Archive for the ‘Chefkok/restaurantkok’ Category

Sergio Herman en Quinten Lange, Puur Zeeland

Wednesday, April 7th, 2010

De Zeeuwse keuken mag er zijn

Bol.com

Een ode aan de provincie Zeeland, in woord, smaak en beeld. De geschiedenis van de provincie wordt kort geschetst, en na de kennismaking met Sergio en Oud-Sluis krijgen wij Sergio’s visie op de moderne Zeeuwse keuken voorgeschoteld. Die visie is nauw verweven met het Zeeuwse landschap, dat blijkt al uit de indeling van de recepten in Schorren (zeekraal, lamsoor), Water (kreeft, krab, garnalen, baars, sepia, paling) Strand & kust (rucola, oesters, mosselen, kokkels, scheermessen), Dijken & polders (lam, asperge, bolus, babbelaar en zeeuwse wafel) en Gaarden (appel en framboos). Foto’s van het wijdse Zeeuwse landschap leiden ieder hoofdstuk in, en vormen een contrast met foto’s van de actieve keukenbrigade van Sergio.
De  recepten zijn niet simpel, en ook niet geschreven voor beginnende kokers. Maar niet elk kookboek hoeft zich te richten tot de aarzelende amateur, het is prettig ook eens voor vol te worden aangezien als je goed onderlegd bent in de kookkunst. De gevorderde koker heeft aan een half woord genoeg (“monteer met boter” behoeft geen uitleg), en zal geen probleem hebben met één eetlepel groente- garnalen- of gevogeltebouillon, want die heeft hij natuurlijk van zijn zelfgemaakte bouillons in ijsblokjeshouders ingevroren. Basisrecepten voor de diverse bouillons ontbreken, dat vind ik jammer. Bouillons en fonds zijn immers de funderingen waarop de kok zijn sauzen bouwt. De recepten zijn boeiend, met elementen als kruidengranité, limoengelei, hazelnootganache, verveinecrème en zeekraaltempura. Zoals vaker in chefkokkookboeken krijgt de vlees- en visloze keuken geen aandacht, maar als je de vleesbouillons in de recepten voor zeekraal en asperge vervangt door groentefond, heb je toch drie bijzondere vegetarische schotels.
De gerechten zijn prachtig gearrangeerd en gefotografeerd. Ik meen bij de fotograaf (of is het de kok?) een voorkeur voor erectiele composities te bespeuren (zie plaatje, slechts één voorbeeld uit vele). Het receptenregister achterin is niet helemaal volledig, het systeem is niet volgehouden. Zo vind je de ‘Zeebaars met krab en salade van bleekselderij en appel’ terug onder zeebaars, krab en appel, maar niet onder bleekselderij.
Een heerlijk boek voor de gevorderde koker die aan een uitdaging toe is. En wie daar tegen op ziet, gaat eten in restaurant Oud-Sluis.
Sergio Herman en Quinten Lange, Puur Zeeland. De Zeeuwse keuken van Sergio Herman (2009, Terra, ISBN 9789089890603)

Peter de Clercq, Roken

Sunday, April 4th, 2010

Gastronomisch roken

Bol.com

Sympathieke kop heeft die Peter. Op de omslagfoto staat hij breed grijnzend met een zij zalm naast een rookapparaat dat nog het meest doet denken aan een ouderwetse stoomlocomotief. De Clerq is eigenaar van het Belgische grillrestaurant Elckerlijc, wereldkampioen BBQ 2003,  en heeft al meerdere barbecueboeken op zijn naam staan. Aangezien er geen vuur zonder rook is, is het logisch dat De Clercq nu ook een boekje heeft gewijd aan de kunst van het roken van voedsel. En kunst is het. Waar andere rookboeken in de receptuur niet verder gaan dan het gerookte voedsel verwerken in een gerecht, is hier het roken zelf onderdeel van het recept: de ingrediëntenlijsten bevatten een aparte afdeling om te roken, waarin het rookmengsel wordt beschreven. Want houtmot of –schaafsel zijn noodzakelijk voor de rook en het basisaroma, maar de accenten komen van gedroogde appelschilletjes, kruidnagels, gedroogd zeewier, uienschillen of lavendeltakjes. Dit is gastronomisch roken. Gerookte ganzenlever met truffelschaafsel en tagliatelle, gerookt geitenkaasje, gerookte asperges met roerei en garnalen, recepten die je doen watertanden.

