Jeanette Diepenbroek, Wat eet je op een begrafenis?

April 28th, 2011

Bol.com

Individueel of cultuurgebonden tot de dood toe

Het idee is interessant: in één boekje staan (culinaire) begrafenisrituelen van allerlei bevolkingsgroepen in Nederland bij elkaar beschreven, met een terugblik in de geschiedenis en enkele zeer persoonlijke afscheidsrituelen. “Maak er wat van!” is de impliciete opdracht die schrijfster Jeanette Diepenbroek ons meegeeft. En inderdaad levert dit boekje ideeën en inspiratie op om van de uitvaart van je geliefden (of van jezelf, als je vooruit plant) een indrukwekkende ervaring te maken.
Jammer genoeg is de historische terugblik nogal oppervlakkig, met de merkwaardige opmerking dat “de ronde tafel [...] waarschijnlijk vanaf ons prille begin als mens het symbool van de kringloop van het leven [is]“. Met de ronde tafel bedoelt Diepenbroek de Ronde Tafel van de ridders van koning Artur. Die had minder met de levenskringloop te maken, dan met (sociale) gelijkheid. (meer over de symboliek van de Ronde Tafel).
Ook de recepten hadden wat meer aandacht kunnen gebruiken. Soms zijn ze nogal kort door de bocht (ruimtegebrek?), zoals het recept voor kippensoep (die weinig liefdevol wordt bereid met restjes kip en een bouillonblokje)  een andere keer staat er iets dubbel. De keuze voor bepaalde recepten is onduidelijk. Kippensoep schijnt typisch katholiek te zijn, Brazilië is een overwegend katholiek land, dús de rest van het katholieke hoofdstukje wordt gevuld met Braziliaanse recepten. Typische gerechten voor Joodse begrafenissen zijn, aldus Diepenbroek, eiersalade en zalmsalade, maar de recepten in het hoofdstukje over Joodse rituelen zijn voor andere gerechten. Ronduit raadselachtig is de uitspraak dat artisjokken, die in een stukje over de ‘fusion-keuken’ staan, uitstekend zijn voor rouwenden vanwege de positieve invloed van deze bloemknop op het maagslijmvlies en leverkwalen.
Behalve voor de al genoemde groeperingen bevat het boekje ook recepten voor een ‘groene’  uitvaart, boeddhisten, protestanten, Antillianen, Molukkers, Indonesiërs, Surinamers, Marokkanen, Turken, Chinezen en liefhebbers van ‘oervoedsel’, waarbij in een groot gat in de grond tussen gloeiend hete stenen liefst een compleet beest wordt gegaard, een nacht lang.
Wie een persoonlijke toets wil geven aan een rouwmaaltijd, zal waarschijnlijk niet gaan koken uit dit boekje, maar een gerecht of maaltijd bereiden waar de overledene iets mee had. Zo eten mijn broer, zus en ik met onze naasten ieder jaar stamppot rauwe andijvie op mijn moeders verjaardag en sterfdag omdat zij daar zo dol op was.
De waarde van dit boekje ligt niet in de soms matige recepten, maar in de combinatie daarvan met de beschrijving van begrafenisrituelen van bevolkingsgroepen met allerlei verschillende achtergronden. Daarom toch 3 aardbeien.
Jeanette Diepenbroek, Wat eet je op een begrafenis? (Meinema, 2011, ISBN 9789021142562)

Fransiscus van Stierbeeck, Traktaat van de kampernoeljes, genaamd duivelsbrood

April 28th, 2011

Leuke uitgave van een interessant boekje over paddestoelen uit de zeventiende eeuw

