menu’s en ‘in de taverna’. Ze worden gepresenteerd samen met de oorspronkelijke Latijnse tekst en vertaling.  Boeiend is de toevoeging van moderne Italiaanse en Mediterrane streekrecepten die de continuïteit van de oude Romeinse keuken demonstreren (of suggereren). Gozzini volgt in de nummering van Apicius’ recepten de editie van Jacques André uit 1974. Patrick Faas publiceerde in 1994 ook een boek over Romeins koken, dat zeker de moeite waard is. Er is enige overlapping in de recepten, maar de uitwerking daarvan is verschillend.
Ilaria Gozzini Giacosa, A taste of Ancient Rome (1992, ISBN 9780226290324; vertaald uit het Italiaans A cena da Lucullo 1986) Engelstalig

A Taste Of Ancient Rome
A Taste Of Ancient Rome
Ilaria Gozzini Giacosa

P.C.P. Faas, Rond de tafel der Romeinen

Monday, February 1st, 2010

Goede (Nederlandstalige) inleiding voor beginners in de Romeinse keuken

Dankzij de slechte vertaling scoort dit boek in het Engels niet hoog, maar de Nederlandse versie kan zeker wedijveren met A taste of Ancient Rome. Ligt het accent bij Gozzini op de recepten, Faas biedt veel meer informatie. Maar ook hij biedt recepten (Latijn, vertaling, bewerking), hoewel iets minder dan Gozzini, en ruim de helft van Faas’ recepten zijn ook bij Gozzini te vinden. Uit de bibliografie (gerangschikt naar jaar van verschijnen) blijkt dat Faas veel recente publicaties heeft gebruikt, de meeste van ná Gozzini. Bij vergelijking van de dubbele recepten, blijkt de uitwerking soms totaal anders te zijn. Een enkele keer ligt dan aan een vertaalfout (p. 187, in het recept voor tisana, vertaalt Faas coloefium (acc., varkensknieschijf) met tarowortel (colocasia), soms aan interpretatie (Faas kiest terecht voor gedroogde tuinbonen waar Gozzini verse doperwtjes gebruikt, zijn ‘eend met raapjes’ wordt in ruim water gekookt, Gozzini stooft hem in een beetje vloeistof). De nummering van Apicius’ recepten bij Faas is volgens de editie van Garriatano en Vollmer uit 1922. Welke bron hij voor zijn Latijnse tekst heeft gebruikt is niet duidelijk. De illustraties beperken zich tot kleine tekeningen naar Romeinse voorbeelden. De Nederlandse edities zijn jammer genoeg niet meer nieuw verkrijgbaar, de Engelse nog wel.
Deze recensie is gebaseerd op de eerste druk uit 1994, een vergelijking met de tweede druk staat hier.
P.C.P. Faas, Rond de tafel der Romeinen (1994, ISBN 9789054323020; 2000; vertaald in het Engels in 2000 als Around the Table of the Romans)


Rond de tafel der Romeinen
Patrick Faas

Around The Roman Table
Around The Roman Table
Patrick Faas

Andrew Dalby, Food in the ancient world from A to Z

Monday, February 1st, 2010

Alles over voedsel in de oudheid in één band

Een encyclopedie over voedsel in de klassieke wereld (het oostelijke deel van de Middellandse Zee en het Nabije Oosten) van de prehistorie tot ongeveer 500 na Christus.  De lemmata betreffen niet alleen ingrediënten, dranken en gerechten, maar ook gerelateerde begrippen als hongersnood (famine), eetgerei (dining and drinking utensils) en dieetleer (diet), en persoons- en plaatsnamen waar iets over te vertellen valt (zo wist Caesar ondermeer via feestelijke banketten met uitgelezen wijnen de publieke gunst te verwerven, en kwam de beste Italiaanse olijfolie uit Venafrum). Een naslagwerk, maar ook een heerlijk bladerboek, ook al ontbreken illustraties. De lemmata zijn voorzien van citaten en verwijzingen naar bronnen en studies. Een bibliografie, en indices op wetenschappelijke namen van gewassen, Latijnse en Griekse namen, maken dit werk compleet. Het boek is ingenaaid in een harde band en voorzien van een mooie stofomslag. Het is niet goedkoop, maar als je geïnteresseerd bent in de keuken van de klassieke oudheid is het z’n geld zeker waard.
Andrew Dalby, Food in the ancient world from A to Z. (2003, Routledge, ISBN 0415232597) Engelstalig

Food In The Ancient World
Food In The Ancient World
Andrew Dalby

Barbara Flower en Elizabeth Rosenbaum, The Roman Cookery Book

Monday, February 1st, 2010

Prettige, maar inmiddels verouderde editie van De re coquinaria.