In zijn inleiding beschrijft De Clercq eerst kort de achtergrond van het roken, de grondstof (de brandstof en het materiaal dat de rook levert – dit is niet hetzelfde), de techniek van koud en warm roken, en waarin je dat kunt doen. De recepten zijn ingedeeld in twee hoofdstukken, Koud roken en Warm roken. (het laatste recept van Koud roken hoort overigens bij de recepten voor Warm roken). Alle recepten zijn mooi gefotografeerd. De recepten geven de ingrediënten, de tijd voor marineren/pekelen en drogen, hoeveelheid brandstof, rooktijd en -temperatuur, en de bereiding van de overige onderdelen van het gerecht. De Clercq gaat er van uit dat je weet welk rookapparaat je kunt gebruiken en hoe dat werkt.

Van de rookapparaten die De Clercq beschrijft is een wok met deksel op een vuurkorf is het simpelst, dan is er de ketelbarbecue, de rookkast, en de ultieme barbecue voor kookpyromanen: de chuck wagon. Het simpele rookdoosje is blijkbaar beneden de waardigheid van de barbecue-wereldkampioen om te vermelden, maar alle recepten voor warm roken zijn hierin wel te maken. Welke apparaten voor koud roken geschikt zijn geeft De Clercq niet goed aan. Bij de wok-op-vuurkorf staat dat de temperatuur moeilijk te regelen is, de rookkast is “ het ideale instrument voor zowel koud als warm roken”, maar bij de ketelbarbecue en de chuck wagon staat alleen iets over stabiele temperatuurregeling. Of er koud in gerookt kan worden staat er niet bij, en de recepten voor het koude roken geven geen uitsluitsel. Voor het koud roken van bijvoorbeeld vier konijnenfilets zijn twee kokosbriketten (de voorkeursbrandstof van De Clercq) nodig, waarmee 6 uur op 25 grC gerookt wordt. Maar kan dit alleen in een rookkast, of ook in mijn ketelbarbecue? En twee briketten, kunnen die zes uur achtereen smeulen? Ik heb alleen ervaring met warm roken, maar dit ga ik snel uitproberen, de resultaten zal ik hier vermelden. Misschien komt er nog een aardbeitje bij.
Peter de Clercq, Roken met Peter De Clercq (2003, Roularta Books, ISBN 9789086791118)

Peter Postma en Harald Hovenkamp, Koken als Kaatje

Monday, March 22nd, 2010

Hoera, weer een boek van Kaatje!

Bol.com

Kaatje bij de Sluis. Ik heb er nooit gegeten, maar dankzij de kookboeken heeft het restaurant een warme plek in mijn hart. Het eerste Kaatje-boek uit 1984 (Koken als Kaatje, met chefkok Edzard Delstra) was mijn eerste ‘chefkokkookboek’. In de decennia sinds het verschijnen ervan heb ik er veel recepten uit bereid, net als uit het tweede boek uit 1990 (Bijzondere recepten van Kaatje bij de Sluis, met chefkok André Mol). En nu ligt hier dan het derde Kaatje-boek voor me, dat net als het eerste Koken als Kaatje heet. Er is wel wat veranderd bij het restaurant: Fons en Anneke van Groeningen hebben de fakkel doorgegeven aan Peter Postma (chefkok) en Harald Hovenkamp (gastheer en sommelier). Zal ik met plezier ook uit dit derde Kaatje-boek  koken? Ja.
De recepten zijn goed maakbaar, maar verloochenen hun sterrenstatus niet: kaviaar, truffel, ganzelever en oesters kom je regelmatig tegen. Alle gerechten zijn gefotografeerd op simpele witte ronde of rechthoekige borden op wit tafellinnen, niets dat het oog afleidt van het prachtig gearrangeerde voedsel. Hoewel  de meeste gerechten  wel tijd en aandacht voor de bereiding nodig hebben, is er geen overmatig knutselwerk. Het smaakpalet zou ik willen omschrijven als ‘sjiek Frans met een vleugje Hollands’.
Sommelier Hovenkamp geeft bij de recepten een drinkadvies,  voor elk recept een andere wijn. Deze wijnen worden achterin nader beschreven, en, goede vondst, er is een lijst van wijnhandels door het hele land waar je de wijnen kunt aanschaffen voor een redelijke prijs. De vraag is natuurlijk wat de uiterste houdbaarheidsdatum van deze informatie is, maar het maakt dit Kaatje-boek wel compleet.
Een register met alle recepten en hoofdingrediënten ontbreekt, en de inhoudsopgave beperkt zich tot ‘voorgerechten’, ‘hoofdgerechten’ en ‘desserts’. Pas bij het begin van iedere afdeling staan de recepten op een rijtje. Een overzicht heb je dus niet.
Vreemd: bij Kaatjes boerenkippensoep heb je “1 soepkip van ongeveer 1 kilogram” nodig. Een kip van 1 kilogram is toch geen soepkip? De soepkippen die ik gebruik wegen per halve kip al anderhalve kilo! Hier wordt van een kip soep gemaakt ja, maar dat maakt het beest nog geen ‘soepkip’.  Afgaande op het gewicht, bedoelt de kok een flink braadkuiken. Natuurlijk wel een biologisch happy buitenhoen.
Wat alle drie de Kaatje-boeken met elkaar gemeen hebben: ze zijn niet geschreven voor vegetariërs. Dit nieuwste boek bevat –behalve bij de desserts- welgeteld nul recepten zonder vis of vlees.  Het eerste Kaatjeboek had één recept (een eenvoudige salade), het tweede ook één (gazpacho).  Kun je dat nog wel maken, in deze tijd? “In de beperking toont zich de meester”, een goede chefkok zal toch zeker ook zonder vlees of vis een tongstrelend gerecht op tafel moeten kunnen zetten.
Wat de Kaatje-boeken óók gemeenschappelijk hebben: alle drie de boeken presenteren maakbare recepten op niveau. Al 35 jaar lang, en dat is knap.
Peter Postma en Harald Hovenkamp, Koken als Kaatje ( Kunstmag, 2009, ISBN 9789075979220)