Bol.com

De tekst is een kort tractaat (12 pagina’s) dat 1668 is gepubliceerd door Franciscus van Sterbeeck, secretaris van de bisschop van Antwerpen. De originele tekst staat achterin het boekje, en is ook op de website van Marleen Willebrands te raadplegen. Van Sterbeeck publiceerde in 1675 een veel uitgebreider werk over paddestoelen (het Theatrum fungorum oft het toneel der campernoelien), waarvan de tweede druk uit 1712 ook online te raadplegen is. In de gedrukte editie van het Traktaat van de kampernoeljes, genaamd duivelsbrood staat een vertaling in modern Nederlands met verklarende noten, een inleiding over Van Sterbeeck, een hoofdstuk over de benaming van paddestoelen bij van Sterbeeck (moeilijk te bepalen vaak), opvattingen over paddestoelen van medici en kruidenkundigen uit de zeventiende eeuw, en heel leuk, dertien bewerkte keukenrecepten die in het Traktaat en het Theatrum te vinden zijn.
Dit is niet een ‘paddestoelenkookboek’ maar een boek over paddestoelen in de zeventiende eeuw waar ook enkele recepten in staan. Interessante kost voor mycologen en culinair historici, curiositeitje voor de culinair avontuurlijken. Wat dacht je van gehaktballetjes van zwezerik, merg en paddestoelen?
Marleen Willebrands en Arno ‘t Hoog, Traktaat van de kampernoeljes, genaamd duivelsbrood (Uitg. Verloren, Hilversum, 2006, ISBN 9789065509178)
(Dit is een repost, de oorspronkelijke versie is per ongeluk verwijderd)

Ken Kawasumi, The encyclopedia of sushi rolls

April 26th, 2011

Geweldig! Fantastisch! Kopen!

Het ultieme knutselvoedsel

Bol.com
Amazon.de
(geen verzendkosten)
Bookdepository.co.uk
(geen verzendkosten)

Als je de illustratie op de stofomslag ziet, geloof je je ogen niet. Is dat allemaal mogelijk met sushi?
Sushi-meester Kawasumi beschrijft 180 verschillende sushirollen, met duidelijke instructies én instructieve foto’s. Zowel de absolute beginner als de gevorderde kok zal veel plezier beleven aan dit boek. Uiteraard begint de schrijver met het maken van de sushirijst en de ingrediënten en materialen die daarvoor nodig zijn. Daarna volgen twee delen, Maki-zushi, de ‘gewone’ sushirollen (die ook heel decoratief kunnen zijn), en Kazarimaki,  decoratieve sushirollen. Helemaal achterin staat een pagina met problemen bij het maken van sushirollen en hoe je ze kunt voorkomen.
Het eerste deel opent met verschillende vullingen die extra voorbereiding nodig hebben (kampyo, shii-take, oboro, omelet en komkommer). Daarna volgen dikke sushirollen, dunne rollen, samengestelde rollen, handgevormde sushirollen en binnenstebuiten-rollen in allerlei variaties, waarbij van iedere categorie duidelijk wordt beschreven en getoond hoe je de rol oprolt. Van iedere sushirol is het eindresultaat gefotografeerd, de compositie vóór het oprollen, en enkele kleine verklarende fotootjes. Per pagina staan twee verschillende rollen beschreven.
De decoratieve sushirollen in het tweede deel hebben meer ruimte nodig, één tot twee bladzijden per stuk.  De beschrijving komt neer op een bouwpakket, waarbij eerst verschillende hele dunne rolletjes worden gemaakt (zoals oogjes, vleugels, bloemblaadjes) die vervolgens met extra ingrediënten én sushirijst zodanig op het zeewiervel worden gerangschikt dat ze, eenmaal opgerold, een afbeelding vormen van bijvoorbeeld een libelle of pandabeer. Daarna wordt getoond hoe je lettersushirollen en vier Chinese karakters (o.a.  ‘gefeliciteerd’) construeerd, en tot slot staan er enkele sushi met kerstmotieven. Dat laatste bevreemd misschien, maar het kerstfeest (niet het religieuze feest, maar het cadeautjesfestival) is populair in Japan, vergelijkbaar met Valentijnsdag.
Voor andere soorten sushi (nigiri-zushi, chirashi-zushi, oshi-zushi, inari-zushi) zul je andere kookboeken moeten raadplegen, maar dit boek mag terecht een ‘encyclopedie van sushirollen’ heten. Het is een feest voor het oog, zelfs als je nooit één sushirol maakt. Dankzij de duidelijke foto’s kun je zelfs als beginner aan de slag, al zul je voor de meest ingewikkelde vormen wel handig moeten zijn. Dat heeft minder met kookkunst dan met knutselen te maken.
Ken Kawasumi, The encyclopedia of sushi rolls (Graph-sha, 2008/2001, ISBN 9784889960761) Engelstalig

David Grumet, Rachel Muers, Theology on the menu. Ascetism, meat and christian diet

February 20th, 2011

Vasten, vegetarisme en christendom

Bol.com
Amazon.de
(geen verzendkosten)
Bookdepository.co.uk
(geen verzendkosten)