Ik houd van boeken die ook als object goed zijn verzorgd. Dit is zo’n boekje.
Het bevat de Latijnse tekst gebaseerd op de editie van C. Giarratano en F. Volmer uit 1922, met een vertaling in het Engels op de tegenoverliggende bladzijde. Tot 2006 was dit de beste verkrijgbare vertaling in het Engels van Apicius, maar het is alleen nog tweedehands te koop, en soms voor véél geld. Koop dan maar die nieuwste editie van Grocock en Grainger. Voor het bereiden van de recepten worden wel enkele handreikingen gegeven in de inleiding, maar de beginnende historische kok zal er toch moeite mee hebben. Voor hem/haar zijnde boeken van Faas en Gozzini een betere start. De index met zowel Latijnse als Engelse trefwoorden is overzichtelijk en uitgebreid. Er zijn enkele illustraties: vier platen met grofkorrelige  zwartwitfoto’s van Romeins kookgerei, en wat pentekeningen ter versiering.
Barbara Flower en Elizabeth Rosenbaum, The Roman Cookery Book. A critical translation of ‘The Art of Cooking’ by Apicius, for use in the study and the kitchen (1958, Harrap, diverse malen herdrukt, 1980 ISBN 0245522689) Engelstalig

The Roman Cookery Book
Flower en Rosenbaum

Mark Grant, Anthimus, De observatione ciborum. On the observance of foods

Monday, February 1st, 2010

Voedingsleer voor Oostgothen en Franken in de vroege Middeleeuwen

Is dit het laatste boek over voedsel uit de klassieke oudheid, of het eerste middeleeuwse boek? Anthimus was een Griekse arts, die in het begin van de zesde eeuw door Theodoric, de Oostgothische heerser van Italië, als ambassadeur naar de Frankische koning Theuderic werd gestuurd, die in Metz verbleef. Daar schreef de arts zijn verhandeling over voedsel. Geen kookboek, maar een beschrijving van het effect van allerlei levensmiddelen op de gezondheid, hoewel er wel enkele gerechten uit af te leiden zijn (zoals geroosterde varkenslever met olijfolie, zout en koriander). Deze gerechten weerspiegelen, aldus Grant, niet de roemruchte Apiciaanse keuken, maar die van de Gallo-Romeinen en Franken die slechts de beschikking hadden over wat er in de omgeving te vinden was (de handelsroutes van het Romeinse Rijk waren immers in verval geraakt).  De Latijnse tekst met Engelse vertaling beslaat 36 pagina’s, het uitgebreide commentaar met talrijke citaten uit oudere Griekse en Romeinse teksten ruim 40. In de inleiding beschrijft Grant de carriëre van Anthimus, de (voedings)toestand in het noordelijke deel van Gallië in de zesde eeuw, de keuken, en dieetleer. Een uitgebreide bibliografie en twee indices, op naam en voedingsmiddel, maken deze editie compleet. Een interessante tekst, zowel voor geïntereseerden in de Romeinse keuken als in de ontwikkeling van de middeleeuwse keuken. Maar nogmaals: het is géén kookboek.
Mark Grant, Anthimus, De observatione ciborum. On the observance of foods. (1996, Prospect Books, ISBN 9781903018521) Engelstalig

Anthimus. de Observatione Ciborum
Anthimus. de Observatione Ciborum
Anthimus

Andrew Dalby, Cato On Farming

Monday, February 1st, 2010

Landbouw op z’n Romeins

Dit boek is geschreven in de tweede eeuw vóór Christus, toen het Romeinse Rijk nog een soldatenrepubliek was, en sober eten een deugd. Cato de Oudere (234 vC-149 vC) is de schrijver van deze tekst, De agricultura. Geen kookboek, maar een handleiding voor de bezitter van een boerderij, inclusief het selecteren van een goede plek voor het bedrijf, een handleiding voor het bouwen van persen voor olijfolie en wijn, werkzaamheden op het land, en dan tóch een handjevol recepten! Tot slot staan er nog wat medicijnen en magische rituelen in de tekst. De editie is tweetalig, links Latijn, rechts Engels, met uitgebreide verklarende noten bij de vertaling. Na de inleiding staan elf tekeningen die de plattegrond van de boerderij weergeven en verklarende schetsen van o.a. de olijfpers en het leiden van wijnranken. De olijvenpasta uit deze tekst (epityrum) is een van de meest nagemaakte Romeinse recepten van vandaag. Er is een index op de Engelse vertaling, maar niet op de Latijnse tekst.
Andrew Dalby, Cato On Farming (1998, Prospect Books, ISBN 9780907325802) Engelstalig