El Harouchi en Goeman-Borgesius, El Harouchi

Wednesday, March 10th, 2010

Klassiek Frans en traditioneel Marokkaans verenigd in één boek

Bol.com

Chefkok Mohamed el Harouchi kwam als kleuter vanuit Marokko naar Nederland, en hij heeft in Nederlandse keukens zijn opleiding genoten. Toch ligt zijn culinaire inspiratie nog steeds in zijn geboorteland. In zijn eerste kookboek showt El Harouchi zijn vakmanschap, waarvan je in zijn restaurant Solo in Gorinchem ‘live’ kunt genieten. Het boek is prachtig, groot formaat, stevig ingebonden, en ruim geïllustreerd met in elke bladopening een paginagrote foto, van gerechten, ingrediënten of Marokko. El Harouchi heeft zich letterlijk opgewerkt van afwashulpje tot sterrenkok. Hij omschrijft zijn stijl als een die “zweeft tussen Marokko, Frankrijk en Nederland”.
De receptuur begint bij de basis: technieken, enkele ingrediënten, enkele kruiden en specerijen, basisrecepten (diverse gekruide oliën en zouten, en kippenbouillon –die hij niet laat inkoken, hij gebruikt twee extra kipkarkassen, iets waar je in een burgerkeuken niet altijd de beschikking over hebt- en visfumet). Dan volgen de recepten, ingedeeld in voorgerechten, hoofd- en bijgerechten, desserts en dranken. De receptuur is afwisselend Franse haute cuisine en traditioneel Marokkaans, en dat wordt bij ieder recept ook aangegeven (‘chef’/’traditioneel’). Er is duidelijk verschil. De chef-recepten zijn ingewikkeld en bewerkelijk, met véél ingrediënten (de ‘Salade El Harouchi op p.88 telt er 54) en verschillende bereidingen voor één gerecht (sauzen, garnituur). Je moet een recept dan ook goed bestuderen voordat je er aan begint. De traditionele recepten hebben minder ingrediënten en zijn ook simpeler van samenstelling. Een leuke vondst is het afsluitende hoofdstuk, met drie recepten voor de kraampjesgerechten (Streetfood) waar El Harouchi als kind dol op was. Zijn versies zijn wel snacks van niveau.
Sympathiek vind ik de afsluitende pagina’s met portretten van de medewerkers van Solo, want een chefkok functioneert natuurlijk niet in het luchtledige. De index geeft de recepten per soort gerecht in alfabetische volgorde en ook per hoofdingrediënt (vlees, vis, gevogelte, vegetarisch, salades).
Eén ding vind ik vreemd. El Harouchi heeft het over ‘pimentbessen’, maar uit de context blijkt dat hij rode pepertjes bedoeld (zoals bij pimentzout, waar in de ingrediëntenlijst ½ pimentbes staat: “Snijd de halve piment in de lengte door. Verwijder de zaadjes en snijd [...] in hele fijne blokjes”. In het Frans mag een rood of groen pepertje (Capsicum annuum) dan wel  piment worden genoemd, maar in het Nederlands is een pimentbes (Pimenta dioica) toch echt iets anders (namelijk allspice, nagelpeper of Jamaicapeper).
Hoewel er bijna net zoveel traditionele recepten in staan als ‘chefrecepten’, is El Harouchi vooral een sterrenkookboek.
Lise Goeman Borgesius en Mohamed el Harouchi, El Harouchi. De Franse keuken, omarmd door de warmte van Marokko (2009, Terra Lannoo, Arnhem, ISBN 9789089890214)