Een goedgekozen titel. De culinair historicus krijgt weliswaar een verklaring voor de vele middeleeuwse vasten- en onthoudingsdagen, maar het echte onderwerp van dit boek is de godsdienstige theorie en praktijk ten opzichte van voedsel. De Britse theologen David Grumet en Rachel Muers onderzochten (vooral christelijke) religieuze standpunten met betrekking tot voedsel, en de ontwikkeling van die standpunten vanaf de ascetische Woestijnvaders via vastende/feestende monniken en de Reformatie tot aan de opkomst van het vegetarisme in de negentiende eeuw. De eerste vier hoofdstukken beschrijven de ontwikkelingen in chronologische volgorde, hoofdstukken 5 en 6 verklaren waarom dieren rein of onrein zijn in het Joodse geloof, en beschrijven de veranderende standpunten van de vroege Christenen, in hoofdstuk 7 komt de rol van het offer aan de orde, als teken van heidendom en als onderdeel van Christelijke rituelen, hoofdstuk 8 voorziet in argumenten voor een op het christendom gebaseerd vegetarisme, en het afsluitende hoofdstuk spoort moderne christenen aan vegetariër te worden als christelijke manier om de hedendaagse ecologische, economische en medische problemen het hoofd te bieden.
De nadruk op vegetarisme in deze studie komt doordat deze het resultaat is van een onderzoeksproject, ‘Vegetarianism as Spiritual Choice in Historical and Contemporary Theology’, de nadruk op de Britse situatie door de nationaliteit van de onderzoekers. Het is zeker een interessant boek. Maar ik vraag me toch af waarom, met al die aandacht voor het vegetarisme, die ene compleet vegetarische dag in katholiek Frankrijk in de zeventiende eeuw, Goede Vrijdag, geheel niet wordt genoemd.
Na het uitgebreide notenapparaat volgt een Select Bibliography van vijftien pagina’s die de geïnteresseerde lezer naar veel andere titels leidt op het gebied van ascetisme, vasten, vegetarisme en kerkgeschiedenis. Een index completeert het geheel. Illustraties ontbreken, op de keukenmeid na die de lezer vanaf de kaft streng aankijkt terwijl ze specerijen fijnstampt naast een schaal met vissen (met in de achtergrond Christus in het huis van Martha en Maria, een schilderij van  Diego Velázquez).
Ik ben culinair historica, en vanuit dat standpunt heb ik het boek gelezen. Op de achterkant van het boek wordt het aangeprezen als een stimulans en inspiratie voor iedereen die is geïnteresseerd in een christelijke zienswijze op voedsel en dieet, of wil weten hoe je theologie succesvol kunt inpassen in het dagelijkse leven. Voor die lezers is dit boek perfect. Voor de culinair historicus biedt het boek interessante achtergrondinformatie, maar tegelijkertijd te veel en te weinig.
David Grumet, Rachel Muers, Theology on the menu. Ascetism, meat and christian diet (Routledge, 2010, ISBN 9780415496834) Engelstalig

Sam Stern, Mega Vega

February 2nd, 2011

Een kookboek naar mijn hart

Bol.com
Amazon.de
(Nederlandstalige editie, geen verzendkosten)
Amazon.de
(Oorspronkelijke Engelstalige editie, geen verzendkosten)
Bookdepository.co.uk
(Oorspronkelijke Engelstalige editie, geen verzendkosten)

Jamie Oliver is alweer te oud. De nieuwe Britse ster is Sam Stern, geboren in 1990 maar met al vijf kookboeken op zijn naam, waaronder een studentenkookboek . Zijn laatste, Eat Vegetarian, is in het Nederlands vertaald als Mega Vega.
Het boek begint met een duidelijk uitleg waar je in je voeding op moet letten als je voltijds-vegetariër bent, en welke ingrediënten de noodzakelijke stoffen bevatten (zo zit ijzer, waaraan vegetariërs wel eens gebrek hebben, onder andere in zuidvruchten, pindakaas, hummus en olijven). De (beginnende) koker krijgt ook uitleg over boodchappen, bewaren, de ‘vega-voorraadkast’ en kooktechnieken.
Bij de recepten is in één oogopslag te zien hoeveel porties ze opleveren ( vaak voor 1 persoon, meestal 2 of 3, soms 4), of ze snel te bereiden zijn, en of ze geschikt zijn voor veganisten (dus ook zonder zuivel en honing). De instructies worden overzichtelijk in stappen gegeven. De recepten zijn ingedeeld in Snelle ontbijtjes & brunch, Lunch & snacks, Theetijd, Diner, Toetjes en Essentiële extra’s zoals ketchup, groentebouillon, chutney, dressings, knoflookbrood en vanillesaus. Een uitgebreid register op recepttitel en ingrediënt maakt het opzoeken van recepten makkelijk. Vrijwel alle recepten zijn gefotografeerd.
Stern is een echte kok: mayonaise maak je zelf, net als pesto, brood en (groente)bouillon. De Britse afkomst is duidelijk te merken aan gerechten als scones, en vegetarische varianten van toad in the hole en Cornish pasty, maar ook de Franse, Italiaanse en Oosterse keukens komen aan bod. En vegaburgers, met patat. Maar dan wel zelfgemaakt uit de oven.
Dit enthousiaste boek is niet alleen interessant voor jongeren, het is gewoon een goed all-round  kookboek met lekkere vegetarische recepten voor iedereen.
Sam Stern, Mega Vega (Uitgeverij Ploegsma, Amsterdam, ISBN 9789021668345. Vertaald uit het Engels Eat vegetarian)