On Agriculture
Cato

Alistair Elliot, Roman Food Poems

Monday, February 1st, 2010

Smullen van Latijnse gedichten over voedsel en eten

Een aardige bloemlezing van Romeinse korte en lange gedichten met voedsel als thema. De teksten worden weergegeven in Latijn en Engels. Elliot is niet alleen vertaler van gedichten, hij schrijft ze ook zelf, en dat is in zijn vertaling te merken: hier en daar zijn de Latijnse metrische verzen in het Engels voorzien van (geslaagde) rijmen, en als dat voor een mooie formulering (in plaats van een letterlijke vertaling) nodig is, gebruikt hij gerust anderhalf keer zoveel tekst dan zijn Romeinse collega. De inleiding is niet meer dan een zeer beknopte beschrijving van Romeinse maaltijden, over de dichters wordt geen informatie verstrekt, de verklarende noten hadden wat uitgebreider gekund. Maar toch: wat zijn dit toch leukere teksten dan de veldslagen en vulkaanuitbarstingen die je op het gymnasium kreeg voorgeschoteld!
Alistair Elliot, Roman Food Poems (2003, Prospect Books, ISBN 9781903018255) Engelstalig


Roman Food Poems
Alistair Elliot & Alastair Elliot

Christopher Grocock en Sally Grainger, Apicius. A critical edition with an introduction and English translation

Monday, February 1st, 2010

Goede, nieuwe wetenschappelijke editie van De re coquinaria

De meest recente editie van het bekende Romeinse kookboek is in alle opzichten een prachtig boek. Als object is het, zoals veel Prospect boeken, een genot om in de hand te hebben, maar belangrijker is de inhoud. De Latijnse tekst staat links, met in voetnoten de varianten in de twee manuscripten uit de 9de eeuw, en opmerkingswaardigheden in de zestien afschriften uit de 15de eeuw en eerdere edities en studies. Rechts staat de Engelse vertaling, met verklarende noten betreffende de tekst zelf. De editie is bijzonder compleet door een editie van de Excerpta Vinidarii, een dertigtal recepten die niet rechtstreeks aan De re coquinaria zijn ontleend, maar wel uit dezelfde tijd (4de/5de eeuw nC) stammen. Bewerkte recepten ontbreken, maar dat valt ook buiten het bestek van dit boek. Praktisch is de concordantie van de nummering van de recepten met eerdere edities. Eén minpunt: er is geen index op de Latijnse tekst of de Engelse vertaling, alleen een index op de inleiding en de aanhangsels, en een glossarium op enkele ingrediënten. Wil je snel opzoeken in welke recepten bijvoorbeeld gember wordt gebruikt, dan zal je een andere editie moeten raadplegen.
Christopher Grocock en Sally Grainger, Apicius. A critical edition with an introduction and English translation (2006, ISBN 9781903018132) Engelstalig

Apicius
Apicius
Grocock and Grainger

Aliki, A Medieval Feast

Monday, February 1st, 2010

Kom maar op met die pastei!

Ooit was er een Nederlandse vertaling (Een middeleeuws feestmaal, 1984) van dit prachtige prentenboek, vrijwel onvindbaar nu, maar gelukkig is de Engelstalige versie nog steeds verkrijgbaar. Dit is toch vooral een prentenboek, dus …. De kleurige plaatjes doen denken aan middeleeuwse getijdenboeken met hun mooi versierde randen, het verhaaltje (de voorbereidingen voor een feestmaal, de bereiding ervan, en de maaltijd zelf) wordt in weinig woorden verteld. In haar nawoord plaatst Aliki het verhaal in Engeland rond 1400. De maaltijd is voor een koning, met afbeeldingen van fantastische ‘spektakelgerechten’ zoals fabeldieren, een kasteel van marsepein, een pauw in zijn verenkleed. Gerechten die inderdaad middeleeuwse adellijke banketten opsierden (maar niet allemaal tegelijk). Over het eten van de ‘gewone mens’ kom je niets te weten, en recepten hebben (terecht) in dit prentenboek geen plaats. Maar wat er allemaal wél te zien is, is absoluut de moeite waard. Zolang je je publiek er maar bij vertelt dat zo’n maaltijd óók in de Middeleeuwen uitzonderlijk was.
Aliki, A Medieval Feast (1983 en later, Harper Collins, ISBN 9780064460507) Leeftijd 6-11 jaar. Engelstalig

A Medieval Feast