Goeman-Borgesius, Lange en Poirot, The Grand, Amsterdam

Monday, March 8th, 2010

Een mooie mix van historie en culinair genot

Bol.com
Bookdepository.co.uk
(geen verzendkosten)

In dit in vaderlandslievend oranje linnen gebonden boek krijg je eigenlijk twee boeken voor de prijs van één: een geschiedenis van Amsterdam (vooral van de Princenhof, waarin nu The Grand van Sofitel is gevestigd), en een kookboek op hoog niveau met een zeer originele kijk op de ‘Hollandse keuken’. Een waardig visitekaartje voor bezoekende toeristen, want alle teksten staan in het Nederlands, Frans en Engels.

Na voorwoorden door (oud)burgemeesters Ed van Tijn en Job Cohen en Sofitel manager Robert-Jan Woltering, presenteert de Franse chefkok Aurélien Poirot zijn visie op de Hollandse keuken (“een simpele keuken met prachtige producten”).  Dan volgt de geschiedenis van de Princenhof en Amsterdam in een proloog en vijf hoofdstukken, vanaf het begin als kloostergebouw in de 14de eeuw tot de vestiging van Sofitel vanaf 1988. Voor de historische inleiding van elk hoofdstuk heeft iedere taal een eigen bladopening gekregen, met één pagina tekst in drie kolommen en één pagina prachtige kleuren-illustraties (voor elke taal verschillend). Bovenaan de tekstpagina’s staat een doorlopende tijdlijn afgebeeld met belangrijke jaartallen in de Nederlandse geschiedenis. Door de beperkte ruimte wordt een en ander wel wat erg beknopt verteld (bijvoorbeeld bij de ‘aardappeleters’ op p.65 mis ik de hongersnoden als gevolg van misoogsten in de 19de en begin 20ste eeuw, en bij de ‘kruiden en specerijen’ op p.40 wordt ten onrechte vermeld dat ze steeds meer de 17de eeuwse keuken bepaalden – in die tijd was juist de eerste uitdunning van het aantal specerijen in de keuken), maar voor de gemiddelde toerist zal het genoeg zijn. Natuurlijk is er ook wat aandacht voor het Sofitel, en het boek besluit met portretten van enkele prominente historische figuren die in de Princenhof te gast zijn geweest (ondermeer Willem van Oranje, Michiel de Ruyter, Hugo de Groot). Van elf gerechten worden tot slot wat historische achtergronden gegeven.

De recepten bij ieder hoofdstuk zijn losjes geïnspireerd op de betreffende periode in de geschiedenis. Aurélien Poirot is een echte chefkok: zijn recepten zijn van hoog niveau, en geven een totaal nieuw en interessant beeld van de Hollandse keuken. Zo is de middeleeuwse erwtensoep omgetoverd tot een romige doperwtjespuree die koel wordt geserveerd op tomatengelei, de oerhollandse stamppot wordt opgediend als maki-zushi, en Poirots tiramisu is met speculaasjes en wordt gegarneerd met witte en blauwe muisjes. Of wat dacht je van ‘pigeon du pays de la Loire caramélisé aux dropjes’? ‘Duiven van de dam’ zouden nóg toepasselijker zijn geweest, maar Hollandser dan drop kan haast niet. Regelmatig kom je Japanse elementen tegen in de receptuur, die aan de doorgaans zware Hollandse kost Oosterse luchtigheid verlenen. De opmaak van de gerechten vergt veel tijd en gepriegel, maar dan heb je ook, zoals uit de foto’s blijkt, ware kunstwerken gecreëerd. Dit is echt een kookboek voor de bevlogen, ervaren hobbykok.
Lisa Goeman-Borgesius, Quinten Lange, Aurélien Poirot, The Grand, Amsterdam (2009, Terra Lanno, Arnhem ISBN 9789089891365).