Nadia Zerouali en Merijn Tol, Bismilla Arabia

February 1st, 2011

Ongelooflijk lekker

Bol.com

Dit tweede kookboek  met recepten uit de Arabische keuken is een prachtig vervolg op Arabia, onze culinaire reis. De samenwerking met fotograaf Sven Benjamins en grafisch ontwerpster Rosa Vitalie is gelukkig voortgezet, je kunt echt spreken van ‘deel 1’ en ‘deel 2’.
Opnieuw reisden culinair journalistes Tol en Zerouali rond door de drie regio’s om te koken en eten met mensen uit de streek, beroepskoks, hobbykoks en thuiskokers:  in het Midden-Oosten waren nu Palestina/Israel en Turkije aan de beurt, in Zuid-Europa Sardinië en Catalonië, en in de Maghreb Libië en Algerije. De beschrijvingen en foto’s van de bezochte regio’s en ontmoetingen met al deze mensen staan dit keer bij elkaar in het midden van het boek. Bij het lezen krijg je zin zelf op reis te gaan, en daarbij helpt de adressenlijst achterin met hotels, restaurants en specialteitenwinkeltjes.De recepten zijn allemaal voorzien van duidelijke, paginagrote foto’s, en de instructies zijn duidelijk. Achterin staat een alfabetische woordenlijst voor exotische ingrediënten,  en het register op recepttitel en een aantal ingrediënten. In de inhoudsopgave voorin staan alle recepten apart genoemd.
De recepten staan per streek in willekeurige volgorde, zoet en hartig, vlees, vis en vegetarisch. Informatie over menu-opbouw ontbreekt, daar had ik toch wel wat over willen lezen. De meeste recepten zijn eenvoudig te maken en zonder uitzondering smakelijk. Ik heb er al veel uit gekookt.
Bismilla Arabia
is een aanwinst voor de kookliefhebber, en mocht je ‘deel 1’ (Arabia) al in je bezit hebben, denk dan niet dat ‘deel 2’ dubbel en dus overbodig is. Integendeel zelfs.
Nadia Zerouali en Merijn Tol, Bismilla Arabia (Kosmos, 2010, ISBN 9789021546391)

Ingrid van Koppenhagen en Yolanda van der Jagt, Hapas. Tapas met een Hollandse twist

November 16th, 2010

De Hollandse borrelhap gezien door een Spaanse zonnebril

Amazon.de
(geen verzendkosten)

De Nederlandse keuken blinkt niet uit in borrelhapjes, met bitterballen en blokjes kaas met mosterd heb je het eigenlijk wel gehad. In dit verfrissende kookboekje met vaderlandslievende oranje voorkant worden ‘Hollandse’ gerechtjes bereid en gepresenteerd als tapas, de Spaanse borrelsnacks. De recepten zijn ingedeeld naar vegetarisch, met vis en met vlees. Per opening staat één recept, met een kleurenfoto van het gerecht op de overliggende bladzij.  Het is een goed georganiseerd boekwerkje, met tips vooraf, helder geschreven recepten met aangegeven de bereidingstijd, moeilijkheidsgraad (veruit de meeste recepten zijn simpel tot makkelijk) en keukenspullen, en maar liefst vier handige indices op het eind: op alfabet, bereidingstijd, type hapa (dippen, smeren, kluiven etc.) en ingrediënt. Voorafgaand aan de indices staan nog tips voor hapas bij onverwacht bezoek en combinaties met wijn.
Hoe handig een boekje ook in elkaar zit, de recepten bepalen of je het ook echt gebruikt. Het recept voor bitterballen is wel héél simpel: frituur de ballen uit de diepvries en roer mosterd en mayo door elkaar. Gelukkig zijn niet alle recepten zo gemakzuchtig. De ingrediënten zijn wel meestal simpel, zo wordt overal diepvries bladerdeeg gebruikt en bouillon en mayonaise komen uit potjes. Voor sommigen zal dit een minpunt zijn, maar je kunt natuurlijk als ervaren koker deze kant-en-klare producten vervangen door zelfgemaakte versies. Aan de andere kant staan hier ook recepten in voor het zelf maken van kaassoesjes, kibbeling, vissticks en sateh, varianten op bekende combinaties (haring met rode bietensalsa, erwt-en-rookworstflappen) en leuke verrassingen als kipspiesjes met speculaaskruiden of toast met boerenkoolpesto.
Een kookboekje met een frisse kijk op de aloude Hollandse borrelhap, heel geschikt voor minder ervaren koks, of ervaren koks die niet altijd heel ingewikkeld willen doen.
Ingrid van Koppenhagen en Yolanda van der Jagt, Hapas. Tapas met een Hollandse twist (De Boekenmakers, 2010, ISBN 9789077740620)

Natascha Stenvert, Bramenjam

October 26th, 2010

Gewoon leuk

Bol.com

Een tussendoortje. Geen kookboek, dit, maar een prachtig prentenboek zonder tekst. Het draait allemaal om een echtpaar dat héél erg trek heeft in een boterham met zelf gemaakte bramenjam. Maar het valt nog niet mee om bramenjam te maken! Op de achtergrond spelen nog meer verhaallijntjes, let op de dieren. Je leert niet om jam te maken van dit boek, maar het is altijd leuk om een prentenboek over eten te zien. De illustraties/collages zijn -vanzelfsprekend-  kleurrijk en helder. Natuurlijk eet je tijdens of na het lezen van dit prentenboek een boterham met bramenjam, of ga je in het bramenseizoen (augustus) op bramenjacht.
Natascha Stenvert, Bramenjam (The house of books, Vianen/Antwerpen, 2010, ISBN 9789044327588)

Mark Janssen, Handboek paddestoelen

September 20th, 2010

Gevaarlijk lekker

Te koop via deze website

Het zelf zoeken van eetbare paddestoelen is in Nederland niet populair. Er zijn namelijk ook giftige paddestoelen, en omdat het zoeken naar wild voedsel in ons land niet als kind wordt aangeleerd, zijn veel mensen huiverig om zomaar op zoek te gaan. Maar dankzij deze publicatie komt daar hopelijk verandering in. Mark Janssen begon zijn carriëre als mycogastronoom als hobbyist, en geeft inmiddels cursussen paddestoelen zoeken en bereiden in Zuid-Frankrijk.  Dit Handboek paddestoelen, de opvolger van De Derde Jacht uit 2007, is het resultaat van zijn jarenlange speurtochten, niet alleen naar paddestoelen, maar ook naar recepten om ze te bereiden.  Barstensvol staat het boek, met informatie over de paddestoelenjacht, het determineren en de bijhorende terminologie, en elf zeer giftige paddestoelen worden uitgebreid beschreven om de kans op verwisseling zo klein mogelijk te maken. Maar Janssen is wel zo verstandig om toch maar een disclaimer voorin in het boek te plaatsen.
Vóór het receptendeel staat een algemeen hoofdstuk over het schoonmaken van paddestoelen en de voornaamste bereidingswijzen. In de volgorde van de plukseizoenen komen daarna 37 verschillende zwammen aan de orde, van de Gewone morielje (april en mei) tot aan de Bloedrode melkzwam (oktober tot december), met tot slot de Zomer- Zwarte en Witte truffel. Iedere soort wordt uitgebreid beschreven, van uiterlijk (met kleurenfoto), geur en smaak tot aan standplaats en mogelijke verwisselingen toe. Na een culinaire karakteristiek volgen recepten. Bijna de helft van de recepten is vegetarisch. Dat komt, schrijft Janssen, die zelf graag vlees en vis eet, omdat paddestoelen werkelijk uitstekende vleesvervangers zijn. Veel Franse recepten, maar ook andere landen waar paddestoelen zoeken een volkssport is komen aan bod, zoals Italië, Duitsland en Rusland.  De recepten (niet gefotografeerd) zijn soms van de auteur zelf, soms uit boeken of van internet,  altijd met eigen commentaar en bronvermelding. De bekende soorten (Morielje, Weidechampignon, Cantharel en Eekhoorntjesbrood) hebben natuurlijk de meeste recepten, maar zelfs de Meelkop en de Ruwe Russula krijgen nog ieder vijf recepten toebedeeld.
Wie toch te huiverig is om zelf op jacht te gaan, krijgt tips van Janssen waar je wilde paddestoelen kunt kopen of bestellen. Enkele soorten worden tegenwoordig ook met succes gekweekt.
Er is een uitgebreide inhoudsopgave met alle recepten, en achterin staat een register op paddestoelennamen, personen- en plaatsnamen, termen als ‘smaaktest’ en ‘kaasfondue’.
De vorm van het boek is te verklaren uit het feit dat dit een editie in eigen beheer is. Wil je een boek betaalbaar houden, dan gaat dat ten koste van het materiaal, dat weet ik uit eigen ervaring. Het kaft is te slap om de inhoud te beschermen, en de bladen slaan door de ringband soms wat stroef om. Maar het papier is helder wit, waarop de foto’s en afbeeldingen goed tot hun recht komen. Het formaat is fors, A4-grootte. Je zult dit boek dan ook niet gauw meenemen naar het bos als je op paddestoelenjacht gaat. Misschien is bij een volgende druk een editie in twee delen, waarbij de determineerkunde en beschrijving van de paddestoelen zijn gescheiden van de recepten, een idee. Of toch maar een apart determineerboekwerkje aanschaffen. Ondanks deze kleine minpuntjes is dit boek een echte aanrader voor zowel beginnende als ervaren liefhebbers van wilde paddestoelen. Het boek is bij de auteur te bestellen.
Overigens, in de titel van het boek staat géén drukfout: Janssen is, net als ik, tegen de tussenN. Een man naar mijn hart.
Mark Janssen, Handboek paddestoelen. Zoeken & bereiden (Mark Janssen, ADSearch, Amsterdam, 2010, ISBN 9789490776022)

Marcus Huibers, Huibers heeft honger

August 19th, 2010

Heerlijk boekje, om te lezen én om uit te koken

Bol.com

Marcus Huibers is lid van de Volkskeuken, de culinaire rubriek van De Volkskrant waarin dagelijks door diverse Volkskoks een stukje met een recept wordt gepubliceerd. In dit boekje zijn als ik goed heb geteld 119 van zijn stukjes gebundeld. Ze zijn zonder uitzondering luchtig en leuk, en de recepten erbij zijn goed. Die recepten zijn voornamelijk Nederlands (of algemeen Westers), met een enkel uitstapje naar Zuid-Europa of Azië. Huibers eet graag vlees en vis, met groenten heeft hij duidelijk wat minder op, en zoet kan hem gestolen worden. Het enige zoete recept is een nagerecht met aardbeien, waar dan wel weer zwarte peper in zit. De recepten zijn technisch niet al te moeilijk, maar ook niet zo simpel dat het saai wordt. Om het helemaal af te maken, staan er ook nog wijnadviezen bij.
Het is spannend om te zien hoe Huibers in zijn stukjes bijvoorbeeld de draai weet te maken van een schizofreen konijn naar een recept voor gekookte mosselen, of via ‘(geen) andouillettes’ bij inktvis met wortel en tomaat uitkomt. Er is een uitgebreid register voor de recepten, zowel alfabetisch als op ingrediënt en bereidingswijze. Helaas is er geen inhoudsopgave met de titels van de stukjes, want als je dat leuke stukje over ‘Henk en z’n bitches’ nog eens wilt lezen, maar je weet niet meer welk recept daar bij stond (kip met yoghurt en groene kruiden), dan moet je het hele boek doorbladeren. Gelukkig is dat geen straf.
Een onderhoudend lees- en kookboek voor iedereen die, zoals Huibers in zijn Inleiding over zichzelf schrijft, in zijn ontwikkeling is blijven steken in de orale fase. En zijn we dat niet vrijwel allemaal?
Marcus Huibers, Huibers heeft honger (Uitgeverij Balans, Amsterdam, 2010, ISBN 9789460032370)